|
|
| |
|
Muziekcentrum David Vergaelen & Co
Sint-Katelijnestraat 69
- 2800 Mechelen
Liggingsplan
-
Contact- en Bestelformulier
Dinsdag - vrijdag
doorlopend van 10u tot 18u
Zaterdag doorlopend van
10u tot 17u
Zondag en maandag
gesloten.
|
|
|
| |
|
| |
|
|
| |
Nieuwe
CD's - 6
 |
Muziekhandel David Vergaelen & Co biedt u een
reusachtige keuze CD's. Hieronder lichten we een tipje
van onze recentste aanwinsten. |
Pagina
1
2
3
4
5
|
Voor een overzicht van de
bekroonde CD's, klik
hier
Voor een overzicht van CD
recenties, klik
hier
-
Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik
hier
Voor een overzicht van
Klara's 10, klik
hier
|
|
 |
Johann Sebastian Bach -
Complete cello suites
Roel Dieltiens
Negentien jaar geleden maakte Roel Dieltiens een eerste
opname van de beroemde suites voor cello solo van Bach,
toen nog bij Accent. Bij Etcetera verscheen zopas zijn
nieuwe interpretatie van deze meesterwerken. Dieltiens is
niet de eerste cellist die zijn visie bijstelt; denk
bijvoorbeeld maar aan Pieter Wispelwey, die ook, en met
veel succes, een tweede opname maakte (bij Channel
classics).
Wat meteen opvalt is het grote verschil in
opnamekwaliteit: de nieuwe opname, gemaakt in Amuz
Antwerpen, met een directe en fraai gedetailleerde
celloklank in een warme maar intieme akoestiek, is zonder
twijfel superieur aan de compactere en kurkdroge oude.
Maar ook het spel van Roel Dieltiens in deze Bach is
veranderd. In de oude opname kreeg je de indruk dat hij
deze iconen van de celloliteratuur eens anders wilde
brengen, slanker, sneller, en vooral ver weg van de
romantische traditie.
Nu lijkt zijn stijl meer bezonken, persoonlijker (daardoor
ook kwetsbaarder) en geconcentreerder. Op elk dynamisch
niveau produceert Dieltiens een diepe, fraaie toon. Zijn
krachtige ritmiek en elan in de snellere delen zijn
verrukkelijk; de trage stukken, de sarabandes
bijvoorbeeld, krijgen dan weer een donkere intensiteit
mee.
Kortom: een gerijpte, doorleefde versie van een integer
muzikant, die ons (ook met zijn ensemble Explorations) met
bijzonder mooie cd's blijft verrassen. |
|
 |
Schubert -
Pianotrio nr.2 in Es D929
Franz Schubert componeerde zijn tweede pianotrio in november 1827, de
periode waarin hij ook aan Die Winterreise werkte. De
creatie vond plaats in Wenen op 26 december 1827. Schubert
noteerde achteraf dat het trio zeer in de smaak viel bij
het publiek. Jammer genoeg was er geen pers aanwezig - de
aandacht ging helemaal naar Nicolo Paganini die op dat
moment in Wenen verbleef - waardoor dit meesterwerk lange
tijd niet de aandacht kreeg dat het verdiende. Maar daar
is intussen gelukkig verandering in gekomen.
Het Narziss und Goldmund Trio werd opgericht in 1999 door
violist Wietse Beels, celliste Mieke de Lauré en pianiste
Katelijne Burie. Sinds 2007 is Nikolaas Kende - zoon van
pianisten Levente Kende & Heidi Hendrickx - vaste pianist
en hij zorgt alvast voor een nieuw elan. Het trio klinkt
bijzonder evenwichtig en transparant in deze nieuwe opname
van het tweede pianotrio. De muzikanten laten elkaar de
ruimte om op de voorgrond te treden zonder solistisch over
te komen - luister maar naar het begin van het Andante con
moto waarbij de melodie zo mooi wordt doorgegeven van de
cello naar de piano - en spelen daarbij haarfijn samen.
Geen enkele melodie of harmonie in deze Schubert komt
geforceerd over, en je hoort dat het trio veel plezier
beleeft aan het samen musiceren.
Grote pluim voor de opnametechniek die elk instrument zeer
natuurlijk tot zijn recht laat komen. Een warme aanrader
dus, en we hopen het Narziss und Goldmund Trio in de
nabije toekomst toch weer meer op de Vlaamse podia te
mogen begroeten.
|
|
 |
Bach - Mis
in b BWV 232
John Butt is nog maar weinig bekend in de klassieke
muziekwereld. Toch heeft hij al wat cd-opnames met
orgelmuziek (Bach, Elgar) op zijn naam staan. De laatste
jaren treedt hij meer en meer op als dirigent van het
Dunedin Consort and Players. In 2006 nam hij een Messiah
op, in 2008 de Mattheuspassie van Bach en nu de Hohe Messe.
Met deze opname is hij trouwens de eerste die Joshua
Rifkins uitgave van Bachs Messe op cd zet.
Butt volgt zo de moderne trend om Bachs muziek enkelvoudig
te bezetten. Toch zijn er dan weer enkele stukken, de meer
lineaire, motetachtige werken, waar hij een ripienostem
aan toevoegt. Deze verdubbeling zorgt niet meteen voor een
groter klankvolume, maar wel voor een gevarieerde
sonoriteit, en dit dus in contrast met de enkelvoudig
bezette stukken, in de meer 'barokke' schrijfwijze.
Zoals je kan verwachten, hoor je hier een erg transparante
uitvoering, met prachtige solisten. De iets 'dikker'
bezette stukken krijgen op hun beurt een warme sound,
geholpen door een knap instrumentaal ensemble van een
twintigtal fantastische en enthousiaste muzikanten!
|
|
 |
Ludwig van Beethoven: Strijkkwartet nr.6 in Bes op.18 nr.6
- Strijkkwartet nr.13 in Bes op.130. op.133 (Grosse Fuge)
Artemis Quartet
Dit is de vierde Beethoven-cd van het in Berlijn
residerende Artemis Quartet. Het is een reeks die
misschien niet helemaal de aandacht krijgt die ze
verdient. Toegegeven: de discografie van de
strijkkwartetten van Beethoven is al enorm rijk, maar wat
dit ensemble laat horen, behoort echt wel tot de absolute
top.
Op dit nieuwe volume vertolkt het Artemis Quartet twee
strijkkwartetten in de toonaard Bes groot: het zesde
strijkkwartet, waarin Beethoven nog in de voetstappen trad
van Haydn en Mozart, en het dertiende, een van de
zogenaamde late strijkkwartetten.
Het op.18 is verrukkelijk: het openingsdeel is één
energiek spel van vraag en antwoord, het scherzo zit vol
verfijnde humor en de trage inleiding van de finale krijgt
een ongewoon geladen spanning mee. De leden van het
Artemis Quartet spelen daarbij met een verbluffende
technische beheersing en een niet aflatende nervositeit.
Knap is ook de manier waarop zij spelen met klankkleur en
dynamiek.
In het grote dertiende kwartet worden de sfeer en stijl
ernstiger en intenser. Maar ook hier maakt het Artemis
Quartet grote indruk door de felle toon, de schitterende
samenklank en de vloeiende intonatie. De beroemde Cavatina
klinkt ongewoon onsentimenteel en de virtuoze aanpak van
de afsluitende Grosse Fuge moet je gehoord hebben om het
te geloven.
Het Artemis Quartet nestelt zich met zijn
Beethoven-opnamen moeiteloos op gelijke hoogte van zijn
illustere mentoren: het Alban Berg, het Julliard en het
Emerson Quartet.
|
|
 |
Igor Sravinsky: 3 delen uit Petroesjka; Domenico
Scarlatti: Sonate in E K380 - Sonate in f K466; Johannes
Brahms: Variaties op een thema van Paganini op.35; Maurice
Ravel: La Valse
Yuja Wang, piano
Nog maar 23 is de Chinese pianiste Yuja Wang, maar ze
reist al een hele tijd de wereld rond en heeft intussen
haar tweede cd voor DG opgenomen. Met 'Transformation'
verwijst Wang naar de Boeddhistische levenshouding van
constante verandering. Die verandering vinden we muzikaal
terug in de 27 variaties op een thema van Paganini door
Johannes Brahms, bij Igor Stravinsky die de pop Petroesjka
een menselijke gedaante laat aannemen, en in La Valse van
Maurice Ravel die de Weense wals transformeert en
desintegreert.
Er is al heel wat over geschreven in de internationale
pers, en als je deze cd beluistert kan je alleen maar
beamen dat Wang een fenomenale techniek bezit waarmee ze
alles uit de vingers kan toveren. Zo piekfijn en
glashelder zijn haar fraseringen, in soms adembenemend
snelle tempo's, en met een ritmische stuwing en precisie
die je op het puntje van je stoel zetten. De 2
Scarlatti-sonates, in E en f, zorgen voor de nodige rust
in deze prachtig opgebouwde cd.
De opnametechniek van DG blijft voor pianosolo-opnamen
toch nog een minpunt. Je krijgt het gevoel achter een
glazen wand naar de piano te luisteren, waardoor alles
omfloerster klinkt. Maar laat dit u vooral niet
tegenhouden om deze jonge verbluffende pianiste te
ontdekken in een fantastisch repertoire.
|
|
 |
Johann Christian Bach: Kwartet nr.1 in Bes - Kwintet in F
op.11 nr.3 - Sextet in C; Carl Friedrich Abel: Kwartet in
Bes op.8 nr.2 - Sonate nr.24 in d en nr.22 in d voor gamba
solo
Il Gardellino
Rond 1760 trokken twee Duitse componisten naar Londen om
daar hun carrière met succes verder uit te bouwen. Eind
1762 ontmoetten ze elkaar voor het eerst, in februari 1764
verschenen ze samen in een concert, en nog geen jaar later
begonnen ze met een succesvolle concertenreeks, die in de
muziekgeschiedenis bekend zou worden als de 'Bach-Abel
Concerten'.
Carl Friedrich Abel (1723-1787) was een leerling van
Johann Sebastian Bach in Köthen en hij speelde in het
orkest van Johann Adolf Hasse in Dresden. Tegen de tijd
dat hij naar Londen trok, moesten ze op het Europese
vasteland niet veel meer hebben van de viola da gamba, het
instrument waarop hij uitblonk en waarvoor hij veel
componeerde. Maar het eerder conservatieve Engelse publiek
kon een gambavirtuoos nog wel erg smaken. En zo schopte
Abel het in 1761 tot 'Chamber Musician to her Majesty', de
Engelse koningin Charlotte.
Ook Johann Cristian Bach (1735-1782), jongste zoon van,
kende een schitterende carrière in Engeland. Hij werd al
snel 'Music Master' van de koningin, begeleidde haar fluit
spelende echtgenoot en onderwees de kinderen van het
koninklijke koppel.
Of de werken op deze cd (kwartetten, kwintetten en een
sextet voor blazers en 2 sonates voor gamba) ook tijdens
de 'Bach-Abel Concerten' zijn uitgevoerd, weten we niet
zeker. Waarschijnlijk is het wel. Het zijn alleszins ook
nu nog erg aantrekkelijke composities, met elegante
partijen voor de blazers, originele klankencombinaties, en
met fraaie en zangerige melodieën.
Ideaal repertoire ook voor Il Gardellino, het ensemble
rond Jan De Winne en Marcel Ponseele. Hun aanpak van deze
elegante werken is sprankelend en gevoelig. De heldere en
toch intieme opname vat mooi de fraaie kleuren van de oude
instrumenten. Vittorio Ghielmi haalt met zwier het maximum
uit de twee korte sonates voor viola da gamba van Abel.
|
|
 |
Benjamin Britten: Cello Symphony op.68 - Suite nr.1
voor cello solo op.72
Pieter Wispelwey, cello; Symfonieorkest Vlaanderen o.l.v.
Seikyo Kim
De Cello Symphony op.68 is een van de minst toegankelijke
werken van Benjamin Britten, en ze behoort wellicht ook
niet tot zijn beste composities. Al moeten we dat oordeel
na deze voortreffelijke uitvoering wel enigszins herzien.
Britten schreef de Cello Symphony voor Mstislav
Rostropovitsj in 1963. Het is een ongewoon concerto waarin
de cellopartij in het orkest is ingebed. De solist deelt
geregeld een melodie met de andere instrumenten uit het
orkest, en het hele karakter van het stuk lijkt uit de
klank van de cello te groeien.
Een werk dus op het lijf geschreven van Pieter Wispelwey:
indrukwekkend hoe hij met zijn beweeglijke, nerveuze stijl
en zijn breekbare, oneindig gevarieerde celloklank het
geheel spannend en welluidend houdt. Daarbij inspireert
Wispelwey ook voortdurend een Symfonieorkest Vlaanderen in
groten doen. Seikyo Kim, zijn nieuwe chef-dirigent, haalt
rijke, donkere kleuren en een strak samenspel uit het
orkest. De solo-cadens aan het eind van het adagio is
adembenemend, en een levendige, door orkest en solist met
veel drive gespeelde passacaille sluit het werk af.
De technische kwaliteit van de opname, gemaakt tijdens
concerten in deSingel en de Doopsgezinde Kerk van
Deventer, is ronduit schitterend.
Ook het tweede werk op deze cd hebben we aan Rostropovitsj
te danken. Toen Britten de grote Russische cellist de
suites van Bach hoorde spelen, wilde hij zelf ook zes
suites aan hem opdragen. Het werden er uiteindelijk drie:
de invloed van Bach hierin is duidelijk, maar tegelijk
zijn het ook heel eigen, persoonlijke werken. Wispelwey
kiest hier voor de eerste, negendelige suite uit 1964 en
toont opnieuw zijn verbluffende techniek, zijn rijk
geschakeerde toon en grote inlevingsvermogen.
|
|
 |
Sergej Rachmaninov: Symfonische Dansen op.45 - Het
Dodeneiland op.29 - De Rots op.7
In 2007 werd de Rus Vasily Petrenko nog verkozen tot
Gramophone Young Artist of the Year. Intussen is de nu
34-jarige Petrenko een van de meest gevraagde dirigenten
van het ogenblik. Vorig jaar werd hij chef-dirigent van
het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, een post die
hij tot 2015 zal bekleden. Deze samenwerking leverde
intussen al enkele fraaie cd-reeksen op: voor Naxos nemen
zij de symfonieën van Sjostakovitsj op, en bij Avie is er
nog meer Russisch repertoire van Tsjaikofski,
Sjostakovitsj en Rachmaninov. Ongeveer gelijktijdig met
deze cd verscheen ook een opmerkelijke opname van de
pianoconcerto's 2 en 3 van Rachmaninov met Simon Trpceski.
Maar we kiezen toch voor deze cd met orkestwerken van
Sergej Rachmaninov.
Want zo vaak zijn deze werken niet eens opgenomen. De
kleurrijke en prachtige georkestreerde orkestfantasie 'De
Rots' toonde de anders zo zelfkritische, toen 20-jarige
Rachmaninov vol trots aan Tsjaikofski en Rimski-Korsakov.
Voor het machtige 'Het Dodeneiland' inspireerde
Rachmaninov zich op het gelijknamige schilderij van Arnold
Böcklin. En de 'Symfonische Dansen' componeerde hij veel
later, op zijn domein in Long Island, in de zomer van
1940.
Vasily Petrenko houdt het geheel strak in de hand, en
zorgt voor een mooi evenwicht tussen de verschillende
orkestgroepen. Hij licht ook, en dit zonder effectjagerij,
fraaie details uit het orkest en speelt knap met
dynamische verschillen (de eb- en vloedbeweging in 'Het
Dodeneiland' bijvoorbeeld). In 'De Rots' en ook in het
openingsdeel van de 'Symfonische Dansen' kun je horen dat
ze daar in Liverpool over een uitstekende sectie
houtblazers beschikken; de strijkersgroep mist soms wat
gloed en sensualiteit en haalt daardoor niet helemaal
hetzelfde niveau.
|
|
 |
Baldassarre
Galuppi - Sonatas for Keyboard Instruments
Luca Guglielmi harpsichord, clavichord, fortepiano & organ

|
|
 |
Chaconne
Rinaldo Alessandrini harpsichord
 |
|
 |
Konge af
Danmark • Europian musical life at the court of King
Christian IV of Denmark
Les Witches

|
|
 |
Samuel Scheidt - Cantiones Sacrae
Vox Luminis - Lionel Meunier direction
 |
|
 |
Totker,
Ratpert and anonymous - Music and Poetry in St Gallen •
Sequences and tropes (9th century)
Ensemble Gilles Binchois - Dominique Vellard direction
 |
|
 |
Odi Euterpe -
Caccini, Kapsberger, Frescobaldi,
d'India, Ferrari and other Italian composers (17th century)
Rosa Domínguez mezzo-soprano - Mónica Pustilnik archlute,
renaissance guitaer & organ - Dolores Costoyas theorbe &
baroque guitar
 |
|
 |
Johann Hermann Schein - Opella Nova • Fontana
d'Israel
Sagittarius - Michel
Laplénie direction

|
|
 |
Jan Pieterszoon Sweelinck -
Derde Boek der Psalmen Davids
Gesualdo Consort Amsterdam - Harry van der Kamp direction
 |
|
 |
Johann Joachim Agrell - Orchestral Works
Sirkka-Liisa Kaakinen-Pilch violin - Pauliina Fred flute -
Jasu Moisio oboe - Helsinki Baroque Orchestra - Aapo
Häkkinen direction and harpsichord

|
|
 |
Gustave Nadaud - La Bouche & l'Oreille • Details
Arnaud Marzorati voice & musical direction - Daniel Isoir
piano
Stéphanie Paulet violin - Alexandre Chabod clarinet - Paul
Carlioz violoncello
 |
|
 |
Pierre Moulu - Messes Alma redemptoris Mater & Missus est
Gabriel Angelus
The Brabant Ensemble - Stephen Rice direction
 |
|
 |
Ludwig van Beethoven - Violin Sonatas Vol. 3:
Sonata in D major op. 12/1 - Sonata in A major op. 12/2 -
Sonata in E flat major op. 12/3 - Rondo in G major WoO 41
Hiro Kurosaki violin - Linda Nicholson
fortepiano
 |
|
 |
André-Ernest-Modeste Grétry - Andromaque Tragédie
Lyrique, Paris, 1780
Karine Deshayes soprano - Maria Riccarda Wesseling
mezzo-soprano - Sébastien Guèze tenor - Tassis
Christoyannis baritone
Le Concert Spirituel - Hervé Niquet direction
|
|
 |
Anton Ferdinand Titz -
String Quartets for the Imperial Court of St. Petersburg
(Vol.3)
Hoffmeister Quartet
 |
 |
Wolfgang
Amadeus Mozart - Trio in E flat major, K. 498 for
piano, clarinet and viola 'Kegelstatt Trio' - Fantasy in C
minor, K. 475 - Grande Sonate in A major for basset
clarinet and fortepiano (1809) after Clarinet Quintet K.
581
Anneke Veenhoff fortepiano - Nicole van Bruggen basset
clarinet - Jane Rogers viola
 |
|
 |
Franz-Joseph Haydn - Arianna
a Naxos, Lieder & Canzonettas
Stéphanie d'Oustrac mezzo-soprano - Aline Zylberajch
fortepiano
 |
|
 |
'Sing. Mouthon' [Charles
Mouton? - The mystery of Sign. Mouthon 10 Concerti à 5
Ars Antiqua Austria - Gunar Letzbor violin & direction
 |
|
 |
Henry Purcell
- The food of love
Paul Agnew tenor - Anne-Marie Lasla bass viol - Elizabeth
Kenny theorbo & guitar - Blandine Rannou harpsichord &
organ
 |
|
 |
Anonymous 17th. Cent. -
Cantate Contarini
Marta Infante mezzo-soprano - Ars Atlántica - Manuel Vilas
direction
 |
|
 |
Franz
Joseph Haydn and others - 'Quartetti fugati'
Rincontro

|
|
 |
Joseph Ruiz Samaniego - 'La vida es sueño...'
Los Músicos de Su Alteza - Luis Antonio González direction
 |
|
 |
Johann
Sebastian Bach - English Suites BWV 806 - 811
Olga Martonova harpsichord
 |
|
 |
Nicola Matteis - 'False consonances of Melancholy' • Ayres
for the violin
Gli Incognito - Amandine Beyer violin &
direction
 |
|
 |
La voce di Orfeo
Furio Zanasi baritone - Giulio Casati narrator - La
Chimera - Eduardo Egüez direction

|
|
 |
Federico Mompou
- Piano music
Don Perlimplín, Ballet, ComptinesJordi Masó
De Catalaan Federico Mompou (1893-1987) geniet een beetje
een cultstatus. Hij is geliefd bij een kleine maar trouwe
schare fans. Misschien hangt de beperkte waardering samen
met het feit dat hij bijna uitsluitend miniatuurtjes voor
piano heeft gemaakt. Toch is hij een groot componist, die
als een dichter juist in kort bestek heel veel te
vertellen heeft. Wat dat betreft past hij in de traditie
van Satie en Poulenc. De Franse invloed en de melancholie
die Mompous muziek typeren, beheersen de pianowerken op
deze cd van Jordi Masó. Het betreft hier composities die
tijdens Mompous leven onuitgegeven zijn gebleven, zoals
het beeldschone ballet Don Perlimplín uit 1955 (dat Mompou
uiteindelijk niet zelf heeft georkestreerd). Masó speelt
hier de oorspronkelijke pianoversie, een verrukkelijke
verzameling stukken met wisselende stemmingen en ondanks
sterke verwijzingen naar Ravel, Debussy, Poulenc en Falla
toch op bijzondere wijze geheel eigen van karakter.
Luister naar het eerste nummer, een Prélude met
Messiaenachtige (!) openingsakkoorden, die na korte tijd
overgaan in puur impressionistische lyriek. Mompous muziek
is betoverend en wordt op deze onmisbare cd (die ook
zeldzame werken voor viool en piano en cello en piano
bevat) voortreffelijk gespeeld door Jordi Masó. |
|
 |
Johann
Sebastian Bach - Sonatas and Partitas for solo violin
Khachatryan, Sergey
Met zijn 25 jaar is de Armeense violist Khachatryan al een
wereldster. Op zijn vijftiende won hij het Sibelius
Concours en hij was twintig toen hij zijn mededingers op
het Koningin Elisabeth Concours versloeg. Op de toen
verworven Stradivarius, een bruikleen, speelt hij nu Bachs
Sonates en Partita’s. Hij doet dat met een verbijsterende
technische perfectie en muzikaal inzicht: in de
meerstemmigheid die Bach zo ingenieus via akkoorden voor
de vier snaren heeft gecomponeerd, gaat geen muzikale lijn
verloren. Daarbij is zijn spel weldadig zuiver en zingend
van klank. Als violist is hij een rijpe meester, als
musicus is hij jong en romantisch. Niet zozeer de
bevindingen van de historische uitvoeringspraktijk gaan
hem ter harte als wel het spelen ‘recht uit het hart’.
Zijn hart lijkt hem de vrijheden die hij neemt te dicteren
en de cantabile klank waarbij hij het vibrato niet uit de
weg gaat. Het is hartverwarmend, maar de interpretatie
leidt soms tot een wat dichte klank en een teveel aan
muzikale details waarbij het zicht op de grote
architectuur belemmerd raakt. Af en toe verlangt men naar
een grotere eenvoud, die de jonge Armeen zich hopelijk op
den duur zal verwerven, als hij zijn ‘nesthaar’ verliest. |
|
 |
Felix Mendelssohn - Piano trios
Ax, Emanuel; Ma, Yo-Yo; Perlman, Itzhak
Het is niet aan uw recensent muziekprijzen uit te delen,
maar hierbij toch de voorzichtige voorspelling dat deze
nieuwe opname van Mendelssohns Pianotrio’s wel een beeldje
links of rechts in de wacht gaat slepen. Zet drie
muziekgiganten bij elkaar en het is altijd prijs. Zo
simpel is het dus niet, want te veel artistiek ego kan de
som der delen ook minder dan het geheel doen uitvallen. In
de toelichting komen de pianist Emanuel Ax, de cellist
Yo-Yo Ma en de violist Itzhak Perlman zelf aan het woord:
jarenlang samen optreden heeft tot een hechte muzikale
vriendschap geleid, verzekeren de heren ons. We geloven ze
graag, maar woorden blijven woorden… totdat de cd gaat
draaien! In de snelle delen blijven alle details hoorbaar,
nergens een spoor van de neurotische waas die uitvoeringen
van Mendelssohns kamermuziek nog wel eens wil omgeven.
Vergist u zich niet: als Mendelssohn om energie en vuur
vraagt, blijft dit Amerikaanse gelegenheidstrio bepaald
niet op de handen zitten. Maar, de echte amicale
onderonsjes worden bewaard voor de langzame delen:
geïnspireerd, ontroerend en vol gulheid. Inderdaad, de
essentie van vriendschap, en niet toevallig
wezenskenmerken van Mendelssohns muzikale genie. Puur
plezier! |
Terug naar boven
|
 |
Joseph Haydn
- Stabat mater
Trinity Choir; Rebel Baroque Orchestra; Burdick, J. Owen
Hoewel Joseph Haydn de geschiedenis is ingegaan als ‘de
vader van de symfonie en het strijkkwartet’, heeft hij ook
een bescheiden aantal liturgische werken nagelaten. Zijn
Stabat mater uit 1767 was een van de eerste en werd direct
een daverend succes. Sterker nog, het behoorde bij zijn
leven tot de meest gespeelde werken en genoot
internationale bekendheid, tot in het calvinistische
Nederland aan toe. In navolging van illustere voorgangers
als Palestrina, Scarlatti en Pergolesi gaf Haydn een heel
eigen richting aan de traditionele woorden van de Moeder
Gods die aan de voet van het kruis het lot van haar Zoon
beweent. In veertien delen krijgt de oorspronkelijke
middeleeuwse tekst een voor Haydn ongekend dramatische
lading. Niet voor niets schrijft de componist voor het
merendeel langzame tempi voor en staat de helft van het
werk in mineur. Het New Yorkse Trinity Choir, bijgestaan
door het gerenommeerde Amerikaanse oudemuziekensemble
Rebel Baroque Orchestra, is goed vertrouwd met Haydns
kerkmuziek. Het heeft immers ook al zijn missen opgenomen,
bij Naxos verkrijgbaar als verzamelbox. Het resultaat is
een mooi afgewerkte uitvoering, waarbij de tenor Stephen
Sands en de bas Richard Lippold een extra pluim verdienen
voor hun positieve vocale bijdragen. |
|
 |
Andreas Goepfert - 3
Clarinet concertos
Klöcker, Dieter; Jenaer Philharmonie; Moesus, Johannes
In het boekje bij deze cd met werken van de onbekende
Andreas Goepfert (1768-1818) is een aardig essaytje van de
klarinettist Dieter Klöcker opgenomen over de muzikale
milieuvervuiling van deze tijd. Door de opkomst van de
massacultuur en onder het motto ‘hoe luider hoe beter’
willen wij geen aandacht meer schenken aan het kleinere,
het breekbare, of met andere woorden de minder bekende
componist. Klöcker kaart aan dat wij alleen de bekende
werken van de grootste componisten eren, door ze steeds te
herhalen. Zelf zou ik eraan willen toevoegen dat het
gebrek aan nieuwsgierigheid voor onbekende muziek uit het
verleden ook wortelt in een soort snobisme van sommige
musici. Zij halen vaak hun neus op voor componisten als
Spohr, Onslow, Pierné of Schmitt, om een paar
buitenbeentjes te noemen. Als vergeten muziek dan toch
wordt opgenomen, wordt ze doorgaans door minder
getalenteerde musici gebracht, waarmee de vergeten
meesters niet echt worden geholpen. Met Dieter Klöcker zit
dat anders. Hij is een begenadigd klarinettist die een
perfect pleidooi houdt voor Goepferts muziek. Deze
mozartiaanse concerten zijn uitermate charmant en
kleurrijk (luister naar het tweede deel van opus 35!) en
ze worden met verve gespeeld door solist en orkest. |
|
 |
Heinrich von
Herzogenberg - Violin concerto, Odysseus
Wallin, Ulf; Deutsche Radio Philharmonie; Beermann, Frank
Heinrich von Herzogenberg was een fan van Brahms en
Wagner. In zijn Vioolconcert hoor je onder meer de invloed
van Brahms’ instrumentatie, met die typische strijkers- en
blazersklanken. Het eerste deel is lastig te volgen. Nog
voordat de soloviool inzet, zijn al drie thema’s
voorbijgekomen. Het tweede deel begint met een geestig
pizzicatothemaatje. Thema’s keren daarna steeds terug en
de luisteraar krijgt meer houvast. De violist Ulf Wallin
heeft goed begrepen dat het niet gaat om virtuositeit,
maar om muzikaliteit. Het orkest klinkt warm, krachtig en
helder. Pas bij de symfonie Odysseus besef je dat het meer
dan honderd musici bevat. In vier delen vertelt
Herzogenberg Odysseus’ verhaal. ‘De zwerftocht’ verklankt
de wilde zee met gebroken drieklanken, golvende dynamiek
en veel geluid. Odysseus krijgt - heel Wagneriaans - een
leidmotief. In ‘Circes paradijs’ klinken de gebroken
drieklanken weer, maar dan quasifeestelijk. Quasi, want
Circe verandert haar gasten in dieren. ‘Het gastmaal van
de vrijers’ verklankt in een fuga de chaos van de vrijers
die om de heerschappij vechten. ‘Odysseus’ verandert van
mineur in majeur: hij overwint. Zou Herzogenberg zijn
onbekendheid overwinnen? Hij was een componist die de
stijl van anderen vakkundig verwerkte in zijn eigen stijl. |
|
 |
Antonín Dvorák - Violin
concerto & Legends op. 59
Tognetti, Richard; Nordic Chamber Orchestra; Lindberg,
Christian
Heinrich von Herzogenberg, een Zwitserse componist, was
gek op Brahms, wiens stijl hij in zijn Vioolconcert
verwerkte. Herzogenberg was een vriend van Brahms, net als
Dvorák. Ze droegen allebei een vioolconcert op aan Joseph
Joachim en vroegen allebei advies aan deze violist.
Allebei herschreven ze de compositie, maar Joachim voerde
de werken nooit uit. Een verschil: Brahms stuurde
Herzogenbergs partituur ongezien door, terwijl hij Dvorák
overlaadde met complimenten. En diens Vioolconcert werd
meteen populair vanwege de Tsjechische klanken. Het eerste
deel gaat naadloos over in het lyrische tweede, waarvan
het stormachtige middengedeelte contrasteert met de
rustige ondertoon. Het derde deel zit, net als bij
Herzogenberg, vol dansthema’s. Even klinkt een bekend
thema uit de Slavische dansen die Dvorák toen ook
componeerde. De Legenden hadden ook Stemmingen kunnen
heten. Het zijn tien korte stukjes, een opeenvolging van
stemmingen, die Dvorák voor twee piano’s heeft geschreven
en later georkestreerd. Eenvoudig opgezet, maar allemaal
pareltjes. Het orkest speelt intiem, krachtig en stuwend
met een heldere, warme, ronde klank en prachtige balans.
De meeslepende, maar niet melodramatische en juist lichte
toon van de violist Richard Tognetti doet Dvoráks muziek
evenzeer recht. Deze cd is een echte aanrader. |
|
 |
Arnold Schönberg - String
trio, op. 45; Four pieces for mixed chorus, op. 27; Three
satires for mixed chorus, op. 28; Septet-Suite, op. 29;
Accompaniment to a cinematographic scene, op. 34
Twentieth Century Classics Ensemble; Simon Joly Chorale;
London Sinfonietta; London Symphony Orchestra; Craft,
Robert
Bij de naam Robert Craft denkt menigeen aan Stravinsky. De
Amerikaanse dirigent en musicoloog onderhield jarenlang
een nauwe band met de Russische componist, hetgeen
resulteerde in een scala aan gezaghebbende uitvoeringen en
publicaties. Men wil hierdoor nog wel eens vergeten dat
Crafts muzikale horizon een stuk verder reikt. Tot de
muziek van Schönberg bijvoorbeeld, wiens gehele oeuvre
door Craft wordt opgenomen bij Naxos. Op de nieuwste
release van deze Robert Craft Collection staan onder meer
de Drie satires voor gemengd koor, waarmee Schönberg anno
1926 de draak stak met de in zijn ogen regressieve
neoclassicisten. Maar zelf bleek hij ook niet geheel
ongevoelig voor de neoklassieke mode die in het
interbellum hoogtij vierde. In zijn Septet-Suite
bijvoorbeeld, die in de handen van het Twentieth Century
Classics Ensemble een rijkgeschakeerde uitvoering krijgt,
bedient de Weense twaalftoonskunstenaar zich van
traditionele variatie- en barokke dansvormen.
Desalniettemin blijft in Schönbergs klankwereld altijd de
expressionist van weleer voelbaar. Dat mag blijken uit de
zinderende registratie van de Begleitungsmusik zu einer
Lichtspielszene door het London Symphony Orchestra. Of de
indringende verklanking van het Strijktrio, een muzikaal
verslag van de hartstilstand die Schönberg in 1946 bijna
fataal werd. |
|
 |
Edward Elgar, Peteris Vasks
e.a. - Cello Concerto
Sol Gabetta, Danish National Orchestra o.l.v. Mario
Venzago
Drink een kopje thee met Sol Gabetta, en je laat je
overrompelen door de tomeloze energie van deze jonge
Argentijnse celliste. Gabetta praat honderduit en vertelt
openhartig over haar muzikale ervaringen en haar nieuwe cd
met onder meer het Celloconcert van Elgar en enkele korte
stukken van Dvorák en Respighi, die onlangs is verschenen
bij het label Sony.
Niets lijkt Sol Gabetta te veel, zeker gezien haar drukke
en afwisselende concertagenda. Toch heeft ook zij momenten
van stilte nodig. Die momenten vindt ze thuis of tijdens
een vakantieperiode. In de muziek komt ze soms een ander
soort stilte tegen. Naast Elgar heeft Gabetta The book
voor cello solo van de Letse componist Peteris Vasks
opgenomen. ‘Als ik zijn werk speel, merk ik dat de
luisteraars steeds dichterbij komen, op het puntje van hun
stoel gaan zitten en hun adem inhouden. Het eerste deel,
Marcatissimo, is grillig als het leven zelf – Gabetta
zingt woeste loopjes voor – en het tweede deel is het
tegenovergestelde: Dolcissimo. Vasks kan met zijn muziek
de wereld stilzetten.’
‘Elgars concert is ingetogener dan veel mensen denken.
Iedereen kent de fantastische opname van Jacqueline du Pré.
Zij heeft met haar prachtige, expressieve spel een stempel
gedrukt op de uitvoeringspraktijk van deze compositie.
Maar als ik diep in de partituur duik, vind ik een zeer
emotionele componist die op het ene moment naar buiten
treedt en zich even later weer terugtrekt.’ Gabetta heeft
het stuk talloze keren in de zaal gespeeld, met diverse
orkesten. Op de cd wordt ze begeleid door het Deens
Nationaal Orkest onder leiding van Mario Venzago. ‘Elgar
wordt een ander stuk als je het met verschillende orkesten
speelt’, zegt ze. ‘Ik probeer telkens mijn emotionele
visie op het werk, mijn geloof in deze muziek te delen met
de musici, zodat ze mij vertrouwen en willen volgen.’
Gabetta’s energie gaat gepaard met een niet geringe dosis
nieuwsgierigheid. Volgend jaar brengt ze een celloconcert
van Michel van der Aa in première met Amsterdam
Sinfonietta, maar de celliste besteedt ook veel aandacht
aan repertoire van meer dan drie eeuwen geleden. Sinds
twee jaar is ze actief met Cappella Gabetta, een
barokensemble waarvan haar broer Andres concertmeester is.
‘Het past niet bij me om me te beperken tot één periode,
ik ben altijd geïnteresseerd in iets nieuws. Zelfs als het
lastig is, zoals het spelen van barokmuziek. Ik wil mijn
instrument op verschillende manieren ontdekken.’ Gabetta
speelt met regelmaat transcripties, zoals de drie
karakterstukken van Elgar op haar cd: ‘Sospiri’, ‘Salut
d’amour’ en ‘La capricieuse’. “Waarom alleen maar
composities uitvoeren die oorspronkelijk voor cello zijn
geschreven, terwijl er nog zoveel andere mooie muziek is?’
Komende maand vindt een nieuwe aflevering plaats van haar
eigen Solsberg Festival, in het Zwitserse Olsberg, waar de
celliste woont. Maar er wacht nog meer. Gabetta heeft een
erhu gekocht, een Chinese viool die ze graag wil leren
bespelen. ‘Als je nog iemand weet die een violoncello
piccolo verkoopt, dan hoor ik het graag’, lacht ze
enthousiast. ‘Ik ben ook van plan zangles te nemen.
Vroeger heb ik veel in een koor gezongen, maar na school
niet meer. Mijn zangkunsten zijn nog dezelfde als toen ik
vijf jaar was.’ Je vraagt je af hoe Gabetta al deze
activiteiten een plaats kan geven in haar rijke leven. ‘Ik
ben erg georganiseerd. De enige momenten waarop ik de tijd
vergeet, beleef ik wanneer ik muziek maak.’ |
|
 |
Jeroen Bosch, Gerrit Komrij -De Zeven Zonden van Jeroen Bosch
Camerata Trajectina
Nog maar een paar maanden geleden verscheen van Camerata
Trajectina de prachtige cd Calvijn in de Gouden Eeuw. Nu wijst
het ensemble met een muziekdramatische voorstelling vooruit naar
het honderdste lustrum van het overlijden van de schilder Jeroen
Bosch in 2016. Aanknopingspunt is het schilderij De zeven
hoofdzonden. Die zonden worden door Gerrit Komrij tot leven
gewekt in zeven geestige gedichten. Liederen zonder tekst uit
omstreeks 1500 dienen als vehikel voor Komrijs poëzie.
De katholieke kerk maakte vroeger een onderscheid tussen
dagelijkse zonden en doodzonden, tussen kleine ongerechtigheden
enerzijds en zware vergrijpen anderzijds. Alle zonden, grote en
kleine, zouden uiteindelijk voortkomen uit de zeven hoofdzonden:
hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, onmatigheid, woede en
luiheid. Het begrip zonde lijkt inmiddels ouderwets, maar de
hoofdzonden zelf zijn nog altijd wijdverbreid.
De kranten staan er vol van. Waren het niet hoogmoed en hebzucht
die de huidige crisis hebben veroorzaakt? Crisis of niet,
Camerata Trajectina en Globe blijven mooie cd’s maken, in dit
geval met een fraai vormgegeven boekwerk, zodat je met Bosch’
schilderijen op schoot een boeiende reis kunt maken door de late
middeleeuwen. Artistiek leider Louis Peter Grijp heeft de
hoofdzonden gevat in het raamwerk van een mis. Zo is als het
ware een Missa peccati ontstaan, een zondenmis. De wisselende
gezangen op teksten van Gerrit Komrij worden ingekaderd door de
vaste gezangen Kyrie, Sanctus en Agnus Dei. Als in een dodenmis
volgt een Requiem. Ten slotte komen aan bod Het Laatste Oordeel
en, wegens een teveel aan zonden, de hel. Uitgerekend daarmee
wordt Jeroen Bosch recht gedaan. In het uitbeelden van de hel
was hij immers op zijn best, met al die varkens en vogeldraken
die hun kans grijpen om de meest bizarre martelingen te
verrichten...
Elf zangers, meer dan ooit tevoren, hebben zich voor deze
productie bij Camerata Trajectina gevoegd en in de keurtroepen
bevinden zich ook een paar oud- en jonggedienden van het
Nederlands Kamerkoor. Dat is niet verkeerd. Vooral de
mannenstemmen hebben nu een stevig fundament. Opvallend mooi
voegt zich de naar zijn aard vrij scherpe stem van de altus
Sytze Buwalda in het ensemble: een klank als van een oude zink,
het vibrato perfect onder controle, werkelijk prachtig. De vaste
instrumentalisten zijn voor de gelegenheid uitgebreid met
rietblazers van het Vlaamse consort La Caccia.
Komrijs teksten voegen zich zo makkelijk in de cadans van de
originele melodieën dat je als luisteraar maar nauwelijks
opmerkt dat ze niet authentiek anno 1500 zijn. Nu sorteert de
ongezouten humor van Komrij vooral effect als de maestro zijn
gedichten voorleest voordat ze worden gezongen. Voor het
Festival Oude Muziek 2005 had Camerata Trajectina Komrij
chansons van Ockeghem laten ‘invullen’. Hij las voorafgaand aan
de uitvoering steeds zelf zijn poëmen voor. Woest grappig, zeker
door zijn wat geaffecteerde, quasi vermoeide manier van praten.
Op deze cd doet Komrij er voornamelijk het zwijgen toe, maar hij
is te horen in de Dodendans. Het is te billijken dat zijn
aandeel is beperkt. Hij zou met zijn voordracht als hofnar alle
aandacht naar zich toe hebben getrokken. En dat past niet in een
zondenmis. IJdelheid genoeg in deze wereld.
De zeven hoofdzonden
De zeven hoofdzonden zijn voorgesteld in de vorm van kleine
genretaferelen: Woede als boeren, vechtend op een groene weide
voor een herberg, Afgunst als een burenruzie in een stadje,
Hebzucht als corrupte rechter, Onmatigheid als een smulpartij in
een herberg, Luiheid als een ingedutte man die zijn geloof
verwaarloost, Wellust als een decadent gezelschap in de
buitenlucht en Hoogmoed als een vrouw die zichzelf bewondert in
een spiegeltje dat opgehouden wordt door een duiveltje.
Om deze voorstellingen beter te kunnen begrijpen vergelijkt
Bosch-kenner Charles de Tolnay ze met de miniatuur ‘Deugden en
zonden’ in Augustinus’ De stad Gods uit ongeveer dezelfde tijd.
Deze voorstellingen, die eveneens in een cirkel geplaatst zijn,
gaan nog steeds uit van middeleeuwse abstracties, terwijl de
schilder deze tastbaar maakt door ze in de context van zijn
eigen tijd te plaatsen. Bosch’ voorstellingen zijn dus eerder
genreachtig dan allegorisch. Het gevolg hiervan is, volgens De
Tolnay, dat de schilder de mens niet a priori als slecht
neerzet, zoals voorheen, maar a posteriori. Hiermee lijkt hij te
willen aangeven dat de mens de keus heeft om over zijn eigen lot
te beslissen. Waar zijn gedrag uiteindelijk toe kan leiden wordt
in de hoekmedaillons aangegeven. |
|
 |
Stravinsky, Revueltas - Rite: Le sacre du printemps; La noche
de los Mayas
Simón Bolívar Youth Orchestra of Venezuela o.l.v. Gustavo
Dudamel
De legendarische dirigent Erich Kleiber vergeleek de muziek van
Silvestre Revueltas (1899-1940) eens met die van Mahler. Zijn
jonge collega Gustavo Dudamel zet La noche de los Mayas van de
Mexicaanse componist naast Le sacre du printemps van Stravinsky.
De overeenkomsten zijn niet over het hoofd te zien. Rituelen
staan in beide werken centraal, compleet met offers en
extatische dansen. Het zijn werken die uit hun voegen barsten
van de energie, geknipt voor het Simón Bolívar Jeugdorkest en
zijn gepassioneerde dirigent. Voor de jonge Venezolanen lijken
de complexe ritmes in de werken vooral te leiden tot een groot
en aanstekelijk speelplezier. |
|
 |
Dmitri Sjostakovitsj - Celloconcert nr. 1, Cellosonate nr. 2
Han-Na Chang, London Symphony Orchestra o.l.v. Antonio Pappano
Antonio Pappano en Han-Na Chang zijn al jaren een succesvol
koppel. De Italiaanse dirigent en pianist en de jonge Koreaanse
celliste bespelen samen de grote podia en treden daarnaast op
als kamermuziekduo. Die combinatie leidt ook op cd tot een
bijzondere repertoirekeuze. Met het London Symphony Orchestra,
het orkest dat Pappano al jaren met veel succes leidt, speelt
Han-Na Chang het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj. Het gaat
vergezeld van een kamermuziekcompositie, de Tweede cellosonate
van dezelfde Russische meester. Samen met Pappano raakt Han-Na
Chang de onderliggende, filosofische laag in de muziek. In
gepassioneerde passages grijpt ze diep in de snaren, zodat de
uitvoering een zinderende warmte uitstraalt. |
Terug naar boven
Pagina
1
2
3
4
5
|
Voor een overzicht van
de bekroonde CD's, klik
hier
Voor een
overzicht van CD recenties, klik
hier
Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik
hier
Voor een overzicht van
Klara's 10, klik
hier
|
|
|
|
|