|
|
| |
|
Muziekcentrum David Vergaelen & Co
Sint-Katelijnestraat 69
- 2800 Mechelen
Liggingsplan
-
Contact- en Bestelformulier
Dinsdag - vrijdag
doorlopend van 10u tot 18u
Zaterdag doorlopend van
10u tot 17u
Zondag en maandag
gesloten.
|
|
|
| |
|
| |
|
|
| |
Nieuwe
CD's -
7
 |
Muziekcentrum David Vergaelen & Co biedt u een
reusachtige keuze CD's. Hieronder lichten we een tipje
van onze recentste aanwinsten.
De enige CD waar je ooit spijt van krijgt, is degene
die je niet gekocht hebt
|
Pagina
1
2
3
4
5
6
|
Voor een overzicht van de
bekroonde CD's, klik
hier
Voor een overzicht van CD
recenties, klik
hier
-
Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik
hier
Voor een overzicht van
Klara's 10, klik
hier
|

|
Tchaikovsky: De Notenkraker / Edwin Rutten, Simon
Rattle, Berliner Philharmoniker
Het Koninkrijk van Snoep en Suiker, een bad van hopjesvla
met slagroom en een bed van spekkies: wie droomt er niet
van. Verteller, radiopresentator en zanger Edwin Rutten,
alias Ome Willem, tovert deze sprookjeswereld tevoorschijn
op zijn nieuwe CD `De Notenkraker`. Rutten maakte een
selectie uit de wereldberoemde balletmuziek van
Tchaikovsky, uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker
o.l.v. Sir Simon Rattle in een eerder dit jaar met een
Edison bekroonde opname. Tussen de muzikale delen door
vertelt hij zijn versie van het kerstverhaal waarin de
Notenkrakerman tot leven komt, vecht met Koning Muis en
verandert in een prins. In combinatie met het geluid van
knappende haardvuren, hoefgetrappel en klinkende
kerstklokken, is dit de Kerst CD voor kinderen van jong
tot oud!
|

|
O Kersnacht Schooner Dan De Daegen / Jan De
Wilde, Currende
Kleinkunst ontmoet Barok! Voor het eerst in meer dan 10
jaar en de release van Oude Maan (2000) dook Jan De Wilde
opnieuw een opnamestudio in voor heel bijzonder project in
samenwerking met Klara. Samen met het bekende
barokensemble Currende onder leiding van Erik Van Nevel
selecteerde hij een aantal bekende en minder bekende
Oud-Nederlandse kerstliederen waarvoor Piet Stryckers en
Willem Ceuleers een nieuw arrangement schreven in de stijl
van barokke meesters als Bach, Telemann, Buxtehude en
Handel. Jan de Wilde vertolkt deze sfeervolle liedjes in
zijn kenmerkende vertellende zangstijl en Currende is
hierbij zijn virtuoze partner. Bovendien bevat O
Kersnacht, Schooner Dan De Daegen ook 6 liedjes die worden
gezongen door het kinderkoor Clari Cantuli onder leiding
van Ria Vanwing, waarvan twee in duet met Jan De Wilde. |

|
Christmas Carols / Parrott, Taverner Consort
De prachtigste oude (van de middeleeuwen tot aan de barok)
Christmas Carols gezongen en gespeeld door het onvolprezen
Taverner Consort & Choir onder leiding van Andrew Parrott.
een heerlijke 4~CD set om tijdens de kerstdagen `iets`
harder te zetten dan is toegestaan...Nu alleen dit weekend
extra voordelig!
|

|
The Colours Of Christmas / John Rutter, Bach Choir,
Royal Philharmonic
John Rutter, een van de meest populaire en gevierde
componisten en dirigenten van het ogenblik, met zijn
welbekende visie op muziek rondom Kerstmis. Een spiritueel
en toch zeer feestelijk album. Met onder andere prachtige
arrangementen van Ding Dong! Merrily On High / The Colours
Of Christmas / Traditional: In Dulci Jubilo / What Is This
Lovely Fragrance? / Away In A Manger / Hodie Christus
Natus Est / Riu Riu Chiu / I Wonder As I Wander / Star
Carol / Once In Royal David's City / Rutter: Silent Night
/ In The Bleak Midwinter/ Gabriel's Message.
|

|
Rachmaninov: Suites For Two Pianos
Rachmaninov`s meest indrukwekkende pianowerken worden hier
uitgevoerd door twee weergaloze vertolkers van het
romantische repertoire, Brigitte Engerer en Boris
Berezovsky. Voor het Mirare Label heeft Boris Berezovsky
de Rachmaninov Preludes al opgenomen, alsmede alle
Rachmaninov en Chopin pianoconcerten. Brigitte Engerer
wordt geprezen over de hele wereld voor haar
uitzonderlijke artistieke volwassenheid en gevoeligheid,
en voor de kracht en fijnheid van haar spel.
|
|
 |
Heinrich
Schütz - Musicalische Exequien - Vox Luminis - Lionel
Meunier
Vox Luminis o.l.v. Lionel Meunier
Het requiem 'Musikalische Exequien' kwam voort uit de
vriendschap tussen prins Heinrich Posthumus von Reuss en
Heinrich Schütz. Zij leefden in een woelige en bloedige
tijd: er was de Dertigjarige Oorlog en er braken
epidemieën uit die een zware menselijke tol eisten, ook in
de onmiddellijke omgeving van Schütz. De lutheranen
beschouwden de dood als de ware voltooiing van hun aardse
bestaan. En zo regelde de prins alle details van zijn
begrafenis op voorhand, van de muziek die moest gezongen
worden - gecomponeerd en uitgevoerd door Heinrich Schütz -
tot de doodskist zelf, waarvan een detail op het hoesje
van deze cd staat afgebeeld. De opdrachtgever koos zelf
ook de teksten: een verzameling van verzen uit het Oude
Testament en de Evangelies en Lutherse koralen.
Schütz bouwde het werk op in drie delen. Het eerste draagt
de titel 'Concert im Form einer teutschen Begräbniss-Missa'.
De Duitse tekst respecteert de geest van de traditionele
Missa brevis en komt overeen met het Kyrie en Gloria. Het
tweede is een motet: Herr wenn ich nur dich habe. Het
laatste en derde stuk biedt een vertaling van het Canticum
Simeonis: Herr nun lässet du deinen Diener in Frieden
fahren.
Er zijn al enkele voortreffelijke uitgaven van deze 'Musikalische
Exequien' verkrijgbaar. O.a. Philippe Herreweghe maakte er
in 1987 al een bijzonder expressieve en toch
verinnerlijkte opname van. Deze nieuwe versie van het
Belgische ensemble Vox Luminis o.l.v. Lionel Meunier heeft
misschien niet de glans en grootsheid van die van
Herreweghe, maar ze heeft toch heel wat te bieden: een
mooie, heldere ensembleklank bijvoorbeeld, voortreffelijke
vocale solisten ook, en een opmerkelijk emotioneel
evenwicht tussen gevoelens van treurnis en vroomheid en
die van een glorievol eerbetoon aan de voorname
overledene. De keuze voor een bescheiden continuo van
viola da gamba en positief orgel past ook perfect in deze
sobere, maar gedragen aanpak.
Voor de 'Musikalische Exequien' vindt u op deze cd even
toegewijde uitvoeringen van zes rouwmotetten die Heinrich
Schütz voor verschillende gelegenheden componeerde.
|
|
 |
Mozart -
Ouvertures - La Cetra - Andrea Marcon
La Cetra Barockorchester Basel o.l.v. Andrea Marcon
Wolfgang Amadeus Mozart: Ouvertures (16)
Het idee voor deze cd kwam er tijdens de opnamesessies
voor een andere cd 'Mostly Mozart', waarop ditzelfde La
Cetra o.l.v. Andrea Marcon sopraan Mojca Erdmann
begeleidde in aria's van Mozart en tijdgenoten (goed voor
vier sterren bij Klara's 10).
Eerst vraag je je af: is het wel een goed idee om alle
ouvertures van Mozart op één cd te zetten? Maar aan de
andere kant: we kennen toch vooral de ouvertures van de
laatste zeven opera's van Mozart. Wanneer hoorde je nog
eens de ouverture tot Apollo et Hyacinthus? Of die tot
Mitridate, re di Ponto? Of La Betulia liberata?
En zo krijg je hier meteen een mooi beeld van de enorme
stilistische ontwikkeling van Mozart, van de elfjarige
knaap die nog aansloot bij de voorbeelden uit de late
barok, over de meesterlijke componist in de klassieke
stijl tot de verkondiger van vroegromantiche ideeën in
zijn laatste werken.
Het mooie hier is dat Andrea Marcon er echt in slaagt om
het klankidioom van La Cetra Barockorchester Basel
geleidelijk aan om te vormen van dat van een bescheiden
barokensemble (in de vroegste ouvertures) tot dat van een
heuse symfonische band (Don Giovanni, Cosi fan tutte),
compleet met kleurrijk Turks slagwerk in de ouverture tot
Die Entführung aus dem Serail.
Marcon leidt het geheel met veel zwier, kracht, theatrale
flair (de pauken in het begin van Don Giovanni en La
clemenza di Tito) en met oog en oor voor de talrijke
instrumentale details. Tempi zijn doorgaans aan de hoge
kant en dat bezorgt sommige solisten uit het orkest wel
eens wat intonatieproblemen (in Le nozze di Figaro
bijvoorbeeld).
|
|
 |
Beethoven - Fidelio -
Lucerne Festival - Claudio Abbado
Nina Stemme, sopraan; Jonas Kaufmann, tenor e.a.; Arnold
Schoenberg Chor; Mahler Chamber Orchestra/Lucerne Festival
Orchestra o.l.v. Claudio Abbado
Ludwig van Beethoven: Fidelio
Waarom componeerde Beethoven maar één opera? En waarom was
het zo’n moeilijke bevalling? Het antwoord zou wel eens
dubbel kunnen zijn: Beethoven had met één opera genoeg om
zijn muzikale en ethisch-filosofische boodschap te
vertolken, maar net daarom nam het componeren zoveel tijd
in beslag en kostte het zoveel moeite om een bevredigend
resultaat te bereiken.
Misschien merkwaardig voor ons vandaag om die worsteling
van Beethoven juist te kunnen inschatten en begrijpen,
want Fidelio is een monument van muzikale schoonheid
gecombineerd met een, voor die tijd, revolutionair
humanisme in de muziek.
Fidelio gaat over vrijheid en gevangenschap, over liefde
die zich niet laat muilkorven door machthebbers, over
‘freedom of speech’ en de vrijheid om te kunnen houden van
wie men wil. Net daarom raakt Fidelio tot op vandaag ons
zo sterk: persoonlijk en maatschappelijk.
Er bestaan nogal wat opnames met heel uiteenlopende
resultaten. Vele Beethoven-dirigenten vonden Fidelio
verplichte kost. Naast de klassiekers van onder andere
Furtwängler en Karajan, met een onvergetelijke Jon Vickers,
is er nu deze live-registratie uit 2010 met Claudio Abbado
in Luzern.
De grote troef van deze nieuwkomer is de homogeniteit:
iedereen is evenwaardig in dit vrijheidsdrama. Zangers,
orkest, koor en dirigent graven naar de diepte zonder te
vervallen in buitenissigheden (zoals bij Harnoncourt
enkele jaren terug jammer genoeg wel het geval was).
Het is echte live-opera met de grootste zangers van hun
generatie: Nina Stemme zingt haar Leonore-aria’s met
verfijning en perfectie, en Jonas Kaufmann is magistraal
in zijn aria in de donkere kerker van de gevangenis. Die
eerste lange noot zindert nog lang na. Kaufmann en Stemme
integreren de heldhaftigheid van hun rollen in een
diepzinnige muzikaliteit.
Deze nieuwe opname staat niet boven de referenties uit het
verleden, ze staat er gewoon naast. Als één van de
topuitvoeringen van Fidelio. Met dank aan het vurige
humanisme van Ludwig. |
|
 |
Schubert -
Trio's - Arpeggione - Fantaisie - Trio Dali
Trio Dali (Amandine Savary, piano; Vineta Sareika, viool;
Christian-Pierre La Marca, cello)
Franz Schubert: Pianotrio nr.1 in Bes op.99 D898 -
Pianotrio nr.2 in Es op.100 D929 - Sonate in a voor cello
en piano D821 Arpeggione - Fantaisie in C voor viool en
piano D934
Klara's oordeel
Ze zijn nog jong, de drie leden van het Trio Dali, en ze
spelen met een grote energie en een opvallend coherente
samenklank. Dat was al overduidelijk te horen op hun
uitstekend ontvangen debuut-cd, ook bij Fuga Libera, met
daarop werk van Maurice Ravel.
Het trio omringt zich dan ook met voortreffelijke
mentoren: violist Augustin Dumay en pianist Menahem
Pressler (van het befaamde Beaux-Arts Trio) bijvoorbeeld,
en ook het Artemis Quartet. En misschien herinnert u zich
nog wel de Letse Vineta Sareika, de violiste van het
ensemble: zij speelde in de finale van de Koningin
Elisabethwedstrijd editie 2009.
Het was een goed idee om de eerste cd met het tweede
pianotrio van Schubert te openen, het meest geconstrueerde
en breedvoerige van de twee. Want de leden van het Trio
Dali schuwen het grote, romantische gebaar zeker niet. Zo
krijgt het lange openingsdeel, door de krachtig-lyrische
aanpak, de forse inzet en het uitgesproken spel met
dynamische contrasten - een beetje te soms -, bijna
symfonische dimensies. Hun energieke en gedreven stijl
past dan weer beter bij de afwisseling van vrolijke en
sombere stemmingen in de finale.
Opnieuw een te grote nadrukkelijkheid en een zeker gebrek
aan poëzie, maar ook expressief, gevoelig (het Andante un
poco mosso) en spontaan samenspel hoor je in de vertolking
van het Trio Dali van het eerste pianotrio van Schubert.
Voor de 'aanvullingen', in feite twee nog altijd minder
bekende meesterwerken van Franz Schubert, wordt het
ensemble gesplitst: de fraai sturende en stuwende pianiste
Amandine Savary begeleidt cellist Christian-Pierre La
Marca in een zangerige en evenwichtige vertolking van de
Arpeggione-sonate en de virtuoze en technisch nagenoeg
feilloze violiste Vineta Sareika in de aartsmoeilijke
Fantaisie D934. Opvallende vaststelling is dat er in deze
duo-stukken op een meer ontspannen manier gemusiceerd en
naar elkaar geluisterd wordt.
|
|
 |
Mahler -
Symfonie nr.3 - Mariss Jansons - Concertgebouworkest
Bernarda Fink, mezzosopraan; Nederlands Radiokoor; Jongens
van het Sacramentskoor Breda; Koninklijk
Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons
Gustav Mahler: Symfonie nr.3 in d
Toen Gustav Mahler in 1896, na het voltooien van zijn
derde symfonie, dirigent Bruno Walter in
Steinbach-am-Attersee ontving, zei hij: " Je hoeft het
landschap niet te bekijken, het is helemaal opgenomen in
mijn symfonie". Deze derde is inderdaad een ode aan de
natuur. Maar welke natuur? Het gaat hier zeker niet alleen
over een idyllische natuur, waarin je hier en daar
menselijke sporen terugvindt. Mahler gebruikt en
hercreëert populaire melodieën, en roept, met mooie
thema's in de hoorn, vredige werelden op. Maar tegelijk
mishandelt hij dat materiaal, en plaatst hij het in een
verbrokkeld geheel, en berooft hij het op die manier van
zijn onschuld.
En precies dit alles hoor je op indrukwekkende wijze in
deze nieuwe opname, gefilterd uit drie concerten in
februari 2010. Met een feilloze beheersing en een, als
altijd, grote aandacht voor het kleinste detail, ontleedt
Mariss Jansons het lange eerste deel als met een
vlijmscherp mes: de roep van de hoorns bij het begin, de
flarden geluiden die daarop volgen, de snijdende fanfares
bij de trompetten, de recitatieven bij de hoorns, de
verschillende marsen. Heel dit contrapunt van het banale
en het kunstige weet Jansons hier samen te brengen in één
spannende en adembenemende beweging. Door het inlassen van
lange pauzes, toont Jansons ook aan hoe sterk de stilte
kan spreken in deze muziek.
En er is natuurlijk het schitterende Amsterdamse
Concertgebouworkest, fenomenaal op sacd opgenomen in de
wonderlijke akoestiek van zijn eigen concertzaal. Dit
ensemble, met zijn enorme traditie, beheerst als geen
ander dat typische Mahler-idioom. Onmogelijk en onnodig om
er één groep uit te lichten: het orkest speelt hier o.l.v.
Jansons als in de allergrootste dagen.
Het is wel even bekomen na dit openingsdeel. Dan volgen de
meer aardse en met delicate lichtheid gespeelde delen twee
en drie, die in feite dienst doen als scherzo. De
slotclimax van dit laatste deel is opnieuw van een
adembenemende precisie. Bernarda Fink brengt vervolgens
een ingetogen versie van het middernachtslied uit 'Also
sprach Zarathustra' van Nietzsche; Fink is een uitstekende
Mahler-zangeres, al zal haar forse vibrato wellicht niet
iedereen bevallen. De verschillende koren tonen een groot
enthousiasme in het daaropvolgende 'Bimm bamm', waarin de
knapen toch pas na enkele maten helemaal op juiste koers
lijken te zitten. Het fijn geweven en met spanning
opgebouwde 'Langsam' sluit deze opname (een van de mooiste
tot nog toe van dit jaar) aangrijpend af.
|
|
 |
Max Bruch: Concerto nr.1 in g voor viool en orkest op.26 -
Romance in F op.85 - Strijkkwintet in a op. posth.
Vadim Gluzman, viool; Bergen Philharmonic Orchestra o.l.v.
Andrew Litton; Sandis Steinbergs, viool; Maxim Rysanov,
altviool; Ilze Klava, altviool; Reinis Birznieks, cello
Hoog tijd om Vadim Gluzman in Klara's 10 voor te stellen.
Deze Israëlische violist werd in 1973 in de Oekraïne
geboren, waar hij zijn eerste muzikale opleiding kreeg. In
1990 verhuisde hij naar Israël en studeerde daar o.a. bij
Zakhar Bron; later trok hij ook nog naar de Juilliard
School. Al op jonge leeftijd kon Gluzman rekenen op de
steun en aanmoedigingen van niemand minder dan Isaac Stern
en in 1994 kreeg hij de prestigieuze Henryk Szeryng
Foundation Career Award. Voor Bis nam hij tot nog toe
enkele bijzonder fraaie cd's op met o.a. vioolconcerto's
van Tsjaikofski en Glazoenov, en van Korngold en Balys
Dvarionas.
En nu is er deze nieuwe cd met daarop het beroemde
vioolconcerto van Max Bruch. Hierin hoor je hoe het
vioolspel van Gluzman stevig verankerd is in de
Joods-Russische traditie van de tweede helft van de vorige
eeuw. Maar traditioneel is hier nergens synoniem van
verouderd: met zijn slanke vibrato, zijn immens mooie toon
en zijn technische en emotionele beheersing toont Gluzman
zich helemaal als een muzikant van nu. Dirigent Andrew
Litton en een Bergen Philharmonic Orchestra in groten doen
sluiten moeiteloos aan bij de visie van de solist.
Zij zorgen ook voor een stijlvolle en heldere begeleiding
in de van nostalgie doordrongen Romance in F. Bruch
schreef dit stuk oorspronkelijk voor altviool en orkest,
maar maakte er later zelf ook een bewerking van voor viool
en piano. Die vioolpartij wordt op deze opname
samengebracht met de originele orkestbezetting, en het
resultaat klinkt prachtig.
Op zijn tachtigste zette Max Bruch zich nog eens aan de
kamermuziek, zeker niet zijn favoriete genre. Lange tijd
werd gedacht dat zijn strijkkwintet in a uit 1918 verloren
was gegaan. Tot er in 1988 een kopie opdook in de
muziekbibliotheek van de BBC, die daar al sinds 1937, toen
voor een radio-uitvoering door het uitgebreide Schwiller
Quartet, netjes opgeborgen zat. Gelukkig maar, want de
oude meester schreef een erg aantrekkelijk werk, vol
jeugdige energie en technische hoogstandjes, met een
knappe dramatische opbouw ook en talrijke speelse
vondsten.
Samen met enkele voortreffelijke vrienden-muzikanten haalt
Vadim Gluzman dit stuk hier met veel verbeelding en
toewijding onder het stof vandaan.
|
|
 |
Martha Argerich
and Friends - Live from Lugano 2010
Martha Argerich, piano; Nicholas Angelich, piano; Gautier
Capuçon, cello; Renaud Capuçon, viool; Stephen Koacevich,
piano; Gabriela Montera, piano; Nora Romanoff-Schwarzberg,
altviool; Dora Schwarzberg, viool; Lilya Zolberstein,
piano; e.a.; Orchestra della Svizzera Italiana o.l.v.
Jacek Kaspszyk
Werk van Robert Schumann, Frédéric Chopin, Johannes Brahms,
Franz Liszt, Erich Wolfgang Korngold, Bela Bartok, Enrique
Granados, Igor Stravinsky, George Gershwin, Alfred
Schnittke
De jaarlijkse cd-uitgave van 'Martha Argerich and friends
- Live from Lugano' is een mooie traditie geworden. De
verpakking, een meer ecologisch verantwoord ogend
kartonnen doosje, is lichtjes gewijzigd, maar de inhoud is
nog altijd dezelfde, d.w.z. Martha Argerich te midden van
haar overwegend jonge vrienden en beschermelingen, waarmee
ze repertoire voor piano-vierhanden en kamermuziek in
verschillende bezettingen met strijkers uitvoert. Al moet
daar wel aan toegevoegd dat Argerich zelf maar op zowat de
helft van de totale speelduur van deze drie cd's te horen
is, en op de derde cd zelfs helemaal niet. Maar dat is
niet eens een echt bezwaar, want haar stijl en krachtige
persoonlijkheid lijken in alle uitvoeringen door te
dringen. Overal bespeur je diezelfde frisheid, een gevoel
van ontdekken en hercreëren, een bezetenheid ook, die
(helaas, onvermijdelijk) wel eens een drammerig karakter
krijgt.
Bijzonder in deze uitgave 2010, is dat je Martha Argerich
nog eens in een concerto kan bezig horen, het eerste
pianoconcerto van Frédéric Chopin, een van de weinige
concerto's trouwens die ze nog in de concertzaal uitvoert.
Zij brengt dit werk, dat ze intussen zo goed moet kennen,
met de voor haar zo typische (en ongehoorde) drive,
kracht, welluidendheid, maar ook, in het trage deel, met
een bewogen lyriek. Waarschijnlijk klonk de finale van dit
concerto op cd nog nooit zo briljant, wervelend en fors
aangezet als hier. Het Orchestra della Svizzera Italiana
en dirigent Jacek Kaspszyk moeten werkelijk alles uit de
kast halen om hun gedreven soliste te kunnen volgen.
Er zijn natuurlijk nog opmerkelijke pianisten te horen,
Argerichs oude maatje Stephen Kovacevich bijvoorbeeld, die
samen met haar Bartoks sonate voor 2 piano's en percussie
vertolkt; Lilya Zilberstein en Sergej Edelmann spelen het
elegant-virtuoze Rondo op.73 voor 2 piano's van Chopin en
Nicholas Angelich en Lily Maisky brengen de Variaties op
een thema van Schumann van Johannes Brahms. Hoogtepunten
zijn zeker de twee stukken van Schumann, met telkens
Martha Argerich samen met een van de Capuçon-broers:
Renaud in de eerste vioolsonate en Gautier in het adagio
en allegro op.70.
Voorts, en dat maakt deze Lugano-uitgaven zo bijzonder,
valt er ook nog wel heel wat repertoire te ontdekken:
pianokwintetten deze keer, van Erich Korngold, Enrique
Granados en Alfred Schnittke. Andere werken lijken meer
voor het effect gekozen, zoals de bewerking voor drie
piano's van de Suite de Vuurvogel van Stravinsky of de
Fantasie op Porgy and Bess van Percy Grainger. Waardevol
is wel Liszts eigen transcriptie voor 2 piano's van zijn
symfonische gedicht Les Préludes, met veel panache
gebracht door Daniel Rivera en Martha Argerich zelf.
|
|
 |
Vivaldi -
Prima Donna
Nathalie Stutzmann, alt; Orfeo 55 o.l.v. Nathalie
Stutzmann
Vele jaren is Nathalie Stutzmann al een bekende stem in
het land van lied en opera. Een bijzonder geluid want de
Française beschikt over een diepe, donkere contra-alt.
Uiterst geschikt voor dramatische aria’s in oratoria en
cantates, en ook in liederen waar een vrouwenstem zich
normaal niet aan waagt, blinkt zij uit. Stutzmann leerde
zingen aan de hand van haar moeder en kreeg later les van
de legendarische Hans Hotter.
Onlangs tekende Stutzmann een exclusiviteitscontract bij
Deutsche Grammophon – na ongeveer 75 cd’s bij diverse
andere firma’s - en het eerste resultaat daarvan is een cd
met aria’s van Vivaldi: ‘Prima Donna’.
Ook bijzonder is dat zij haar eigen instrumentaal ensemble
heeft en dat ook dirigeert: Orfeo 55. Een kamerorkest
waarmee ze op tournee gaat en nu dus een eerste cd heeft
opgenomen.
‘Prima Donna’ is een ode aan de aria’s die Vivaldi
componeerde voor de grote contra-alten van zijn tijd.
Muziek uit o.a. Juditha Triumphans, Orlando furioso, Il
Giustino. Stutzmann omschrijft deze cd als “een droom die
uitkomt”. Een reactie ook op het overwicht van opnames met
contra-tenoren in dit repertoire.
Is het ook voor de luisteraar een droom die uitkomt? Toch
vooral ‘ja’ en misschien hier en daar een beetje ‘neen’.
Ja, omdat Stutzmann met haar stem meteen indruk maakt: ze
kan kleuren en nuanceren, woede en vreugde combineren,
ongegeneerd in de huid van haar vaak dramatische
hoofdfiguren kruipen. Ze is een geboren actrice die de
muziek vastgrijpt om die maar zelden los te laten. Wat is
dan het bezwaar nu en dan? Wel, ze doet soms iets te veel.
En dat hoor je aan haar stem. Stutzmann begint dan een
beetje onzuiver te klinken, op het onjuiste af. Ze offert
de zangtechniek die tot schoonheid moet leiden op aan het
theaterbeest in haar. Dat zijn de mindere momenten op
‘Prima Donna’.
Maar toch primeert het genot en de vreugde om een
intrigerende stem en aan avontuurlijke zangeres die zonder
compromissen haar eigen weg gaat. Goed dat ze op die weg
Vivaldi heeft ontmoet …
|
|
 |
Ludwig van Beethoven -
Strijkkwartetten op.18/3, op.18/5 &
op.135 - Artemis Quartet
Met deze uitgave van twee vroege strijkkwartetten en het
laatste kwartet dat Beethoven voltooide, is de cyclus van
het Artemis Quartet voor Virgin classics compleet.
Hopelijk brengen ze daar de verschillende afzonderlijke
volumes ook uit in één doos, want deze integrale opname
was echt een aaneenrijging van hoogtepunten.
De cd opent heerlijk: het openingsallegro van het
strijkkwartet in A, het nummer 5 van het op.18, klinkt
hier als een energiek en dansant lied. De leden van het
Artemis Quartet spelen daarbij met een verbluffende
technische beheersing en een niet aflatende nervositeit.
Knap is ook de manier waarop zij spelen met klankkleur en
dynamiek in de variaties van het derde deel, andante
cantabile. De finale is een wervelend en opwindend
ritmisch spel van vraag en antwoord tussen de vier
voortreffelijke leden van dit ensemble.
Dezelfde kwaliteiten (trefzeker en alert samenspel, een
perfecte ensembleklank en een uitzonderlijke inzet) hoor
je ook in het derde kwartet van het op.18, in feite het
eerste strijkkwartet dat Beethoven voltooide, voor het
einde van het jaar 1798.
De muzikale taal verandert daarna natuurlijk grondig in
het laatste strijkkwartet, het raadselachtige nummer 16,
want we bevinden ons dan helemaal aan het andere eind van
de compositorische carrière (en leven) van Ludwig van
Beethoven. De leden van het Artemis Quartet brengen een
verrukkelijke finesse in het Allegretto en kracht en een
ongehoorde ritmische verscheidenheid in het daarop
volgende Vivace. Het Lento assai klinkt eerder geladen en
spannend dan vredig en de dwingende (inleidende grave) en
bruisende finale sluit dit kwartet en deze integrale
schitterend af.
|
|
 |
Nielsen -
Symfonieën 4 & 5 - Sir Colin Davis
83 is hij intussen al, maar Sir Colin Davis is actiever
dan ooit tevoren. Bij het eigen label van het London
Symphony Orchestra verscheen zopas het eerste volume van
een integrale opname van de zes symfonieën van Carl
Nielsen. Davis en het LSO spelen deze werken al sinds de
lente van 2009 in de concertzaal, en de overige twee
volumes zullen nog dit jaar uitkomen.
De symfonieën van de Deense componist Carl Nielsen
genieten nog altijd niet de populariteit van bijvoorbeeld
die van Sibelius, een andere grote componist uit het
Noorden. Maar intussen zijn er toch al enkele
voortreffelijke opnamen in de catalogus.
Nielsen begon in 1914 met het schrijven zijn vierde
symfonie, met de moeilijk te vertalen bijnaam (het
Onuitwisbare of nog, in slecht Nederlands, het
Onuitdoofbare); pas twee jaar later was ze voltooid. De
componist gaf zelf een toelichting bij de titel van deze
symfonie: "Een soort van symfonie in één deel die de
ambitie heeft alles wat we denken en voelen over het leven
op te voeren, d.w.z. alles wat de wil heeft te leven en te
handelen. Alles kan onder dit idee vallen, en de muziek is
een uiting van het Leven." Het is alleszins muziek die
haar geheimen bij een eerste beluistering niet meteen
prijsgeeft: daarvoor is ze wellicht te tumultueus en
chaotisch. Maar er zijn ook momenten van rust (het
Brahms-achtige Poco Allegretto, met belangrijke partijen
voor de blazers) en bezinning (Poco Adagio) in deze
symfonie. En de finale, met daarin een heus duel tussen
twee paukenisten, blijft een fascinerend stuk.
Sir Colin Davis toont een feilloos aanvoelen voor de
stroom en de beweging van deze symfonie, en hij brengt
dramatiek en een dwingende kracht in deze live-uitvoering.
De leden van het LSO volgen de oude meester met grote
inzet, een fraaie klank (blazers!) en een opmerkelijke
concentratie, en ook de opname is uitstekend (al kan je
Sir Colin af en toe wel horen kreunen en neuriën).
De op vele vlakken vernieuwende vijfde symfonie, met een
cadens voor kleine trom, is tweedelig, en wordt vaak als
het mooiste werk van Nielsen beschouwd. Hij maakte de
eerste schetsen ervan in 1920, enkele jaren na de Eerste
Wereldoorlog dus, waarvan de gruwelen hem erg hadden
aangegrepen.
Davis laat deze vijfde beginnen met een dreigende
spanning, en zijn controle over de ingewikkelde opbouw van
het tweede deel is ronduit indrukwekkend.
Een grote versie dus, te plaatsen naast de
referentie-opnames o.l.v. Paavo Berglund (RCA) en Herbert
Blomstedt (Decca).
|
|
 |
Katsjatoerjan - Spartacus - Gayaneh - Kirill Karabits
Bournemouth Symphony Orchestra o.l.v. Kirill Karabits
Aram Katsjatoerjan: Spartacus (delen) - Gayaneh (delen)
Op 12 augustus 2009, tijdens de Proms, leidde de
Oekraïense dirigent Kirill Karabits het Bournemouth
Symphony Orchestra in uittreksels van Spartacus en Gayaneh
van de Armeense componist Aram Katsjatoerjan. Dit concert
maakte van Karabits een heuse ster, en het betekende ook
het begin van zijn chef-dirigentschap in Bournemouth.
Logisch dus dat deze eerste cd bij Onyx van de combinatie
Bournemouth/Karabits precies een uitgebreide selectie van
die balletmuziek bevat. We mogen dit jaar trouwens nog
opnamen van deze uitvoerders verwachten, dan met werk van
Tsjaikofski en Moessorgski.
In feite danken deze twee balletten hun bekendheid aan het
succes van één nummer: in het geval van Spartacus, dat
zijn première kreeg in 1956, is dat het weelderige Adagio
dat in de jaren zeventig met veel effect werd opgepikt in
de toen erg populaire BBC-reeks The Onedin Line; en de
wilde Sabeldans uit het vroegere Gayaneh kennen we
natuurlijk in allerlei bezettingen en arrangementen.
Voor het overige stopte Katsjatoerjan deze muziek
(over)vol met voornamelijk wervelende volksmelodieën uit
zijn geboorteland Armenië.
Dat levert bij momenten behoorlijk woelige muziek op, met
spectaculaire partijen voor de houtblazers en slagwerkers.
En o.l.v. Karabits spelen de leden van het Bournemouth
Symphony Orchestra dit alles met hoorbaar enthousiasme en
veel inzet. Probeer maar eens het adembenemende 'Lezginka',
of 'Gopak', de afsluitende dans op deze cd. Maar ook in de
stukken die minder op effect werken, wordt er fraai
gemusiceerd. Zo hebben de strijkers een warme en rijke
glans in 'De dans van de meisjes' en in 'Aysha's
monoloog'. In 'Uzundera' laat de klarinet haar roep met de
nodige verleiding en exotisme weerklinken, en de hobo
bezingt met veel effect de steppe in 'Aysha en Gayane'.
Erg aardige uitvoeringen dus van muziek die je best met
enkele delen per keer beluistert0.
|
|
 |
Mahler -
Symfonie nr. 4
Rosemary Joshua, sopraan; Orchestre des Champs-Elysées
o.l.v. Philippe Herreweghe
Philippe Herreweghe verlaat Harmonia mundi en begint met
zijn eigen cd-label Phi: dit bericht zorgde wel voor enige
deining in het anders toch niet zo gemakkelijk in
beroering te brengen klassieke muziekwereldje. Of het
overlijden begin dit jaar van Bernard Coutaz, de oprichter
en grote bezieler van Harmonia mundi, iets met deze
beslissing te maken heeft is niet duidelijk. Vast staat
wel dat Herreweghe alleen nog muziek die hij zelf
waardevol vindt wil uitvoeren en opnemen, en dat hij niet
langer tegemoet wil komen aan de commerciële wensen en
grillen van cd-bazen.
Op deze eersteling van het PHI-label vind je de vierde
symfonie van Gustav Mahler. Dit is niet het
Mahler-cd-debuut van Herreweghe: herinner u zijn
voortreffelijke versie van Des Knaben Wunderhorn, die vier
jaar geleden verscheen. Ook deze nieuwe opname maakt grote
indruk.
Dat komt in de eerste plaats natuurlijk door de ongewoon
doorzichtige en heldere orkestklank. De relatief kleine
bezetting, de strijkers op darmsnaren, de oude
blaasinstrumenten: het is allemaal, eerlijk gezegd, wel
even wennen, maar het werkt. Je hoort, geholpen door de
transparante en analytische opname, oneindig veel details,
en de winst op het gebied van kleur (blazers, maar ook het
slagwerk) en beweeglijkheid (strijkers) is opmerkelijk.
Vreemd genoeg lijkt deze vierde symfonie, uitgevoerd op
oude instrumenten, alleen maar aan moderniteit te winnen.
Daarnaast toont Herreweghe ook een grote vertrouwdheid met
de stijl en het idioom van Gustav Mahler. In zijn
benadering, waarin een grote getrouwheid aan de partituur
en het navolgen van de nauwgezette aanwijzingen van de
componist centraal staan, blijft er alle plaats voor
poëzie, charme, frisheid en een zekere ironie.
Onbegrijpelijk in dit opzicht is zijn keuze voor sopraan
Rosemary Joshhua. Met haar forse vibrato en
overexpressieve, theatrale stijl gaat ze voorbij aan de
zonnig-naïeve, maar ook duistere kant van het
Wunderhorn-lied 'Das himmlische Leben'.
|
|
 |
Hélène
Grimaud - Resonances
Wolfgang Amadeus Mozart: Sonate nr.8 in a voor piano
KV310; Alban Berg: Sonate voor piano op.1; Franz Liszt:
Sonate in b voor piano; Bela Bartok: Roemeense dansen
Hélène Grimaud houdt wel van enig contrast in haar
concert- en cd-programma's. Denk maar aan haar debuut bij
DG uit 2003, waarop ze muziek van Arvo Pärt en Ludwig van
Beethoven combineerde. Het uitgangspunt op deze nieuwe cd
is van meer geografische aard: de keizerlijk-koninklijke
Donau-monarchie. Wenen natuurlijk, met Mozart en Berg
(vertegenwoordigers van de zogeheten eerste en tweede
Weense School), maar ook het Hongarije van Franz Liszt en
Bela Bartok.
Met haar uiterst precieze, intense spel en transparante
stijl, overtuigt Grimaud het meest in de technisch erg
veeleisende sonates van Berg en Liszt. Zij gidst je
feilloos door deze grote muzikale drama's, en wijst je
onderweg op de talloze fraaie details. Daardoor straalt
haar spel een grote zekerheid en vastberadenheid uit.
Een zekerheid die in de sonate KV310 van Mozart helaas in
aanstellerige overmoed lijkt om te slaan. Met haar
glinsterende passagewerk, ongewone tempowisselingen, niet
ter zake doende pauzes en overdramatische spel met
dynamische contrasten gaat ze helemaal voorbij aan het
zangerige karakter, de verinnerlijkte poëzie en de
melodische kracht van dit werk.
Daarom ook een gemiddelde score van drie sterren voor deze
nieuwe uitgave.
|
|
 |
Cecus
Graindelavoix o.l.v. Björn Schmelzer
Anoniem: Romance de la muerte del muy esclarecido rey don
Felipe; Pierre de la Rue: Plorer, gemir, crier - Delicta
juventutis - Absalon, fili mi - Doleo super te; Alexander
Agricola: Cecus non judicat de coloribus, prima pars &
secunda pars - Fortuna desperata - Si dedero sompnium
oculis meis - L'eure est venue - Je n'ay dueil que de vous;
Juan de Anchieta: Musica quid defles; Nicolas Champion: De
profundis clamavi; Josquin Desprez: Nymphes des bois
De jongste cd van het Ensemble Graindelavoix is opnieuw
een knappe verzameling van polyfonie rond een bepaald
onderwerp, meer bepaald 'blindheid'. 'Cecus non judicat de
coloribus' is de titel van een motet van Alexander
Agricola, een driestemmig werk zonder tekst. Gelinkt aan
deze compositie koos dirigent Björn Schmelzer werken die
te maken hebben met 'blindheid', en dit in de ruimste zin
van het woord. Zo voegt hij er een aantal werken aan toe
die triestheid, rouw en ellende oproepen zodat de (blinde)
ogen zich met tranen vullen.
Of Agricola echt blind was, weten we niet, maar voor
Schmelzer is er bijna geen andere mogelijkheid. Hij
veronderstelt dat Agricola 'inwendig' kon zien, vanuit
zijn muzikaal geheugen, vanuit de orale traditie.
Vanaf 1500 was Agricola cantor aan de hofkapel van
Ferdinand I in Castilië. Een hofkapel die in die tijd hoog
aanzien genoot. Een van zijn collega's daar was Pierre de
la Rue, van wie ook enkele composities op deze cd staan.
Ook het prachtige 'Nymphes des bois' van Josquin werd
opgenomen, net als een psalm van Nicolas Champion. De cd
opent met een anonieme Romance die de dood betreurt. Dit
werk wordt gezongen door sopraan Olalla Alman. Met haar
volle warme stem zet ze een onovertroffen interpretatie
neer van dit werk. Ook in de andere solowerkjes klinkt
haar stem prachtig. De andere sopraan, Patrizia Hardt,
zingt ook heel erg mooi, en met veel naturel.
De werken waarin het hele koor meezingt, wisselen een
beetje van niveau. Heel bewust kiest Schmelzer voor een
heterogene bezetting, en dat maakt dat er regelmatig
stemmen extreem uit hun context springen. En natuurlijk
hoeft het niet altijd de gladgestreken interpretatie van
een Engelse groep als bijvoorbeeld Stile Antico te zijn.
Homogeniteit is niet per sé een must in polyfonie, maar
toch vallen sommige stemmen op deze opname soms net iets
te veel op. Tot slot staan er nog enkele instrumentale
werken op. De muzikanten spelen met veel vrijheid,
improvisatorisch, op een hoog niveau.
Globaal gezien is dit een hele knappe opname, zeer
weldoordacht samengesteld, een must voor een
polyfonieliefhebber!
|
|
 |
Sibelius - Vioolconcerto
Frank Peter Zimmermann, viool; Helsinki Philharmonic Orchestra
o.l.v. John Storgards
Jean Sibelius: Concerto in d voor viool en orkest op.47 - De
Bard op.64 - De Woudnimf
Het vioolconcerto van Jean Sibelius is een erg vaak uitgevoerd
en opgenomen werk. Ook voor Frank Peter Zimmermann is dit al
zijn tweede cd-versie (de andere dateert van 18 jaar geleden).
En toch springt deze nieuwe opname eruit. Dat ligt voor een deel
zeker aan het begeleidende Finse orkest: de leden van het
Helsinki Philharmonic Orchestra ademen deze muziek zowat, en
o.l.v. John Storgards spelen ze hier met veel fraaie details,
kracht en verbeelding.
Zimmermann zelf toont een grote emotionele controle in het lange
openingsdeel; zijn verhalende vermogen hier is erg bijzonder. In
het tweede deel wordt de toon gloedvoller en hartstochtelijker.
Zijn feilloze tempokeuze in de finale ten slotte, toont opnieuw
hoe bedachtzaam en oplettend hij dit virtuoze showstuk wil
aanpakken.
De toegiften op deze cd, de symfonische gedichten De bard en De
houtnimf, worden heel wat minder uitgevoerd. En toch zijn het
prachtige voorbeelden van de vertellende vaardigheden en knap
uitgewerkte muzikale karakterschetsen van Sibelius. Ook deze
twee stukken krijgen een rijke, toegewijde en vindingrijke
vertolking.
|
|
 |
Telemann -
Complete Tafelmusik
Freiburger Barockorchester o.l.v. Petra Müllejans en
Gottfried von der Goltz
Toen Georg Philipp Telemann in 1733 zijn 'Musique de table'
(Tafelmuziek) uitbracht, trok hij in zekere zin definitief
een streep onder een jarenlang durend en soms ook
verbitterd muziekhistorisch debat.
Wat voorafging was een periode waarin Italianen en Fransen
met elkaar streden over de goede muzikale smaak. De
Italiaanse componisten zetten alles in op een virtuoze en
briljante schrijfwijze, en dit vooral in concerto's en
sonates. Hun Franse collega's/tegenstanders mikten vooral
op elegantie en discretie, in suites en balletten.
Telemann, in denken en doen een overtuigde Europeaan,
vermengde deze twee stijlen (samen met nog enkele andere)
in zijn onvoorstelbaar omvangrijke en gevarieerde oeuvre.
En zijn Tafelmuziek was hiervan een schitterend voorbeeld.
In feite is deze Tafelmuziek een grote cyclus in drie
onderdelen, die alle volgens een vast stramien zijn
opgebouwd: een ouverture (voor tijdens het aperitief),
kwartet (voorgerecht), concerto (hoofdgerecht), trio
(tussengerecht), sonate (dessert) en conclusie (kaas met
wijn of koffie), een zesgangenmenu zeg maar. Maar de
Tafelmuziek herleiden tot begeleidingsmuziek bij een reeks
culinaire genoegens, is al te gemakkelijk. Deze cyclus is
een wonderbaarlijk werk vol fantasie en raffinement, dat
ook nog eens bijzonder knap is opgebouwd, met kleurrijke
combinaties van de meest verscheidene instrumenten en met
een virtuoos gebruik van zowel de Franse ouverture als de
Italiaanse trio- en solosonate. Het is niets minder dan
een meesterwerk.
En zo dachten ze er in de tijd van Telemann ook al over.
En zo presenteert het Freiburger Barockorchester o.l.v.
Petra Müllejans en Gottfried von der Goltz het nu ook,
integraal, in een gedisciplineerde, gedreven, weelderige
en prachtig opgenomen uitvoering.
Vier cd's, vier uur Telemann, en geen seconde verveling.
Italiaanse en Franse kookkunst, op Duitse wijze op smaak
gebracht. Het klinkt een beetje vreemd, maar het smaakt
uitstekend. |
|
 |
Wagner -
Parsifal
Gary Lehman, tenor; René Pape, bas; Evgeny Nikitin,
bas-bariton; Violeta Urmana, sopraan; Mariinsky Orchestra
o.l.v. Valery Gergiev
Na het componeren van zijn monumentale Ring des Nibelungen
had Wagner vijf jaar nodig om te bekomen. Maar daarna dook
hij weer in de wereld van de legendes en schreef Parsifal.
Gebaseerd op drie legendes uit de Middeleeuwen: die van de
Heilige Graal die het bloed van Christus zou bevatten, het
verhaal van de Ridders van de Ronde Tafel, en als
belangrijkste Parsifal. Parsifal is de reine dwaas van het
medelijden, maar hij is geen meelijwekkende figuur. Voor
hem is de ultieme zingeving niet het leven an sich, wel de
aanvaarding van het geloof. Je zou kunnen zeggen dat
Wagner hier wat afstand neemt van een romantisch utiopia
maar meer evolueert naar een subtiele intellectuele
analyse.
Van Parsifal zijn niet veel integrale opnames. De oude
versie met Hans Knappertsbusch blijft tot op vandaag de
standaard, en de nieuwste van Valery Gergiev is in vele
opzichten de tegenpool van de mystiek waar Knappertsbush
zo de nadruk op legt in zijn benadering. Gergiev is een
Rus en zijn Parsifal klinkt soms als Boris Godoenov van
Mussorkgsky: donker Russisch met een bijna dreigende
ondertoon. Dat is nog wat anders dan de Germaanse retoriek
van Knappertsbush, maar is het een betere of misschien
minder efficiënte benadering?
Dat hangt vooral af van de verwachtingen van de
luisteraar. Wie zoekt naar bijna mystiek-rituele muziek
zal bij Gergiev op z'n honger blijven zitten. Toch heeft
deze wat meer aardse benadering ook z'n mooie kanten: de
blazers van het Mariinsky Orkest zijn ijzersterk, Gergiev
voegt aan de muziek een stuwende passie toe die
Knappertsbusch nooit zou aangedurfd hebben, en Gergiev
heeft enkele zangers ter beschikking die met hart en ziel
én juist zingen: Gary Lehman is een geloofwaardige
Parsifal en René Pape is in de rol van Gurnemanz helemaal
op zijn plaats. Ook de Kundry van Violeta Urmana is
overtuigend, al laat ze soms toch wat te veel haar vibrato
de vrije loop.
Valery Gergiev levert een gedragen Parsifal af, geduldig
gedirigeerd, en misschien wel heel geschikt voor een 21ste
eeuws publiek dat hoe langer hoe minder voeling heeft met
religieuze symboliek.
|
|
 |
Caldara in
Vienna
Philippe Jaroussky, contratenor; Concerto Köln o.l.v.
Emannuelle Haïm
Antonio Caldara: Aria's uit L'Olimpiade, Demofoonte, La
clemenza di Tito, Temistocle, Scipione nelle Spagne,
Ifgenia in Aulide, Adriano in Siria, Lucio Papirio
dittatore, Enone, Achille in Sciro
Klara's oordeel
Er zijn nog zekerheden in het leven: de nieuwe cd van
Philippe Jaroussky kopen en wéten dat het goed is. Het
helpt natuurlijk als je van barokmuziek en van het
contratenor-timbre houdt.
Want ook in zijn nieuwste cd - Caldara in Vienna.
Forgotten castrato aria's - blijft Jaroussky zijn 'missie'
trouw en gaat hij op zoek naar vergeten (barok)aria's voor
de hoogste mannenstem. Na de focus op Carestini en Johann
Christian Bach, laat Jaroussky zijn licht schijnen over
het werk van Antonio Caldara (1670/71-1736). Caldara was
een meer dan verdienstelijk componist, maar enigszins een
buitenbeentje, moeilijk in een bepaalde school of stroming
te plaatsen. Hij had geen hechte groep leerlingen of fans
en raakte in vergetelheid.
De selectie van Jaroussky biedt een fraaie bloemlezing
aria's uit Caldara's weinig gekende opera's. Jaroussky
tovert in virtuoze passages, maar ook met aandacht voor
het melodieuze, een waaier van emoties tevoorschijn:
woede, medelijden, verwarde liefdesgevoelens...
Jaroussky werkte al eerder samen met Emmanuelle Haïm (Carestini).
Hier leidt ze Concerto Köln. Deze groep is vertrouwd met
oude muziek en doet waar ze goed in is. Ze begeleidt
Jaroussky met overtuiging, met dynamische accenten én
lyrische bescheidenheid waar nodig. Een pluim ook voor de
mooie interventies van verscheidene solisten (blazers!).
Het is uitkijken naar de concert-versie van deze cd. Want
wie Jaroussky al live aan het werk zag, weet dat hij met
zijn natuurlijke souplesse en uitstraling nóg meer
charmeert dan op cd.
Wat een zanger (zucht).
|
|
 |
Rodrigo -
Concierto de Aranjuez
Xuefei Yang, gitaar; Orquestra Simfonica de Barcelona i
Nacional de Catalunya o.l.v. Eiji Oue
Joaquin Rodrigo: Concerto de Aranjuez - Invocacion y danza;
Stephen Goss: The Albéniz Concerto; Isaac Albéniz: Espana
op.165
De gitaar wordt vaak stiefmoederlijk behandeld in de
wereld van de klassieke muziek. Velen vinden haar nog te
veel een volksinstrument en ja, de gitarist moet in zijn
zoektocht naar repertoire vaak grijpen naar bewerkingen.
En toch, er zijn verschillende componisten die de gitaar
alle eer aandoen. We denken aan Rodrigo,
Castelnuovo-Tedesco, Villa-Lobos of Piazzolla Als hun
muziek dan nog eens uitgevoerd wordt door een
uitzonderlijke artieste als Xufei Yang, dan zouden zelfs
de grootste tegenstanders wel eens kunnen bijdraaien.
Xufei Yang (°1977) zou je de Hilary Hahn of de Julia
Fischer van de gitaar kunnen noemen. Net als de twee
violistes is zij een bijzonder begaafde muzikante die haar
instrument op en top beheerst. Yang (of ook wel Fei) wordt
een beetje beschouwd als de eerste gitariste in China na
de Culturele Revolutie. Toen ze op haar tiende haar eerste
publieke optreden gaf, was de Spaanse ambassade zo onder
de indruk dat ze haar een heuse concertgitaar cadeau
deden. Vier jaar later debuteerde ze in Madrid: Joaquin
Rodrigo zat in het publiek. En wanneer John Williams haar
hoorde spelen, schonk deze prompt twee instrumenten uit
zijn persoonlijke collectie aan het conservatorium van
Peking, Yangs geboortestad.
Op deze nieuwe cd, haar vijfde al ondertussen, combineert
Yang het bekende Concerto de Aranjuez van Rodrigo met een
nieuw concerto dat speciaal voor haar gecomponeerd werd:
The Albéniz Concerto van Stephen Goss (°1964), een
melodieus vijfdelig werk gebaseerd op muziek van Isaac
Albeniz. Daarnaast horen we Fei ook solo in haar eigen
bewerking van Albeniz' suite, Espana op. 165.
Dat The New York Sun over Fei spreekt als 'one of the most
extraordinary instrumentalists of the world', verbaast ons
niet. Wat een techniek en virtuositeit! Vingerbrekende
loopjes en grepen, het lijkt allemaal moeiteloos uit haar
handen te vloeien. En dat alles met een trefzeker toucher.
Yang weet ook het Spaanse karakter van de muziek volledig
te assimileren. Ze speelt vurig en toch gefocust.
Daarnaast verliest ze de verschillende klankregisters van
haar instrument niet uit het oog.
In de concerti gaat het orkest voluit. In de muziek van
Goss klinkt het soms een beetje te voluptueus waardoor de
gitaarpartij wat op de achtergrond raakt. Maar al bij al
is deze cd is een zeer aantrekkelijke opname geworden vol
Zuiderse kleuren, ideaal om de winterse huiskamer te
verwarmen.
|

|
Korngold - The String Quartets
Doric String Quartet
Erich Wolfgang Korngold: Strijkkwartet nr.1 in A op.16 -
Strijkkwartet nr.2 in Es op.26 - Strijkkwartet nr.3 in D
op.34
Het Britse Doric String Quartet bestaat al 12 jaar, maar
pas vorig jaar maakte het zijn opnamedebuut met een live
Haydn-programma uit de Londense Wigmore Hall. Deze nieuwe
cd, de eerste bij Chandos, is ook erg veelbelovend.
De muziek van Erich Wolfgang Korngold doet het de laatste
tijd erg goed op cd: de voortreffelijke uitvoeringen van
zijn vioolconcerto volgen elkaar in sneltempo op, zijn
filmmuziek kan rekenen op de aandacht van de grootste
orkesten en dirigenten, en deze nieuwe integrale versie
van zijn strijkkwartetten volgt erg snel op die van het
Aron Quartet (bij CPO). De derde complete opname van het
Flesch Quartet verscheen origineel bij ASV en is nu voor
een prikje te koop bij Brilliant classics.
Korngold begon met zijn nog aan Mahler schatplichtige
eerste kwartet in 1920 en voltooide het drie jaar later,
na zijn meesterwerk Die tote Stadt. Het tweede kwartet
schreef hij vlak voor zijn eerste bezoek aan Hollywood in
1933. Hierin verheerlijkte Korngold de natuur en de
landschappen van zijn geboorteland Oostenrijk. Het derde
kwartet ten slotte, waarin hij thema's uit zijn filmmuziek
verwerkte, kwam er in 1944, tijdens zijn ballingschap in
Amerika.
Met hun snedige muzikale ideeën, gedurfde harmonieën,
unieke Weense bekoorlijke stijl en wervelende opbouw,
illustreren deze drie kwartetten perfect de stijl van
Korngold.
De leden van het Doric String Quartet vertolken ze met een
verbluffende toewijding, een lichte, soepele stijl, een
groot aanvoelen voor de onderliggende emotionele lagen en
een met een opmerkelijke ensembleklank.
|
|
 |
Beethoven -
Symphonie 4 & 6 'Pastorale'
Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer
Sterdirigent Iván Fischer begon zijn carrière in de jaren
1970 als assistent van Nikolaus Harnoncourt. Dat heeft
sporen nagelaten, want Fischer is niet alleen
chef-dirigent van het door hemzelf in 1983 Sterdirigent
Iván Fischer begon zijn carrière in de jaren 1970 als
assistent van Nikolaus Harnoncourt.
|
|
 |
Elina Garanca,
Habanera
Aria's en liederen van Bizet (Carmen) en anderen.
Met haar in zigeunercontext gesitueerde album Habanera
toont Elina Garanca aan dat cross-over niet per se
obligaat of smakeloos hoeft te zijn. Ze vermijdt daartoe
uiteraard het al te populaire genre waar Rolando Villazón
elders in grossiert.
|
|
 |
Chopin - 14 Nocturnes op.9, 32,
37 Pools Nationaal Chopin
Instituut
De milde en toch heldere klank van een Erard uit 1849
harmonieert bijzonder met Chopins Nocturnes. Getuigen van
Chopins eigen spel vermelden consequent hoe delicaat en
zacht hij speelde. Meesterhanden kunnen dit op een moderne
concertvleugel benaderen, op een instrument uit Chopins
tijd kan dit effect echt bereikt worden. |
|
 |
Beau Soir
Janine Jansen (Viool), Itamar Golan (piano)
’t Wordt saai. Het is wederom prachtig, het nieuwe album
‘Beau soir’ van Janine Jansen met pianist Itamar Golan.
Hoe komt het toch dat Janine Jansen nooit een steek laat
vallen. Dat alles wat ze onderhanden neemt glans en
betekenis krijgt. Er lijken krachten aan het werk die het
bij anderen nog wel eens laten afweten maar die bij haar
tot een voortdurende staat van ontvankelijkheid leiden.
|
|
 |
Dvarionas -
Viooconcert in b; Pezzo eligiaco. Korngold: Vioolconcert
in D op. 35
Vadim Gluzman (viool), Residentie Orkest o.l.v. Neeme
Järvi
Dirigent Neeme Järvi nam voor het label Chandos
recentelijk twee werken op uit het ijzeren repertoire, de
Vijfde van Bruckner en de Zevende van Mahler. De ontvangst
van die beide uitgaven was niet onverdeeld positief, maar
deze nieuwkomer op het label BIS is een schot in de roos.
|
|
 |
Händel -
Ombra cara (aria's uit Amadigi di Gaula - Agrippina -
Riccardo primo - Tolomeo - Orlando - Radamisto - Rodelina
- Sosarme)
Bejun Mehta (countertenor), Rosemary Joshua (sopraan),
Freiburger Barokorchester o.l.v. René Jacobs
In Nederland kennen we de Amerikaanse countertenor Bejun
Mehta sinds 2005, toen hij de titelrol vertolkte in
Händels Tamerlano, in de ‘Drottningholm’- enscenering van
Pierre Audi. Tijdens het afgelopen Holland Festival was
hij er ook, als Cardenio in Conti’s tragikomedie Don
Chisciotte, onder René Jacobs.
|
|
 |
Strauss - Orkestliederen
Diana Damrau (sopraan),
Münchner Philharmoniker o.l.v. Christian Thielemann
Operaliefhebbers wisten het
al: Diana Damrau is een sopraan die de afgelopen paar
jaren als een komeet omhoog is geschoten aan het vocale
firmament. Met een op de televisie uitgezonden vertolking
van Gilda uit Rigoletto.
|
|
 |
Wagner - Der
Ring - Tristan und Isolde - Parsifal (arrangementen van
Henk de Vlieger)
Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart
Voor mensen die wel van Wagner maar niet van zingen houden
– zouden die bestaan? – is dit natuurlijk de cd-productie
waarvan ze gedroomd hebben. Hier geen samenraapsel van
orkestfragmenten uit enkele muziekdrama’s van de meester.
|
|
 |
Italian Concertos
Werken van Vivaldo, Marcello, Albinoni, Cimaroso en
Tartini
Alison Balsom (trompet), Scottisch Ensemble o.l.v.
Jonathan Morton
Alison Balsom is in korte tijd uitgegroeid tot het
boegbeeld van de moderne trompet. Ze staat internationaal
in de schijnwerpers en heeft inmiddels twee goed ontvangen
cd’s achter haar naam staan bij EMI. |
|
 |
'Rabelais' •
Fay ce que vouldras • Plaisirs de gorge et joyeux
instruments
Les Sacqueboutiers - Ensemble Clément Janequin - Dominique
Visse direction

|
|
 |
Antonio
Vivaldi - Ercole sul Termodonte • dramma per musica in tre
atti RV710
Various soloists - Europa Galante - Fabio Biondi direction

|
|
 |
Carl Philipp Emanuel -
Six Sonatas with Varied Reprises
Miklós Spányi clavichord
 |
|
 |
Christoph Graupner - Ein Weihnachtsoratorium
Amaryllis Dieltiens & Elisabeth Scholl sopranos -
Lothar Blum & Reinoud van Mechelen tenors - Stefan
Geyer bass - Ex Tempore
Mannheimer Hofkapelle - Florian Heyerick direction
 |
|
 |
Georg Philipp Telemann - Title: Wind Concertos Vol. V
La Stagione Frankfurt - Michael Schneider direction
 |
|
 |
Georg Friedrich Händel - Solo Cantatas
Marianne Beate Kielland mezzo-soprano - Bergen
Barokk
 |
|
 |
Heinrich Anton Hoffmann - 4
Grands Duos Concertants (Opus 5, nos. II, III & VI, Op. 6
No. I)
Jansa Duo • Christine Rox violin - Klaus-Dieter Brandt
cello
 |
|
 |
Giovanni Girolamo Kapsberger - I Pastori di Bettelemme
(and other works)
Constanze Backes, Chiyuki
Okamura & Clementine Jesdinsky sopranos - Franz Vitzthum
countertenor - Christian Dietz tenor
Markus Flaig bass • Echo du Danube

|
Terug naar boven
Terug naar boven
Pagina
1
2
3
4
5
6
|
Voor een overzicht van
de bekroonde CD's, klik
hier
Voor een
overzicht van CD recenties, klik
hier
Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik
hier
Voor een overzicht van
Klara's 10, klik
hier
|
|
|
|
|