Muziekcentrum David Vergaelen & Co

 Sint-Katelijnestraat 69 - 2800 Mechelen
015 34 32 63
0477 34 13 45
015 20 37 27
info@vergaelen.net

Liggingsplan - Contact- en Bestelformulier

 

Dinsdag - vrijdag doorlopend van 10u tot 18u

Zaterdag doorlopend van 10u tot 17u

Zondag en maandag gesloten.

 
 
 
 
 
 
 

Nieuwe CD's - 7
 

Muziekcentrum David Vergaelen & Co biedt u een reusachtige keuze CD's. Hieronder lichten we een tipje van onze recentste aanwinsten.

 

De enige CD waar je ooit spijt van krijgt, is degene die je niet gekocht hebt

 

 

 

 

Pagina 1 2 3 4 5 6

 

Voor een overzicht van de bekroonde CD's, klik hier

 

Voor een overzicht van CD recenties, klik hier
-

Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik hier

 

Voor een overzicht van Klara's 10, klik hier


Tchaikovsky: De Notenkraker / Edwin Rutten, Simon Rattle, Berliner Philharmoniker

Het Koninkrijk van Snoep en Suiker, een bad van hopjesvla met slagroom en een bed van spekkies: wie droomt er niet van. Verteller, radiopresentator en zanger Edwin Rutten, alias Ome Willem, tovert deze sprookjeswereld tevoorschijn op zijn nieuwe CD `De Notenkraker`. Rutten maakte een selectie uit de wereldberoemde balletmuziek van Tchaikovsky, uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle in een eerder dit jaar met een Edison bekroonde opname. Tussen de muzikale delen door vertelt hij zijn versie van het kerstverhaal waarin de Notenkrakerman tot leven komt, vecht met Koning Muis en verandert in een prins. In combinatie met het geluid van knappende haardvuren, hoefgetrappel en klinkende kerstklokken, is dit de Kerst CD voor kinderen van jong tot oud!


 O Kersnacht Schooner Dan De Daegen / Jan De Wilde, Currende

Kleinkunst ontmoet Barok! Voor het eerst in meer dan 10 jaar en de release van Oude Maan (2000) dook Jan De Wilde opnieuw een opnamestudio in voor heel bijzonder project in samenwerking met Klara. Samen met het bekende barokensemble Currende onder leiding van Erik Van Nevel selecteerde hij een aantal bekende en minder bekende Oud-Nederlandse kerstliederen waarvoor Piet Stryckers en Willem Ceuleers een nieuw arrangement schreven in de stijl van barokke meesters als Bach, Telemann, Buxtehude en Handel. Jan de Wilde vertolkt deze sfeervolle liedjes in zijn kenmerkende vertellende zangstijl en Currende is hierbij zijn virtuoze partner. Bovendien bevat O Kersnacht, Schooner Dan De Daegen ook 6 liedjes die worden gezongen door het kinderkoor Clari Cantuli onder leiding van Ria Vanwing, waarvan twee in duet met Jan De Wilde.


Christmas Carols / Parrott, Taverner Consort

De prachtigste oude (van de middeleeuwen tot aan de barok) Christmas Carols gezongen en gespeeld door het onvolprezen Taverner Consort & Choir onder leiding van Andrew Parrott. een heerlijke 4~CD set om tijdens de kerstdagen `iets` harder te zetten dan is toegestaan...Nu alleen dit weekend extra voordelig!


The Colours Of Christmas / John Rutter, Bach Choir, Royal Philharmonic

John Rutter, een van de meest populaire en gevierde componisten en dirigenten van het ogenblik, met zijn welbekende visie op muziek rondom Kerstmis. Een spiritueel en toch zeer feestelijk album. Met onder andere prachtige arrangementen van Ding Dong! Merrily On High / The Colours Of Christmas / Traditional: In Dulci Jubilo / What Is This Lovely Fragrance? / Away In A Manger / Hodie Christus Natus Est / Riu Riu Chiu / I Wonder As I Wander / Star Carol / Once In Royal David's City / Rutter: Silent Night / In The Bleak Midwinter/ Gabriel's Message.


Rachmaninov: Suites For Two Pianos

Rachmaninov`s meest indrukwekkende pianowerken worden hier uitgevoerd door twee weergaloze vertolkers van het romantische repertoire, Brigitte Engerer en Boris Berezovsky. Voor het Mirare Label heeft Boris Berezovsky de Rachmaninov Preludes al opgenomen, alsmede alle Rachmaninov en Chopin pianoconcerten. Brigitte Engerer wordt geprezen over de hele wereld voor haar uitzonderlijke artistieke volwassenheid en gevoeligheid, en voor de kracht en fijnheid van haar spel.


Heinrich Schütz - Musicalische Exequien - Vox Luminis - Lionel Meunier

Vox Luminis o.l.v. Lionel Meunier

Het requiem 'Musikalische Exequien' kwam voort uit de vriendschap tussen prins Heinrich Posthumus von Reuss en Heinrich Schütz. Zij leefden in een woelige en bloedige tijd: er was de Dertigjarige Oorlog en er braken epidemieën uit die een zware menselijke tol eisten, ook in de onmiddellijke omgeving van Schütz. De lutheranen beschouwden de dood als de ware voltooiing van hun aardse bestaan. En zo regelde de prins alle details van zijn begrafenis op voorhand, van de muziek die moest gezongen worden - gecomponeerd en uitgevoerd door Heinrich Schütz - tot de doodskist zelf, waarvan een detail op het hoesje van deze cd staat afgebeeld. De opdrachtgever koos zelf ook de teksten: een verzameling van verzen uit het Oude Testament en de Evangelies en Lutherse koralen.

Schütz bouwde het werk op in drie delen. Het eerste draagt de titel 'Concert im Form einer teutschen Begräbniss-Missa'. De Duitse tekst respecteert de geest van de traditionele Missa brevis en komt overeen met het Kyrie en Gloria. Het tweede is een motet: Herr wenn ich nur dich habe. Het laatste en derde stuk biedt een vertaling van het Canticum Simeonis: Herr nun lässet du deinen Diener in Frieden fahren.

Er zijn al enkele voortreffelijke uitgaven van deze 'Musikalische Exequien' verkrijgbaar. O.a. Philippe Herreweghe maakte er in 1987 al een bijzonder expressieve en toch verinnerlijkte opname van. Deze nieuwe versie van het Belgische ensemble Vox Luminis o.l.v. Lionel Meunier heeft misschien niet de glans en grootsheid van die van Herreweghe, maar ze heeft toch heel wat te bieden: een mooie, heldere ensembleklank bijvoorbeeld, voortreffelijke vocale solisten ook, en een opmerkelijk emotioneel evenwicht tussen gevoelens van treurnis en vroomheid en die van een glorievol eerbetoon aan de voorname overledene. De keuze voor een bescheiden continuo van viola da gamba en positief orgel past ook perfect in deze sobere, maar gedragen aanpak.

Voor de 'Musikalische Exequien' vindt u op deze cd even toegewijde uitvoeringen van zes rouwmotetten die Heinrich Schütz voor verschillende gelegenheden componeerde.


Mozart - Ouvertures - La Cetra - Andrea Marcon

La Cetra Barockorchester Basel o.l.v. Andrea Marcon

Wolfgang Amadeus Mozart: Ouvertures (16)

Het idee voor deze cd kwam er tijdens de opnamesessies voor een andere cd 'Mostly Mozart', waarop ditzelfde La Cetra o.l.v. Andrea Marcon sopraan Mojca Erdmann begeleidde in aria's van Mozart en tijdgenoten (goed voor vier sterren bij Klara's 10).

Eerst vraag je je af: is het wel een goed idee om alle ouvertures van Mozart op één cd te zetten? Maar aan de andere kant: we kennen toch vooral de ouvertures van de laatste zeven opera's van Mozart. Wanneer hoorde je nog eens de ouverture tot Apollo et Hyacinthus? Of die tot Mitridate, re di Ponto? Of La Betulia liberata?

En zo krijg je hier meteen een mooi beeld van de enorme stilistische ontwikkeling van Mozart, van de elfjarige knaap die nog aansloot bij de voorbeelden uit de late barok, over de meesterlijke componist in de klassieke stijl tot de verkondiger van vroegromantiche ideeën in zijn laatste werken.

Het mooie hier is dat Andrea Marcon er echt in slaagt om het klankidioom van La Cetra Barockorchester Basel geleidelijk aan om te vormen van dat van een bescheiden barokensemble (in de vroegste ouvertures) tot dat van een heuse symfonische band (Don Giovanni, Cosi fan tutte), compleet met kleurrijk Turks slagwerk in de ouverture tot Die Entführung aus dem Serail.

Marcon leidt het geheel met veel zwier, kracht, theatrale flair (de pauken in het begin van Don Giovanni en La clemenza di Tito) en met oog en oor voor de talrijke instrumentale details. Tempi zijn doorgaans aan de hoge kant en dat bezorgt sommige solisten uit het orkest wel eens wat intonatieproblemen (in Le nozze di Figaro bijvoorbeeld).


Beethoven - Fidelio - Lucerne Festival - Claudio Abbado

Nina Stemme, sopraan; Jonas Kaufmann, tenor e.a.; Arnold Schoenberg Chor; Mahler Chamber Orchestra/Lucerne Festival Orchestra o.l.v. Claudio Abbado

Ludwig van Beethoven: Fidelio

Waarom componeerde Beethoven maar één opera? En waarom was het zo’n moeilijke bevalling? Het antwoord zou wel eens dubbel kunnen zijn: Beethoven had met één opera genoeg om zijn muzikale en ethisch-filosofische boodschap te vertolken, maar net daarom nam het componeren zoveel tijd in beslag en kostte het zoveel moeite om een bevredigend resultaat te bereiken.

Misschien merkwaardig voor ons vandaag om die worsteling van Beethoven juist te kunnen inschatten en begrijpen, want Fidelio is een monument van muzikale schoonheid gecombineerd met een, voor die tijd, revolutionair humanisme in de muziek.

Fidelio gaat over vrijheid en gevangenschap, over liefde die zich niet laat muilkorven door machthebbers, over ‘freedom of speech’ en de vrijheid om te kunnen houden van wie men wil. Net daarom raakt Fidelio tot op vandaag ons zo sterk: persoonlijk en maatschappelijk.

Er bestaan nogal wat opnames met heel uiteenlopende resultaten. Vele Beethoven-dirigenten vonden Fidelio verplichte kost. Naast de klassiekers van onder andere Furtwängler en Karajan, met een onvergetelijke Jon Vickers, is er nu deze live-registratie uit 2010 met Claudio Abbado in Luzern.

De grote troef van deze nieuwkomer is de homogeniteit: iedereen is evenwaardig in dit vrijheidsdrama. Zangers, orkest, koor en dirigent graven naar de diepte zonder te vervallen in buitenissigheden (zoals bij Harnoncourt enkele jaren terug jammer genoeg wel het geval was).

Het is echte live-opera met de grootste zangers van hun generatie: Nina Stemme zingt haar Leonore-aria’s met verfijning en perfectie, en Jonas Kaufmann is magistraal in zijn aria in de donkere kerker van de gevangenis. Die eerste lange noot zindert nog lang na. Kaufmann en Stemme integreren de heldhaftigheid van hun rollen in een diepzinnige muzikaliteit.

Deze nieuwe opname staat niet boven de referenties uit het verleden, ze staat er gewoon naast. Als één van de topuitvoeringen van Fidelio. Met dank aan het vurige humanisme van Ludwig.


Schubert - Trio's - Arpeggione - Fantaisie - Trio Dali

Trio Dali (Amandine Savary, piano; Vineta Sareika, viool; Christian-Pierre La Marca, cello)

Franz Schubert: Pianotrio nr.1 in Bes op.99 D898 - Pianotrio nr.2 in Es op.100 D929 - Sonate in a voor cello en piano D821 Arpeggione - Fantaisie in C voor viool en piano D934

Klara's oordeel
Ze zijn nog jong, de drie leden van het Trio Dali, en ze spelen met een grote energie en een opvallend coherente samenklank. Dat was al overduidelijk te horen op hun uitstekend ontvangen debuut-cd, ook bij Fuga Libera, met daarop werk van Maurice Ravel.

Het trio omringt zich dan ook met voortreffelijke mentoren: violist Augustin Dumay en pianist Menahem Pressler (van het befaamde Beaux-Arts Trio) bijvoorbeeld, en ook het Artemis Quartet. En misschien herinnert u zich nog wel de Letse Vineta Sareika, de violiste van het ensemble: zij speelde in de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd editie 2009.

Het was een goed idee om de eerste cd met het tweede pianotrio van Schubert te openen, het meest geconstrueerde en breedvoerige van de twee. Want de leden van het Trio Dali schuwen het grote, romantische gebaar zeker niet. Zo krijgt het lange openingsdeel, door de krachtig-lyrische aanpak, de forse inzet en het uitgesproken spel met dynamische contrasten - een beetje te soms -, bijna symfonische dimensies. Hun energieke en gedreven stijl past dan weer beter bij de afwisseling van vrolijke en sombere stemmingen in de finale.
Opnieuw een te grote nadrukkelijkheid en een zeker gebrek aan poëzie, maar ook expressief, gevoelig (het Andante un poco mosso) en spontaan samenspel hoor je in de vertolking van het Trio Dali van het eerste pianotrio van Schubert.

Voor de 'aanvullingen', in feite twee nog altijd minder bekende meesterwerken van Franz Schubert, wordt het ensemble gesplitst: de fraai sturende en stuwende pianiste Amandine Savary begeleidt cellist Christian-Pierre La Marca in een zangerige en evenwichtige vertolking van de Arpeggione-sonate en de virtuoze en technisch nagenoeg feilloze violiste Vineta Sareika in de aartsmoeilijke Fantaisie D934. Opvallende vaststelling is dat er in deze duo-stukken op een meer ontspannen manier gemusiceerd en naar elkaar geluisterd wordt.


Mahler - Symfonie nr.3 - Mariss Jansons - Concertgebouworkest

Bernarda Fink, mezzosopraan; Nederlands Radiokoor; Jongens van het Sacramentskoor Breda; Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Gustav Mahler: Symfonie nr.3 in d

Toen Gustav Mahler in 1896, na het voltooien van zijn derde symfonie, dirigent Bruno Walter in Steinbach-am-Attersee ontving, zei hij: " Je hoeft het landschap niet te bekijken, het is helemaal opgenomen in mijn symfonie". Deze derde is inderdaad een ode aan de natuur. Maar welke natuur? Het gaat hier zeker niet alleen over een idyllische natuur, waarin je hier en daar menselijke sporen terugvindt. Mahler gebruikt en hercreëert populaire melodieën, en roept, met mooie thema's in de hoorn, vredige werelden op. Maar tegelijk mishandelt hij dat materiaal, en plaatst hij het in een verbrokkeld geheel, en berooft hij het op die manier van zijn onschuld.

En precies dit alles hoor je op indrukwekkende wijze in deze nieuwe opname, gefilterd uit drie concerten in februari 2010. Met een feilloze beheersing en een, als altijd, grote aandacht voor het kleinste detail, ontleedt Mariss Jansons het lange eerste deel als met een vlijmscherp mes: de roep van de hoorns bij het begin, de flarden geluiden die daarop volgen, de snijdende fanfares bij de trompetten, de recitatieven bij de hoorns, de verschillende marsen. Heel dit contrapunt van het banale en het kunstige weet Jansons hier samen te brengen in één spannende en adembenemende beweging. Door het inlassen van lange pauzes, toont Jansons ook aan hoe sterk de stilte kan spreken in deze muziek.

En er is natuurlijk het schitterende Amsterdamse Concertgebouworkest, fenomenaal op sacd opgenomen in de wonderlijke akoestiek van zijn eigen concertzaal. Dit ensemble, met zijn enorme traditie, beheerst als geen ander dat typische Mahler-idioom. Onmogelijk en onnodig om er één groep uit te lichten: het orkest speelt hier o.l.v. Jansons als in de allergrootste dagen.

Het is wel even bekomen na dit openingsdeel. Dan volgen de meer aardse en met delicate lichtheid gespeelde delen twee en drie, die in feite dienst doen als scherzo. De slotclimax van dit laatste deel is opnieuw van een adembenemende precisie. Bernarda Fink brengt vervolgens een ingetogen versie van het middernachtslied uit 'Also sprach Zarathustra' van Nietzsche; Fink is een uitstekende Mahler-zangeres, al zal haar forse vibrato wellicht niet iedereen bevallen. De verschillende koren tonen een groot enthousiasme in het daaropvolgende 'Bimm bamm', waarin de knapen toch pas na enkele maten helemaal op juiste koers lijken te zitten. Het fijn geweven en met spanning opgebouwde 'Langsam' sluit deze opname (een van de mooiste tot nog toe van dit jaar) aangrijpend af.


Max Bruch: Concerto nr.1 in g voor viool en orkest op.26 - Romance in F op.85 - Strijkkwintet in a op. posth.

Vadim Gluzman, viool; Bergen Philharmonic Orchestra o.l.v. Andrew Litton; Sandis Steinbergs, viool; Maxim Rysanov, altviool; Ilze Klava, altviool; Reinis Birznieks, cello

Hoog tijd om Vadim Gluzman in Klara's 10 voor te stellen. Deze Israëlische violist werd in 1973 in de Oekraïne geboren, waar hij zijn eerste muzikale opleiding kreeg. In 1990 verhuisde hij naar Israël en studeerde daar o.a. bij Zakhar Bron; later trok hij ook nog naar de Juilliard School. Al op jonge leeftijd kon Gluzman rekenen op de steun en aanmoedigingen van niemand minder dan Isaac Stern en in 1994 kreeg hij de prestigieuze Henryk Szeryng Foundation Career Award. Voor Bis nam hij tot nog toe enkele bijzonder fraaie cd's op met o.a. vioolconcerto's van Tsjaikofski en Glazoenov, en van Korngold en Balys Dvarionas.

En nu is er deze nieuwe cd met daarop het beroemde vioolconcerto van Max Bruch. Hierin hoor je hoe het vioolspel van Gluzman stevig verankerd is in de Joods-Russische traditie van de tweede helft van de vorige eeuw. Maar traditioneel is hier nergens synoniem van verouderd: met zijn slanke vibrato, zijn immens mooie toon en zijn technische en emotionele beheersing toont Gluzman zich helemaal als een muzikant van nu. Dirigent Andrew Litton en een Bergen Philharmonic Orchestra in groten doen sluiten moeiteloos aan bij de visie van de solist.

Zij zorgen ook voor een stijlvolle en heldere begeleiding in de van nostalgie doordrongen Romance in F. Bruch schreef dit stuk oorspronkelijk voor altviool en orkest, maar maakte er later zelf ook een bewerking van voor viool en piano. Die vioolpartij wordt op deze opname samengebracht met de originele orkestbezetting, en het resultaat klinkt prachtig.

Op zijn tachtigste zette Max Bruch zich nog eens aan de kamermuziek, zeker niet zijn favoriete genre. Lange tijd werd gedacht dat zijn strijkkwintet in a uit 1918 verloren was gegaan. Tot er in 1988 een kopie opdook in de muziekbibliotheek van de BBC, die daar al sinds 1937, toen voor een radio-uitvoering door het uitgebreide Schwiller Quartet, netjes opgeborgen zat. Gelukkig maar, want de oude meester schreef een erg aantrekkelijk werk, vol jeugdige energie en technische hoogstandjes, met een knappe dramatische opbouw ook en talrijke speelse vondsten.

Samen met enkele voortreffelijke vrienden-muzikanten haalt Vadim Gluzman dit stuk hier met veel verbeelding en toewijding onder het stof vandaan.


Martha Argerich and Friends - Live from Lugano 2010

Martha Argerich, piano; Nicholas Angelich, piano; Gautier Capuçon, cello; Renaud Capuçon, viool; Stephen Koacevich, piano; Gabriela Montera, piano; Nora Romanoff-Schwarzberg, altviool; Dora Schwarzberg, viool; Lilya Zolberstein, piano; e.a.; Orchestra della Svizzera Italiana o.l.v. Jacek Kaspszyk

Werk van Robert Schumann, Frédéric Chopin, Johannes Brahms, Franz Liszt, Erich Wolfgang Korngold, Bela Bartok, Enrique Granados, Igor Stravinsky, George Gershwin, Alfred Schnittke

De jaarlijkse cd-uitgave van 'Martha Argerich and friends - Live from Lugano' is een mooie traditie geworden. De verpakking, een meer ecologisch verantwoord ogend kartonnen doosje, is lichtjes gewijzigd, maar de inhoud is nog altijd dezelfde, d.w.z. Martha Argerich te midden van haar overwegend jonge vrienden en beschermelingen, waarmee ze repertoire voor piano-vierhanden en kamermuziek in verschillende bezettingen met strijkers uitvoert. Al moet daar wel aan toegevoegd dat Argerich zelf maar op zowat de helft van de totale speelduur van deze drie cd's te horen is, en op de derde cd zelfs helemaal niet. Maar dat is niet eens een echt bezwaar, want haar stijl en krachtige persoonlijkheid lijken in alle uitvoeringen door te dringen. Overal bespeur je diezelfde frisheid, een gevoel van ontdekken en hercreëren, een bezetenheid ook, die (helaas, onvermijdelijk) wel eens een drammerig karakter krijgt.

Bijzonder in deze uitgave 2010, is dat je Martha Argerich nog eens in een concerto kan bezig horen, het eerste pianoconcerto van Frédéric Chopin, een van de weinige concerto's trouwens die ze nog in de concertzaal uitvoert. Zij brengt dit werk, dat ze intussen zo goed moet kennen, met de voor haar zo typische (en ongehoorde) drive, kracht, welluidendheid, maar ook, in het trage deel, met een bewogen lyriek. Waarschijnlijk klonk de finale van dit concerto op cd nog nooit zo briljant, wervelend en fors aangezet als hier. Het Orchestra della Svizzera Italiana en dirigent Jacek Kaspszyk moeten werkelijk alles uit de kast halen om hun gedreven soliste te kunnen volgen.

Er zijn natuurlijk nog opmerkelijke pianisten te horen, Argerichs oude maatje Stephen Kovacevich bijvoorbeeld, die samen met haar Bartoks sonate voor 2 piano's en percussie vertolkt; Lilya Zilberstein en Sergej Edelmann spelen het elegant-virtuoze Rondo op.73 voor 2 piano's van Chopin en Nicholas Angelich en Lily Maisky brengen de Variaties op een thema van Schumann van Johannes Brahms. Hoogtepunten zijn zeker de twee stukken van Schumann, met telkens Martha Argerich samen met een van de Capuçon-broers: Renaud in de eerste vioolsonate en Gautier in het adagio en allegro op.70.

Voorts, en dat maakt deze Lugano-uitgaven zo bijzonder, valt er ook nog wel heel wat repertoire te ontdekken: pianokwintetten deze keer, van Erich Korngold, Enrique Granados en Alfred Schnittke. Andere werken lijken meer voor het effect gekozen, zoals de bewerking voor drie piano's van de Suite de Vuurvogel van Stravinsky of de Fantasie op Porgy and Bess van Percy Grainger. Waardevol is wel Liszts eigen transcriptie voor 2 piano's van zijn symfonische gedicht Les Préludes, met veel panache gebracht door Daniel Rivera en Martha Argerich zelf.


Vivaldi - Prima Donna

Nathalie Stutzmann, alt; Orfeo 55 o.l.v. Nathalie Stutzmann

Vele jaren is Nathalie Stutzmann al een bekende stem in het land van lied en opera. Een bijzonder geluid want de Française beschikt over een diepe, donkere contra-alt. Uiterst geschikt voor dramatische aria’s in oratoria en cantates, en ook in liederen waar een vrouwenstem zich normaal niet aan waagt, blinkt zij uit. Stutzmann leerde zingen aan de hand van haar moeder en kreeg later les van de legendarische Hans Hotter.

Onlangs tekende Stutzmann een exclusiviteitscontract bij Deutsche Grammophon – na ongeveer 75 cd’s bij diverse andere firma’s - en het eerste resultaat daarvan is een cd met aria’s van Vivaldi: ‘Prima Donna’.

Ook bijzonder is dat zij haar eigen instrumentaal ensemble heeft en dat ook dirigeert: Orfeo 55. Een kamerorkest waarmee ze op tournee gaat en nu dus een eerste cd heeft opgenomen.

‘Prima Donna’ is een ode aan de aria’s die Vivaldi componeerde voor de grote contra-alten van zijn tijd. Muziek uit o.a. Juditha Triumphans, Orlando furioso, Il Giustino. Stutzmann omschrijft deze cd als “een droom die uitkomt”. Een reactie ook op het overwicht van opnames met contra-tenoren in dit repertoire.

Is het ook voor de luisteraar een droom die uitkomt? Toch vooral ‘ja’ en misschien hier en daar een beetje ‘neen’. Ja, omdat Stutzmann met haar stem meteen indruk maakt: ze kan kleuren en nuanceren, woede en vreugde combineren, ongegeneerd in de huid van haar vaak dramatische hoofdfiguren kruipen. Ze is een geboren actrice die de muziek vastgrijpt om die maar zelden los te laten. Wat is dan het bezwaar nu en dan? Wel, ze doet soms iets te veel. En dat hoor je aan haar stem. Stutzmann begint dan een beetje onzuiver te klinken, op het onjuiste af. Ze offert de zangtechniek die tot schoonheid moet leiden op aan het theaterbeest in haar. Dat zijn de mindere momenten op ‘Prima Donna’.

Maar toch primeert het genot en de vreugde om een intrigerende stem en aan avontuurlijke zangeres die zonder compromissen haar eigen weg gaat. Goed dat ze op die weg Vivaldi heeft ontmoet …


Ludwig van Beethoven - Strijkkwartetten op.18/3, op.18/5 & op.135 - Artemis Quartet

Met deze uitgave van twee vroege strijkkwartetten en het laatste kwartet dat Beethoven voltooide, is de cyclus van het Artemis Quartet voor Virgin classics compleet. Hopelijk brengen ze daar de verschillende afzonderlijke volumes ook uit in één doos, want deze integrale opname was echt een aaneenrijging van hoogtepunten.

De cd opent heerlijk: het openingsallegro van het strijkkwartet in A, het nummer 5 van het op.18, klinkt hier als een energiek en dansant lied. De leden van het Artemis Quartet spelen daarbij met een verbluffende technische beheersing en een niet aflatende nervositeit. Knap is ook de manier waarop zij spelen met klankkleur en dynamiek in de variaties van het derde deel, andante cantabile. De finale is een wervelend en opwindend ritmisch spel van vraag en antwoord tussen de vier voortreffelijke leden van dit ensemble.

Dezelfde kwaliteiten (trefzeker en alert samenspel, een perfecte ensembleklank en een uitzonderlijke inzet) hoor je ook in het derde kwartet van het op.18, in feite het eerste strijkkwartet dat Beethoven voltooide, voor het einde van het jaar 1798.

De muzikale taal verandert daarna natuurlijk grondig in het laatste strijkkwartet, het raadselachtige nummer 16, want we bevinden ons dan helemaal aan het andere eind van de compositorische carrière (en leven) van Ludwig van Beethoven. De leden van het Artemis Quartet brengen een verrukkelijke finesse in het Allegretto en kracht en een ongehoorde ritmische verscheidenheid in het daarop volgende Vivace. Het Lento assai klinkt eerder geladen en spannend dan vredig en de dwingende (inleidende grave) en bruisende finale sluit dit kwartet en deze integrale schitterend af.


Nielsen - Symfonieën 4 & 5 - Sir Colin Davis

83 is hij intussen al, maar Sir Colin Davis is actiever dan ooit tevoren. Bij het eigen label van het London Symphony Orchestra verscheen zopas het eerste volume van een integrale opname van de zes symfonieën van Carl Nielsen. Davis en het LSO spelen deze werken al sinds de lente van 2009 in de concertzaal, en de overige twee volumes zullen nog dit jaar uitkomen.

De symfonieën van de Deense componist Carl Nielsen genieten nog altijd niet de populariteit van bijvoorbeeld die van Sibelius, een andere grote componist uit het Noorden. Maar intussen zijn er toch al enkele voortreffelijke opnamen in de catalogus.

Nielsen begon in 1914 met het schrijven zijn vierde symfonie, met de moeilijk te vertalen bijnaam (het Onuitwisbare of nog, in slecht Nederlands, het Onuitdoofbare); pas twee jaar later was ze voltooid. De componist gaf zelf een toelichting bij de titel van deze symfonie: "Een soort van symfonie in één deel die de ambitie heeft alles wat we denken en voelen over het leven op te voeren, d.w.z. alles wat de wil heeft te leven en te handelen. Alles kan onder dit idee vallen, en de muziek is een uiting van het Leven." Het is alleszins muziek die haar geheimen bij een eerste beluistering niet meteen prijsgeeft: daarvoor is ze wellicht te tumultueus en chaotisch. Maar er zijn ook momenten van rust (het Brahms-achtige Poco Allegretto, met belangrijke partijen voor de blazers) en bezinning (Poco Adagio) in deze symfonie. En de finale, met daarin een heus duel tussen twee paukenisten, blijft een fascinerend stuk.

Sir Colin Davis toont een feilloos aanvoelen voor de stroom en de beweging van deze symfonie, en hij brengt dramatiek en een dwingende kracht in deze live-uitvoering. De leden van het LSO volgen de oude meester met grote inzet, een fraaie klank (blazers!) en een opmerkelijke concentratie, en ook de opname is uitstekend (al kan je Sir Colin af en toe wel horen kreunen en neuriën).

De op vele vlakken vernieuwende vijfde symfonie, met een cadens voor kleine trom, is tweedelig, en wordt vaak als het mooiste werk van Nielsen beschouwd. Hij maakte de eerste schetsen ervan in 1920, enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog dus, waarvan de gruwelen hem erg hadden aangegrepen.
Davis laat deze vijfde beginnen met een dreigende spanning, en zijn controle over de ingewikkelde opbouw van het tweede deel is ronduit indrukwekkend.

Een grote versie dus, te plaatsen naast de referentie-opnames o.l.v. Paavo Berglund (RCA) en Herbert Blomstedt (Decca).


Katsjatoerjan - Spartacus - Gayaneh - Kirill Karabits

Bournemouth Symphony Orchestra o.l.v. Kirill Karabits

Aram Katsjatoerjan: Spartacus (delen) - Gayaneh (delen)

Op 12 augustus 2009, tijdens de Proms, leidde de Oekraïense dirigent Kirill Karabits het Bournemouth Symphony Orchestra in uittreksels van Spartacus en Gayaneh van de Armeense componist Aram Katsjatoerjan. Dit concert maakte van Karabits een heuse ster, en het betekende ook het begin van zijn chef-dirigentschap in Bournemouth. Logisch dus dat deze eerste cd bij Onyx van de combinatie Bournemouth/Karabits precies een uitgebreide selectie van die balletmuziek bevat. We mogen dit jaar trouwens nog opnamen van deze uitvoerders verwachten, dan met werk van Tsjaikofski en Moessorgski.

In feite danken deze twee balletten hun bekendheid aan het succes van één nummer: in het geval van Spartacus, dat zijn première kreeg in 1956, is dat het weelderige Adagio dat in de jaren zeventig met veel effect werd opgepikt in de toen erg populaire BBC-reeks The Onedin Line; en de wilde Sabeldans uit het vroegere Gayaneh kennen we natuurlijk in allerlei bezettingen en arrangementen.
Voor het overige stopte Katsjatoerjan deze muziek (over)vol met voornamelijk wervelende volksmelodieën uit zijn geboorteland Armenië.

Dat levert bij momenten behoorlijk woelige muziek op, met spectaculaire partijen voor de houtblazers en slagwerkers. En o.l.v. Karabits spelen de leden van het Bournemouth Symphony Orchestra dit alles met hoorbaar enthousiasme en veel inzet. Probeer maar eens het adembenemende 'Lezginka', of 'Gopak', de afsluitende dans op deze cd. Maar ook in de stukken die minder op effect werken, wordt er fraai gemusiceerd. Zo hebben de strijkers een warme en rijke glans in 'De dans van de meisjes' en in 'Aysha's monoloog'. In 'Uzundera' laat de klarinet haar roep met de nodige verleiding en exotisme weerklinken, en de hobo bezingt met veel effect de steppe in 'Aysha en Gayane'.

Erg aardige uitvoeringen dus van muziek die je best met enkele delen per keer beluistert0.


Mahler - Symfonie nr. 4

Rosemary Joshua, sopraan; Orchestre des Champs-Elysées o.l.v. Philippe Herreweghe

Philippe Herreweghe verlaat Harmonia mundi en begint met zijn eigen cd-label Phi: dit bericht zorgde wel voor enige deining in het anders toch niet zo gemakkelijk in beroering te brengen klassieke muziekwereldje. Of het overlijden begin dit jaar van Bernard Coutaz, de oprichter en grote bezieler van Harmonia mundi, iets met deze beslissing te maken heeft is niet duidelijk. Vast staat wel dat Herreweghe alleen nog muziek die hij zelf waardevol vindt wil uitvoeren en opnemen, en dat hij niet langer tegemoet wil komen aan de commerciële wensen en grillen van cd-bazen.

Op deze eersteling van het PHI-label vind je de vierde symfonie van Gustav Mahler. Dit is niet het Mahler-cd-debuut van Herreweghe: herinner u zijn voortreffelijke versie van Des Knaben Wunderhorn, die vier jaar geleden verscheen. Ook deze nieuwe opname maakt grote indruk.

Dat komt in de eerste plaats natuurlijk door de ongewoon doorzichtige en heldere orkestklank. De relatief kleine bezetting, de strijkers op darmsnaren, de oude blaasinstrumenten: het is allemaal, eerlijk gezegd, wel even wennen, maar het werkt. Je hoort, geholpen door de transparante en analytische opname, oneindig veel details, en de winst op het gebied van kleur (blazers, maar ook het slagwerk) en beweeglijkheid (strijkers) is opmerkelijk. Vreemd genoeg lijkt deze vierde symfonie, uitgevoerd op oude instrumenten, alleen maar aan moderniteit te winnen.

Daarnaast toont Herreweghe ook een grote vertrouwdheid met de stijl en het idioom van Gustav Mahler. In zijn benadering, waarin een grote getrouwheid aan de partituur en het navolgen van de nauwgezette aanwijzingen van de componist centraal staan, blijft er alle plaats voor poëzie, charme, frisheid en een zekere ironie.

Onbegrijpelijk in dit opzicht is zijn keuze voor sopraan Rosemary Joshhua. Met haar forse vibrato en overexpressieve, theatrale stijl gaat ze voorbij aan de zonnig-naïeve, maar ook duistere kant van het Wunderhorn-lied 'Das himmlische Leben'.


Hélène Grimaud - Resonances

Wolfgang Amadeus Mozart: Sonate nr.8 in a voor piano KV310; Alban Berg: Sonate voor piano op.1; Franz Liszt: Sonate in b voor piano; Bela Bartok: Roemeense dansen

Hélène Grimaud houdt wel van enig contrast in haar concert- en cd-programma's. Denk maar aan haar debuut bij DG uit 2003, waarop ze muziek van Arvo Pärt en Ludwig van Beethoven combineerde. Het uitgangspunt op deze nieuwe cd is van meer geografische aard: de keizerlijk-koninklijke Donau-monarchie. Wenen natuurlijk, met Mozart en Berg (vertegenwoordigers van de zogeheten eerste en tweede Weense School), maar ook het Hongarije van Franz Liszt en Bela Bartok.

Met haar uiterst precieze, intense spel en transparante stijl, overtuigt Grimaud het meest in de technisch erg veeleisende sonates van Berg en Liszt. Zij gidst je feilloos door deze grote muzikale drama's, en wijst je onderweg op de talloze fraaie details. Daardoor straalt haar spel een grote zekerheid en vastberadenheid uit.

Een zekerheid die in de sonate KV310 van Mozart helaas in aanstellerige overmoed lijkt om te slaan. Met haar glinsterende passagewerk, ongewone tempowisselingen, niet ter zake doende pauzes en overdramatische spel met dynamische contrasten gaat ze helemaal voorbij aan het zangerige karakter, de verinnerlijkte poëzie en de melodische kracht van dit werk.

Daarom ook een gemiddelde score van drie sterren voor deze nieuwe uitgave.


Cecus

Graindelavoix o.l.v. Björn Schmelzer

Anoniem: Romance de la muerte del muy esclarecido rey don Felipe; Pierre de la Rue: Plorer, gemir, crier - Delicta juventutis - Absalon, fili mi - Doleo super te; Alexander Agricola: Cecus non judicat de coloribus, prima pars & secunda pars - Fortuna desperata - Si dedero sompnium oculis meis - L'eure est venue - Je n'ay dueil que de vous; Juan de Anchieta: Musica quid defles; Nicolas Champion: De profundis clamavi; Josquin Desprez: Nymphes des bois

De jongste cd van het Ensemble Graindelavoix is opnieuw een knappe verzameling van polyfonie rond een bepaald onderwerp, meer bepaald 'blindheid'. 'Cecus non judicat de coloribus' is de titel van een motet van Alexander Agricola, een driestemmig werk zonder tekst. Gelinkt aan deze compositie koos dirigent Björn Schmelzer werken die te maken hebben met 'blindheid', en dit in de ruimste zin van het woord. Zo voegt hij er een aantal werken aan toe die triestheid, rouw en ellende oproepen zodat de (blinde) ogen zich met tranen vullen.

Of Agricola echt blind was, weten we niet, maar voor Schmelzer is er bijna geen andere mogelijkheid. Hij veronderstelt dat Agricola 'inwendig' kon zien, vanuit zijn muzikaal geheugen, vanuit de orale traditie.

Vanaf 1500 was Agricola cantor aan de hofkapel van Ferdinand I in Castilië. Een hofkapel die in die tijd hoog aanzien genoot. Een van zijn collega's daar was Pierre de la Rue, van wie ook enkele composities op deze cd staan. Ook het prachtige 'Nymphes des bois' van Josquin werd opgenomen, net als een psalm van Nicolas Champion. De cd opent met een anonieme Romance die de dood betreurt. Dit werk wordt gezongen door sopraan Olalla Alman. Met haar volle warme stem zet ze een onovertroffen interpretatie neer van dit werk. Ook in de andere solowerkjes klinkt haar stem prachtig. De andere sopraan, Patrizia Hardt, zingt ook heel erg mooi, en met veel naturel.

De werken waarin het hele koor meezingt, wisselen een beetje van niveau. Heel bewust kiest Schmelzer voor een heterogene bezetting, en dat maakt dat er regelmatig stemmen extreem uit hun context springen. En natuurlijk hoeft het niet altijd de gladgestreken interpretatie van een Engelse groep als bijvoorbeeld Stile Antico te zijn. Homogeniteit is niet per sé een must in polyfonie, maar toch vallen sommige stemmen op deze opname soms net iets te veel op. Tot slot staan er nog enkele instrumentale werken op. De muzikanten spelen met veel vrijheid, improvisatorisch, op een hoog niveau.

Globaal gezien is dit een hele knappe opname, zeer weldoordacht samengesteld, een must voor een polyfonieliefhebber!


Sibelius - Vioolconcerto

Frank Peter Zimmermann, viool; Helsinki Philharmonic Orchestra o.l.v. John Storgards

Jean Sibelius: Concerto in d voor viool en orkest op.47 - De Bard op.64 - De Woudnimf

Het vioolconcerto van Jean Sibelius is een erg vaak uitgevoerd en opgenomen werk. Ook voor Frank Peter Zimmermann is dit al zijn tweede cd-versie (de andere dateert van 18 jaar geleden).

En toch springt deze nieuwe opname eruit. Dat ligt voor een deel zeker aan het begeleidende Finse orkest: de leden van het Helsinki Philharmonic Orchestra ademen deze muziek zowat, en o.l.v. John Storgards spelen ze hier met veel fraaie details, kracht en verbeelding.

Zimmermann zelf toont een grote emotionele controle in het lange openingsdeel; zijn verhalende vermogen hier is erg bijzonder. In het tweede deel wordt de toon gloedvoller en hartstochtelijker. Zijn feilloze tempokeuze in de finale ten slotte, toont opnieuw hoe bedachtzaam en oplettend hij dit virtuoze showstuk wil aanpakken.

De toegiften op deze cd, de symfonische gedichten De bard en De houtnimf, worden heel wat minder uitgevoerd. En toch zijn het prachtige voorbeelden van de vertellende vaardigheden en knap uitgewerkte muzikale karakterschetsen van Sibelius. Ook deze twee stukken krijgen een rijke, toegewijde en vindingrijke vertolking.


Telemann - Complete Tafelmusik

Freiburger Barockorchester o.l.v. Petra Müllejans en Gottfried von der Goltz

Toen Georg Philipp Telemann in 1733 zijn 'Musique de table' (Tafelmuziek) uitbracht, trok hij in zekere zin definitief een streep onder een jarenlang durend en soms ook verbitterd muziekhistorisch debat.

Wat voorafging was een periode waarin Italianen en Fransen met elkaar streden over de goede muzikale smaak. De Italiaanse componisten zetten alles in op een virtuoze en briljante schrijfwijze, en dit vooral in concerto's en sonates. Hun Franse collega's/tegenstanders mikten vooral op elegantie en discretie, in suites en balletten.

Telemann, in denken en doen een overtuigde Europeaan, vermengde deze twee stijlen (samen met nog enkele andere) in zijn onvoorstelbaar omvangrijke en gevarieerde oeuvre. En zijn Tafelmuziek was hiervan een schitterend voorbeeld.

In feite is deze Tafelmuziek een grote cyclus in drie onderdelen, die alle volgens een vast stramien zijn opgebouwd: een ouverture (voor tijdens het aperitief), kwartet (voorgerecht), concerto (hoofdgerecht), trio (tussengerecht), sonate (dessert) en conclusie (kaas met wijn of koffie), een zesgangenmenu zeg maar. Maar de Tafelmuziek herleiden tot begeleidingsmuziek bij een reeks culinaire genoegens, is al te gemakkelijk. Deze cyclus is een wonderbaarlijk werk vol fantasie en raffinement, dat ook nog eens bijzonder knap is opgebouwd, met kleurrijke combinaties van de meest verscheidene instrumenten en met een virtuoos gebruik van zowel de Franse ouverture als de Italiaanse trio- en solosonate. Het is niets minder dan een meesterwerk.

En zo dachten ze er in de tijd van Telemann ook al over. En zo presenteert het Freiburger Barockorchester o.l.v. Petra Müllejans en Gottfried von der Goltz het nu ook, integraal, in een gedisciplineerde, gedreven, weelderige en prachtig opgenomen uitvoering.

Vier cd's, vier uur Telemann, en geen seconde verveling. Italiaanse en Franse kookkunst, op Duitse wijze op smaak gebracht. Het klinkt een beetje vreemd, maar het smaakt uitstekend.


Wagner - Parsifal

Gary Lehman, tenor; René Pape, bas; Evgeny Nikitin, bas-bariton; Violeta Urmana, sopraan; Mariinsky Orchestra o.l.v. Valery Gergiev

Na het componeren van zijn monumentale Ring des Nibelungen had Wagner vijf jaar nodig om te bekomen. Maar daarna dook hij weer in de wereld van de legendes en schreef Parsifal. Gebaseerd op drie legendes uit de Middeleeuwen: die van de Heilige Graal die het bloed van Christus zou bevatten, het verhaal van de Ridders van de Ronde Tafel, en als belangrijkste Parsifal. Parsifal is de reine dwaas van het medelijden, maar hij is geen meelijwekkende figuur. Voor hem is de ultieme zingeving niet het leven an sich, wel de aanvaarding van het geloof. Je zou kunnen zeggen dat Wagner hier wat afstand neemt van een romantisch utiopia maar meer evolueert naar een subtiele intellectuele analyse.

Van Parsifal zijn niet veel integrale opnames. De oude versie met Hans Knappertsbusch blijft tot op vandaag de standaard, en de nieuwste van Valery Gergiev is in vele opzichten de tegenpool van de mystiek waar Knappertsbush zo de nadruk op legt in zijn benadering. Gergiev is een Rus en zijn Parsifal klinkt soms als Boris Godoenov van Mussorkgsky: donker Russisch met een bijna dreigende ondertoon. Dat is nog wat anders dan de Germaanse retoriek van Knappertsbush, maar is het een betere of misschien minder efficiënte benadering?

Dat hangt vooral af van de verwachtingen van de luisteraar. Wie zoekt naar bijna mystiek-rituele muziek zal bij Gergiev op z'n honger blijven zitten. Toch heeft deze wat meer aardse benadering ook z'n mooie kanten: de blazers van het Mariinsky Orkest zijn ijzersterk, Gergiev voegt aan de muziek een stuwende passie toe die Knappertsbusch nooit zou aangedurfd hebben, en Gergiev heeft enkele zangers ter beschikking die met hart en ziel én juist zingen: Gary Lehman is een geloofwaardige Parsifal en René Pape is in de rol van Gurnemanz helemaal op zijn plaats. Ook de Kundry van Violeta Urmana is overtuigend, al laat ze soms toch wat te veel haar vibrato de vrije loop.

Valery Gergiev levert een gedragen Parsifal af, geduldig gedirigeerd, en misschien wel heel geschikt voor een 21ste eeuws publiek dat hoe langer hoe minder voeling heeft met religieuze symboliek.


Caldara in Vienna

Philippe Jaroussky, contratenor; Concerto Köln o.l.v. Emannuelle Haïm

Antonio Caldara: Aria's uit L'Olimpiade, Demofoonte, La clemenza di Tito, Temistocle, Scipione nelle Spagne, Ifgenia in Aulide, Adriano in Siria, Lucio Papirio dittatore, Enone, Achille in Sciro

Klara's oordeel
Er zijn nog zekerheden in het leven: de nieuwe cd van Philippe Jaroussky kopen en wéten dat het goed is. Het helpt natuurlijk als je van barokmuziek en van het contratenor-timbre houdt.

Want ook in zijn nieuwste cd - Caldara in Vienna. Forgotten castrato aria's - blijft Jaroussky zijn 'missie' trouw en gaat hij op zoek naar vergeten (barok)aria's voor de hoogste mannenstem. Na de focus op Carestini en Johann Christian Bach, laat Jaroussky zijn licht schijnen over het werk van Antonio Caldara (1670/71-1736). Caldara was een meer dan verdienstelijk componist, maar enigszins een buitenbeentje, moeilijk in een bepaalde school of stroming te plaatsen. Hij had geen hechte groep leerlingen of fans en raakte in vergetelheid.

De selectie van Jaroussky biedt een fraaie bloemlezing aria's uit Caldara's weinig gekende opera's. Jaroussky tovert in virtuoze passages, maar ook met aandacht voor het melodieuze, een waaier van emoties tevoorschijn: woede, medelijden, verwarde liefdesgevoelens...

Jaroussky werkte al eerder samen met Emmanuelle Haïm (Carestini). Hier leidt ze Concerto Köln. Deze groep is vertrouwd met oude muziek en doet waar ze goed in is. Ze begeleidt Jaroussky met overtuiging, met dynamische accenten én lyrische bescheidenheid waar nodig. Een pluim ook voor de mooie interventies van verscheidene solisten (blazers!).

Het is uitkijken naar de concert-versie van deze cd. Want wie Jaroussky al live aan het werk zag, weet dat hij met zijn natuurlijke souplesse en uitstraling nóg meer charmeert dan op cd.

Wat een zanger (zucht).


Rodrigo - Concierto de Aranjuez

Xuefei Yang, gitaar; Orquestra Simfonica de Barcelona i Nacional de Catalunya o.l.v. Eiji Oue

Joaquin Rodrigo: Concerto de Aranjuez - Invocacion y danza; Stephen Goss: The Albéniz Concerto; Isaac Albéniz: Espana op.165

De gitaar wordt vaak stiefmoederlijk behandeld in de wereld van de klassieke muziek. Velen vinden haar nog te veel een volksinstrument en ja, de gitarist moet in zijn zoektocht naar repertoire vaak grijpen naar bewerkingen. En toch, er zijn verschillende componisten die de gitaar alle eer aandoen. We denken aan Rodrigo, Castelnuovo-Tedesco, Villa-Lobos of Piazzolla Als hun muziek dan nog eens uitgevoerd wordt door een uitzonderlijke artieste als Xufei Yang, dan zouden zelfs de grootste tegenstanders wel eens kunnen bijdraaien.

Xufei Yang (°1977) zou je de Hilary Hahn of de Julia Fischer van de gitaar kunnen noemen. Net als de twee violistes is zij een bijzonder begaafde muzikante die haar instrument op en top beheerst. Yang (of ook wel Fei) wordt een beetje beschouwd als de eerste gitariste in China na de Culturele Revolutie. Toen ze op haar tiende haar eerste publieke optreden gaf, was de Spaanse ambassade zo onder de indruk dat ze haar een heuse concertgitaar cadeau deden. Vier jaar later debuteerde ze in Madrid: Joaquin Rodrigo zat in het publiek. En wanneer John Williams haar hoorde spelen, schonk deze prompt twee instrumenten uit zijn persoonlijke collectie aan het conservatorium van Peking, Yangs geboortestad.

Op deze nieuwe cd, haar vijfde al ondertussen, combineert Yang het bekende Concerto de Aranjuez van Rodrigo met een nieuw concerto dat speciaal voor haar gecomponeerd werd: The Albéniz Concerto van Stephen Goss (°1964), een melodieus vijfdelig werk gebaseerd op muziek van Isaac Albeniz. Daarnaast horen we Fei ook solo in haar eigen bewerking van Albeniz' suite, Espana op. 165.

Dat The New York Sun over Fei spreekt als 'one of the most extraordinary instrumentalists of the world', verbaast ons niet. Wat een techniek en virtuositeit! Vingerbrekende loopjes en grepen, het lijkt allemaal moeiteloos uit haar handen te vloeien. En dat alles met een trefzeker toucher. Yang weet ook het Spaanse karakter van de muziek volledig te assimileren. Ze speelt vurig en toch gefocust. Daarnaast verliest ze de verschillende klankregisters van haar instrument niet uit het oog.

In de concerti gaat het orkest voluit. In de muziek van Goss klinkt het soms een beetje te voluptueus waardoor de gitaarpartij wat op de achtergrond raakt. Maar al bij al is deze cd is een zeer aantrekkelijke opname geworden vol Zuiderse kleuren, ideaal om de winterse huiskamer te verwarmen.


Korngold - The String Quartets

Doric String Quartet

Erich Wolfgang Korngold: Strijkkwartet nr.1 in A op.16 - Strijkkwartet nr.2 in Es op.26 - Strijkkwartet nr.3 in D op.34

Het Britse Doric String Quartet bestaat al 12 jaar, maar pas vorig jaar maakte het zijn opnamedebuut met een live Haydn-programma uit de Londense Wigmore Hall. Deze nieuwe cd, de eerste bij Chandos, is ook erg veelbelovend.

De muziek van Erich Wolfgang Korngold doet het de laatste tijd erg goed op cd: de voortreffelijke uitvoeringen van zijn vioolconcerto volgen elkaar in sneltempo op, zijn filmmuziek kan rekenen op de aandacht van de grootste orkesten en dirigenten, en deze nieuwe integrale versie van zijn strijkkwartetten volgt erg snel op die van het Aron Quartet (bij CPO). De derde complete opname van het Flesch Quartet verscheen origineel bij ASV en is nu voor een prikje te koop bij Brilliant classics.

Korngold begon met zijn nog aan Mahler schatplichtige eerste kwartet in 1920 en voltooide het drie jaar later, na zijn meesterwerk Die tote Stadt. Het tweede kwartet schreef hij vlak voor zijn eerste bezoek aan Hollywood in 1933. Hierin verheerlijkte Korngold de natuur en de landschappen van zijn geboorteland Oostenrijk. Het derde kwartet ten slotte, waarin hij thema's uit zijn filmmuziek verwerkte, kwam er in 1944, tijdens zijn ballingschap in Amerika.
Met hun snedige muzikale ideeën, gedurfde harmonieën, unieke Weense bekoorlijke stijl en wervelende opbouw, illustreren deze drie kwartetten perfect de stijl van Korngold.

De leden van het Doric String Quartet vertolken ze met een verbluffende toewijding, een lichte, soepele stijl, een groot aanvoelen voor de onderliggende emotionele lagen en een met een opmerkelijke ensembleklank.


Beethoven - Symphonie 4 & 6 'Pastorale'

Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer

Sterdirigent Iván Fischer begon zijn carrière in de jaren 1970 als assistent van Nikolaus Harnoncourt. Dat heeft sporen nagelaten, want Fischer is niet alleen chef-dirigent van het door hemzelf in 1983 Sterdirigent Iván Fischer begon zijn carrière in de jaren 1970 als assistent van Nikolaus Harnoncourt.


Elina Garanca, Habanera

Aria's en liederen van Bizet (Carmen) en anderen.

Met haar in zigeunercontext gesitueerde album Habanera toont Elina Garanca aan dat cross-over niet per se obligaat of smakeloos hoeft te zijn. Ze vermijdt daartoe uiteraard het al te populaire genre waar Rolando Villazón elders in grossiert.


 

Chopin - 14 Nocturnes op.9, 32, 37

Pools Nationaal Chopin Instituut

De milde en toch heldere klank van een Erard uit 1849 harmonieert bijzonder met Chopins Nocturnes. Getuigen van Chopins eigen spel vermelden consequent hoe delicaat en zacht hij speelde. Meesterhanden kunnen dit op een moderne concertvleugel benaderen, op een instrument uit Chopins tijd kan dit effect echt bereikt worden.


 

Beau Soir

Janine Jansen (Viool), Itamar Golan (piano)

’t Wordt saai. Het is wederom prachtig, het nieuwe album ‘Beau soir’ van Janine Jansen met pianist Itamar Golan. Hoe komt het toch dat Janine Jansen nooit een steek laat vallen. Dat alles wat ze onderhanden neemt glans en betekenis krijgt. Er lijken krachten aan het werk die het bij anderen nog wel eens laten afweten maar die bij haar tot een voortdurende staat van ontvankelijkheid leiden.


 

Dvarionas - Viooconcert in b; Pezzo eligiaco. Korngold: Vioolconcert in D op. 35

Vadim Gluzman (viool), Residentie Orkest o.l.v. Neeme Järvi

Dirigent Neeme Järvi nam voor het label Chandos recentelijk twee werken op uit het ijzeren repertoire, de Vijfde van Bruckner en de Zevende van Mahler. De ontvangst van die beide uitgaven was niet onverdeeld positief, maar deze nieuwkomer op het label BIS is een schot in de roos.


 

Händel - Ombra cara (aria's uit Amadigi di Gaula - Agrippina - Riccardo primo - Tolomeo - Orlando - Radamisto - Rodelina - Sosarme)

Bejun Mehta (countertenor), Rosemary Joshua (sopraan), Freiburger Barokorchester o.l.v. René Jacobs

In Nederland kennen we de Amerikaanse countertenor Bejun Mehta sinds 2005, toen hij de titelrol vertolkte in Händels Tamerlano, in de ‘Drottningholm’- enscenering van Pierre Audi. Tijdens het afgelopen Holland Festival was hij er ook, als Cardenio in Conti’s tragikomedie Don Chisciotte, onder René Jacobs.


 

Strauss - Orkestliederen

Diana Damrau (sopraan), Münchner Philharmoniker o.l.v. Christian Thielemann

Operaliefhebbers wisten het al: Diana Damrau is een sopraan die de afgelopen paar jaren als een komeet omhoog is geschoten aan het vocale  firmament. Met een op de televisie uitgezonden vertolking van Gilda uit Rigoletto.


 

Wagner - Der Ring - Tristan und Isolde - Parsifal (arrangementen van Henk de Vlieger)

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart

Voor mensen die wel van Wagner maar niet van zingen houden – zouden die bestaan? – is dit natuurlijk de cd-productie waarvan ze gedroomd hebben. Hier geen samenraapsel van orkestfragmenten uit enkele muziekdrama’s van de meester.


 

Italian Concertos

Werken van Vivaldo, Marcello, Albinoni, Cimaroso en Tartini
Alison Balsom (trompet), Scottisch Ensemble o.l.v. Jonathan Morton

Alison Balsom is in korte tijd uitgegroeid tot het boegbeeld van de moderne trompet. Ze staat internationaal in de schijnwerpers en heeft inmiddels twee goed ontvangen cd’s achter haar naam staan bij EMI.


 

'Rabelais' • Fay ce que vouldras • Plaisirs de gorge et joyeux instruments

Les Sacqueboutiers - Ensemble Clément Janequin - Dominique Visse direction


Antonio Vivaldi - Ercole sul Termodonte • dramma per musica in tre atti RV710

Various soloists - Europa Galante - Fabio Biondi direction


Carl Philipp Emanuel -  Six Sonatas with Varied Reprises

Miklós Spányi clavichord



Christoph Graupner - Ein Weihnachtsoratorium

Amaryllis Dieltiens & Elisabeth Scholl sopranos - Lothar Blum & Reinoud van Mechelen tenors - Stefan Geyer bass - Ex Tempore
Mannheimer Hofkapelle - Florian Heyerick direction


Georg Philipp Telemann - Title: Wind Concertos Vol. V

La Stagione Frankfurt - Michael Schneider direction


Georg Friedrich Händel - Solo Cantatas

Marianne Beate Kielland mezzo-soprano - Bergen Barokk


Heinrich Anton Hoffmann - 4 Grands Duos Concertants (Opus 5, nos. II, III & VI, Op. 6 No. I)

Jansa Duo • Christine Rox violin - Klaus-Dieter Brandt cello


Giovanni Girolamo Kapsberger - I Pastori di Bettelemme (and other works)

Constanze Backes, Chiyuki Okamura & Clementine Jesdinsky sopranos - Franz Vitzthum countertenor - Christian Dietz tenor
Markus Flaig bass • Echo du Danube


 

 

 

 


 

 


 

 


 

 


 

               


   

 

 


 

 


 


 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 

 

 


 


 

 

Terug naar boven


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


 

 


Terug naar boven

 

Pagina 1 2 3 4 5 6

 

Voor een overzicht van de bekroonde CD's, klik hier

 

Voor een overzicht van CD recenties, klik hier
 

Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik hier

 

Voor een overzicht van Klara's 10, klik hier