Muziekcentrum David Vergaelen & Co

 Sint-Katelijnestraat 69 - 2800 Mechelen
015 34 32 63
0477 34 13 45
015 20 37 27
info@vergaelen.net

Liggingsplan - Contact- en Bestelformulier

 

Dinsdag - vrijdag doorlopend van 10u tot 18u

Zaterdag doorlopend van 10u tot 17u

Zondag en maandag gesloten.

 
 
 
 
 
 
 

Nieuwe CD's - 6
 

Muziekcentrum David Vergaelen & Co biedt u een reusachtige keuze CD's. Hieronder lichten we een tipje van onze recentste aanwinsten.

 

De enige CD waar je ooit spijt van krijgt, is degene die je niet gekocht hebt

 

 

 

 

Pagina 1 2 3 4 5 7

 

Voor een overzicht van de bekroonde CD's, klik hier

 

Voor een overzicht van CD recenties, klik hier
-

Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik hier

 

Voor een overzicht van Klara's 10, klik hier


John Blow: Odes & Songs / Ricercar Consort

Carlos Mena en Damien Guillon zijn volledig op hun gemak binnen Dryden's welsprekende Engelse taal en binnen John Blow`s en Henry Purcell`s muzikale stemmingen en hebben het idioom zeer treffend gevangen. De blokfluiten mengen prachtig met de stemmen en het is een verademing om ze te horen samen met het basso~continuo van het Ricercar Consort die de stukken gewoon eenvoudig, smaakvol en stijlvol houden. [Gramophone]


Mendelssohn: String Quartets Nos. 2 & 6 / Modigliani Quartet

Het meest bekend als het hoogste genie van de Vroeg~Romantiek, toont Mendelssohn hier in deze werken een meer diepzinnige kant in reactie op een aantal tragische gebeurtenissen; zoals de dood van zijn geliefde zuster Fanny. Mendelssohn verdiepte zich hiervoor in Ludwig van Beethoven voor inspiratie en schreef vervolgens muziek die diep, intens en gedurfd is.


Arthur & Lucas Jussen / Schubert - Impromptus

Na het grote succes van de Beethoven sonates CD is het tweede album van de broers Arthur en Lucas Jussen op Deutsche Grammophon in zijn geheel gewijd aan Schubert. Deze 2-CD bevat naast de Impromptus ook werken voor piano vierhandig: de Fantasie in f en Vier Polonaises op.75.


Anna Netrebko - Live At The Met

Anna Netrebko boende de vloeren van het Mariinskitheater (destijds: de Kirov-Opera) in St. Petersburg om haar zangstudie te bekostigen. Haar loopbaan begon toen zij werd opgemerkt door de directeur, Valery Gergiev, die haar mentor werd. Onder zijn leiding maakte zij haar debuut in de rol van Susanna in Le Nozze di Figaro in 1994. Haar werkelijke furore begon het jaar daarop, toen het theatergezelschap een tournee maakte naar San Francisco. Inmiddels is Anna Netrebko de gevierde wereldster die met deze live CD op Deutsche Grammophon haar tienjarig jubileum aan de Metropolitan Opera in New York viert!


Viva! - Simone Kermes Sings Vivaldi

Met haar onconventionele presentatie en haar ongekende stemacrobatiek is barokzangeres Simone Kermes een lust voor het oog én het oor! Aria's van Vivaldi zoals u ze nog niet eerder hoorde..!

 


Chopin - Wigmore Hall

Nelson Goerner, piano

Frédéric Chopin: Polonaise-Fantaisie in Es op.61 - 2 Nocturnes op.62 - Andante spianato en Grande Polonaise in Es op.22 - 12 Etudes op.10; Encores: Sergej Rachmaninov: Prelude in G op.32 nr.5 - Frédéric Chopin: Preludes in d op.28 nr.24

De Argentijnse pianist Nelson Goerner vierde het voorbije Chopin-jaar met een lange reeks concerten, waaronder ook dit recital dat voortreffelijk opgenomen werd in de Londense Wigmore Hall.

Voor een bijzonder stil en geconcentreerd publiek begon Goerner zijn concert met de Polonaise-Fantaisie op.61, het laatste grootschalige werk dat Chopin schreef. Goerner toont zich hier een echte dichter en verteller aan de piano, en hij slaagt er moeiteloos in om het perfecte evenwicht te vinden tussen de dansachtige en de meer improvisatorische elementen van dit stuk. Een prachtige opener.

De twee nocturnes op.62 klinken opvallend lyrisch, vrij en vloeiend. Met een wonderbaarlijke intensiteit en drive volgt dan het beroemde Andante spianato en Grande Polonaise op.22, al sluipen hier wel enkele vreemde tempowisselingen binnen.

Het hoogtepunt van de avond, en van deze cd, zijn ongetwijfeld de 12 Etudes op.10. Goerner, zo stelt hij in het cd-boekje, ziet deze études als een geheel, als twaalf stukken die één groot werk vormen. Hij voert ze hier alleszins uit met een enorm technisch meesterschap en een grote emotionele controle.

Het hoorbaar steeds enthousiaster wordende publiek vroeg en kreeg twee encores, 2 preludes, van Rachmaninov en Chopin.

Wij voegen deze cd graag nog toe aan het aan het Chopin-jaar 2010.


Orchestre Philharmonique de Ličge - Anniversary Box - Limited Edition

Klik hier voor de volledige inhoud.

Prijs: (49,95 euro - 50 CD's)

 


Tsjaikofski - De notenkraker (volledige ballet)

Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle

Het is toch wel wat vreemd: in zijn bijna twintig jaar als muziekdirecteur van het City of Birmingham Symphony Orchestra, nam Sir Simon Rattle nooit muziek van Peter Tsjaikofski op. Nu, goed gepland (want met Kerstmis in zicht), breekt hij die ban met een integrale opname van misschien wel het meest populaire van alle balletten: de Notenkraker.

Alleen al het schitterende spel en de luxueuze klank van zijn orkest, de Berliner Philharmoniker, maken deze fraai uitgegeven dubbel-cd erg begerenswaardig. Elk detail is er, alles krijgt perfect zijn plaats. Vooral de houtblazers, met hun precieze en helder gearticuleerde samenspel, zijn een verrukking.

Rattle leidt het geheel met strakke hand en hij brengt vaart en karakter in de beroemde reeks dansen van het tweede bedrijf. Hij slaagt er zo moeiteloos in om dit lange ballet als één dramatisch geheel voor te stellen. Dat is zeker een grote kwaliteit, maar soms klinkt het allemaal wat al té beredeneerd, en bij alle technische perfectie mis je dan toch de warmte en de charme, de kinderlijke verwondering en fantasie, zo eigen aan dit muzikale sprookje.


Puer natus est - Stile Antico - Tudor Music of Advent & Christmas

Stile Antico

Thomas Tallis: Videte miraculum - John Taverner: Audivi vocem de caelo - William Byrd: Rorate caeli - Tallis: Gloria, Sanctus & Benedictus, Agnus Dei uit Missa Puer natus est - Byrd: Tollite portas - Ave Maria - Ecce virgo concipiet - Robert White: Magnificat - Plainchant: Puer natus est - John Sheppard: Verbum caro

Deze vijfde cd voor Harmonia mundi van het Britse Stile Antico wordt zonder twijfel een van de aantrekkelijkste kerst-cd's van het jaar.

De jonge twaalf, soms dertien zangers van dit ensemble-zonder-dirigent vertolken met een verbluffende perfectie de werken van de grote renaissancecomponisten van hun vaderland. Heel af en toe lijkt de ensembleklank voorrang te krijgen op de verstaanbaarheid, maar wat een klank is dat: perfect harmonieus, evenwichtig en transparant. Een klankenwereld m.a.w. die je moeiteloos terugvoert naar een verdwenen tijd van devotie.

Op deze cd wisselen de leden van Stile Antico delen van de onvolledige, maar erg welluidende, zevenstemmige 'Missa Puer natus est' van Thomas Tallis af met kortere adventsmotetten van William Byrd, en daarmee zorgen ze voor een deugddoend contrast.
Daar voegen ze dan nog het zesstemmige, grootse Magnificat van Robert White en ten slotte het luisterrijke Verbum caro van John Sheppard aan toe.


Wolfgang Amadeus Mozart: Klarinetkwintet in A KV581 - Johannes Brahms: Klarinetkwintet in b op.115

Roeland Hendrikx, klarinet; Panocha Quartet

Op zijn nieuwe cd combineert klarinettist Roeland Hendrickx twee schitterende meesterwerken uit de kamermuziek.

Johannes Brahms schreef zijn klarinetkwintet in de lente en zomer van 1891 in Bad Ischl, in dezelfde periode als zijn klarinettrio op.114.
Er hangt een warme sfeer van tederheid, herfstige melancholie en gratie over deze uitvoering. Het spontane samenspel tussen Hendrikx en de leden van het Tsjechische Panocha Quartet (wat goed dat Phaedra deze heren opnieuw wist te strikken; zij waren ook al opmerkelijk in een recente Phaedra-opname met muziek van Schumann, samen met Jozef de Beenhouwer), is gewoonweg prachtig. Luister maar eens naar de inzet van Roeland Hendrikx in het eerste deel. Of naar de diepzinnige dialogen tussen klarinettist en eerste violist Jiri Panocha op het einde van het adagio, of in de vierde variatie van de finale. Met zijn volle, diepe, rijk geschakeerde en karaktervolle toon neemt Roel Hendrickx je moeiteloos mee in het voor dit werk zo typische spel van licht en schaduw. De warme en sfeervolle opname, gemaakt in de Sint-Pieterskerk van Leut, is daarbij een grote hulp.

In het klarinetkwintet van Mozart, uit 1789, het eerste werk voor deze combinatie uit de hele muziekgeschiedenis, laten deze uitvoerders dezelfde kwaliteiten horen. Je vraagt je af of ze eerst Brahms hebben opgenomen, en dan Mozart, want er zit een zekere romantische innigheid en gloed in deze uitvoering. Een van de expressieve hoogtepunten hier is het vlot genomen menuet, dat overloopt van charme en levenslust.

Een grote opname!


Bartok - Pianoconcerto's 1-3

Jean-Efflam Bavouzet, piano; BBC Philharmonic o.l.v. Gianandrea Noseda

Het minste wat je van de Franse pianist Jean-Efflam Bavouzet kan zeggen is dat hij zich niet tot één periode of genre beperkt. Na een opmerkelijke integrale opname van de pianomuziek van Claude Debussy (waarin hij een zeldzame combinatie toonde van een elegant, helder pianospel en een diepzinnige muzikaliteit) en het begin van een nieuwe Haydn-integrale, zet hij zich nu aan de pianconcerto's van Bela Bartok.

Met de intussen historische opnamen ven Geza Anda (bij DG), Stephen Kovacevich (bij Philips) en meer recent nog met Zoltan Kocsis (id.) en het trio Krystian Zimerman, Leif Ove Andsnes en Hélčne Grimaud, samen met Pierre Boulez (DG), zijn die pianoconcerto's al erg goed vertegenwoordigd in de cd-catalogus. Maar met deze opwindende en dynamische uitvoeringen verdient Bavouzet zeker zijn plaats in dit indrukwekkende lijstje vertolkers.

De samenwerking tussen de BBC Philharmonic en chef-dirigent Gianandrea Noseda loopt op zijn eind. In deze fijn gedisciplineerde (en door Chandos opnieuw bijzonder fraai opgenomen) uitvoeringen toont Noseda nog maar eens zijn voortreffelijke invloed op dit ensemble.

De percussie-achtige partij voor de piano in de hoekdelen van de eerste twee concerto's kan wel eens drammerig klinken. Door zijn subtiele controle van timbres en zijn heldere toucher vermijdt Bavouzet deze val. Zijn aanzet van het openingsdeel van het derde concerto klinkt een tikkeltje geaffecteerd, maar het adagio religioso krijgt dan weer een grote lyrische eenvoud mee.

Er bestaan misschien meer grimmige en agressieve versies van deze concerto's, maar de eenheid in stijl, de precisie en de stuwende kracht maken deze opname heel aantrekkelijk.


Beethoven -  Strijkkwartetten nr.12-16 - Grosse Fuge op.133

Tokyo String Quartet

Het is niet de eerste keer dat het Tokyo String Quartet de late strijkkwartetten van Beethoven opneemt. Het deed het in het begin van de jaren 1990 al eens, toen ook als deel van een integrale, al waren de samenstelling van het ensemble en de platenfirma (RCA) niet helemaal dezelfde. Maar het is goed dat we deze nieuwe precieze en gedreven opnamen hebben, waarin elk kwartet een intense en gloedvolle uitvoering krijgt.

De opname (gemaakt op verschillende plaatsen) is alvast beter dan die van de oude uitgave: je hoort hier het kwartet als een echte eenheid, met een warme, homogene klank.

Voor het overige volgen de werken in een min of meer chronologische volgorde. Het beste komt wellicht op de laatste cd, met de kwartetten op.132 en 135. In de handen van minder begenadigde uitvoerders kunnen deze werken verwarrend en onsamenhangend klinken, maar door hun poëtisch verhalende stijl, precieze opbouw en steeds feilloos aangepaste timbres brengen de leden van het Tokyo String Quartet logica en eenheid in deze grote kwartetten. De langzame delen zijn gewoonweg schitterend: ondanks het uitgesproken trage tempo klinken ze, met hun bijna symfonische dimensies, aangrijpend en gedragen.

Liefhebbers van de strijkkwartetten van Beethoven worden in onze dagen behoorlijk verwend: naast alle grote versies die de cd-catalogus al bevatte, is er nu deze nieuwe opname van het Tokyo String Quartet om te koesteren, samen met de al even voortreffelijke, pas voltooide integrale van het jonge Artemis Quartett (bij Virgin).


Schumann - Spanisches Liederspiel op.74 - Minnespiel op.101 - Spanische Liebeslieder op.138

Marlis Petersen, sopraan; Anke Vondung, mezzosopraan; Werner Güra, tenor; Konrad Janot, bas-bariton; Christoph Berner, piano; Camillo Radicke, piano

Robert Schumann schreef deze drie cycli in 1849. Het was een periode waarin de componist enorm productief was, want in hetzelfde jaar componeerde hij ook koorliederen, pianostukken, het Requiem für Mignon en de Scčnes uit Goethes Faust! Maar hier gaat het dus over zijn Liederspiele, zoals Schumann ze zelf noemde.

De twee Spaanse verzamelingen zijn, zoals hun titels al doen vermoeden, erg nauw aan elkaar verwant. Beide cycli zijn gebaseerd op 15e- en 16e-eewse volksliederen en romances, die door de taalkundige en dichter Emanuel Geibel (met de nodige dichterlijke vrijheid) uit het Spaans naar het Duits werden vertaald. Het andere werk op deze cd, Minnespiel op.101, bevat toonzettingen op gedichten uit de eerste gepubliceerde verzameling van Friedrich Rückert.

Het zijn bescheiden, kleine liederen, over liefde en verlies, voor vocaal kwartet, solostem of duo, met in de Spanische Liebeslieder ook een begeleiding voor piano vierhandig.

De stralende en ontroerende sopraan Marlis Petersen en haar collega's (die we nog kennen van hun recente opmerkelijke opname van de Liebeslieder-Walzer van Brahms - alleen mezzo Stella Doufexis is vervangen door een betoverende Anke Vondung) tonen overtuigend aan dat deze muziek moeiteloos overeind blijft. Ook de beide pianisten zijn voortreffelijk.

Nog een mooie late aanwinst voor dit Schumann-jaar!


PERGOLESI - Smart had moeders hart bevangen

(Pergolesi: Stabat Mater in vertaling van Willem Wilmink; W.F. Bach: adagio en fuga in d, Flack 65; Vivaldi: sinfonia Al santo sepolchro, F XI nr. 7; Benda: concert voor fl uit en strijkers in e)

De Nieuwe Philharmonia Utrecht o.l.v. Johannes Leertouwer m.m.v. Klaartje van Veldhoven (sopraan), Rob Meijers (countertenor), Marten Root (fluit)

Weer een geliefde barokklassieker waarvan de tekst is vertaald (ook wel: hertaald) in het Nederlands. Dat Nederlands komt niet van de eerste de beste: het is de vertaling die wijlen Willem Wilmink in 2002 schreef. Een heel ordentelijke vertolking.


SCHMIDT - Symphony No. 4

Beethoven Orchester Bonn - Stefan Blumier

Franz Schmidt voltooide zijn Vierde Symfonie in 1933 na de dood van zijn dochter. Dit gloedvolle werk zou een requiem voor haar worden. Onvoorstelbaar mooie productie.


SCHUBERT - Die schöne Müllerin

Mark Padmore (tenor), Paul Lewis (piano)

Deze uitvoering van Schuberts eeuwig mooie cyclus Die schöne Müllerin kent één probleempje: tenor Mark Padmore zingt te mooi. Dit is een super toegewijde uitvoering, van zowel zanger als pianist, de samenwerking is perfect.


De Leidse Koorboeken, vol. I

Egidius Kwartet & College

Bij de Beeldenstorm, die op 25 en 26 augustus 1566 ook in Leiden woedde, bleven de koorboeken van het Zevengetijdencollege als enige van hun soort in ons land bewaard. Een monumentale uitgave.


 

Johann Sebastian Bach - Complete cello suites

 Roel Dieltiens

Negentien jaar geleden maakte Roel Dieltiens een eerste opname van de beroemde suites voor cello solo van Bach, toen nog bij Accent. Bij Etcetera verscheen zopas zijn nieuwe interpretatie van deze meesterwerken. Dieltiens is niet de eerste cellist die zijn visie bijstelt; denk bijvoorbeeld maar aan Pieter Wispelwey, die ook, en met veel succes, een tweede opname maakte (bij Channel classics).

Wat meteen opvalt is het grote verschil in opnamekwaliteit: de nieuwe opname, gemaakt in Amuz Antwerpen, met een directe en fraai gedetailleerde celloklank in een warme maar intieme akoestiek, is zonder twijfel superieur aan de compactere en kurkdroge oude.

Maar ook het spel van Roel Dieltiens in deze Bach is veranderd. In de oude opname kreeg je de indruk dat hij deze iconen van de celloliteratuur eens anders wilde brengen, slanker, sneller, en vooral ver weg van de romantische traditie.

Nu lijkt zijn stijl meer bezonken, persoonlijker (daardoor ook kwetsbaarder) en geconcentreerder. Op elk dynamisch niveau produceert Dieltiens een diepe, fraaie toon. Zijn krachtige ritmiek en elan in de snellere delen zijn verrukkelijk; de trage stukken, de sarabandes bijvoorbeeld, krijgen dan weer een donkere intensiteit mee.

Kortom: een gerijpte, doorleefde versie van een integer muzikant, die ons (ook met zijn ensemble Explorations) met bijzonder mooie cd's blijft verrassen.


 

Schubert - Pianotrio nr.2 in Es D929

Franz Schubert componeerde zijn tweede pianotrio in november 1827, de periode waarin hij ook aan Die Winterreise werkte. De creatie vond plaats in Wenen op 26 december 1827. Schubert noteerde achteraf dat het trio zeer in de smaak viel bij het publiek. Jammer genoeg was er geen pers aanwezig - de aandacht ging helemaal naar Nicolo Paganini die op dat moment in Wenen verbleef - waardoor dit meesterwerk lange tijd niet de aandacht kreeg dat het verdiende. Maar daar is intussen gelukkig verandering in gekomen.

Het Narziss und Goldmund Trio werd opgericht in 1999 door violist Wietse Beels, celliste Mieke de Lauré en pianiste Katelijne Burie. Sinds 2007 is Nikolaas Kende - zoon van pianisten Levente Kende & Heidi Hendrickx - vaste pianist en hij zorgt alvast voor een nieuw elan. Het trio klinkt bijzonder evenwichtig en transparant in deze nieuwe opname van het tweede pianotrio. De muzikanten laten elkaar de ruimte om op de voorgrond te treden zonder solistisch over te komen - luister maar naar het begin van het Andante con moto waarbij de melodie zo mooi wordt doorgegeven van de cello naar de piano - en spelen daarbij haarfijn samen. Geen enkele melodie of harmonie in deze Schubert komt geforceerd over, en je hoort dat het trio veel plezier beleeft aan het samen musiceren.

Grote pluim voor de opnametechniek die elk instrument zeer natuurlijk tot zijn recht laat komen. Een warme aanrader dus, en we hopen het Narziss und Goldmund Trio in de nabije toekomst toch weer meer op de Vlaamse podia te mogen begroeten.


 

Bach - Mis in b BWV 232

John Butt is nog maar weinig bekend in de klassieke muziekwereld. Toch heeft hij al wat cd-opnames met orgelmuziek (Bach, Elgar) op zijn naam staan. De laatste jaren treedt hij meer en meer op als dirigent van het Dunedin Consort and Players. In 2006 nam hij een Messiah op, in 2008 de Mattheuspassie van Bach en nu de Hohe Messe. Met deze opname is hij trouwens de eerste die Joshua Rifkins uitgave van Bachs Messe op cd zet.

Butt volgt zo de moderne trend om Bachs muziek enkelvoudig te bezetten. Toch zijn er dan weer enkele stukken, de meer lineaire, motetachtige werken, waar hij een ripienostem aan toevoegt. Deze verdubbeling zorgt niet meteen voor een groter klankvolume, maar wel voor een gevarieerde sonoriteit, en dit dus in contrast met de enkelvoudig bezette stukken, in de meer 'barokke' schrijfwijze.

Zoals je kan verwachten, hoor je hier een erg transparante uitvoering, met prachtige solisten. De iets 'dikker' bezette stukken krijgen op hun beurt een warme sound, geholpen door een knap instrumentaal ensemble van een twintigtal fantastische en enthousiaste muzikanten!


 

Ludwig van Beethoven: Strijkkwartet nr.6 in Bes op.18 nr.6 - Strijkkwartet nr.13 in Bes op.130. op.133 (Grosse Fuge)

Artemis Quartet

Dit is de vierde Beethoven-cd van het in Berlijn residerende Artemis Quartet. Het is een reeks die misschien niet helemaal de aandacht krijgt die ze verdient. Toegegeven: de discografie van de strijkkwartetten van Beethoven is al enorm rijk, maar wat dit ensemble laat horen, behoort echt wel tot de absolute top.

Op dit nieuwe volume vertolkt het Artemis Quartet twee strijkkwartetten in de toonaard Bes groot: het zesde strijkkwartet, waarin Beethoven nog in de voetstappen trad van Haydn en Mozart, en het dertiende, een van de zogenaamde late strijkkwartetten.

Het op.18 is verrukkelijk: het openingsdeel is één energiek spel van vraag en antwoord, het scherzo zit vol verfijnde humor en de trage inleiding van de finale krijgt een ongewoon geladen spanning mee. De leden van het Artemis Quartet spelen daarbij met een verbluffende technische beheersing en een niet aflatende nervositeit. Knap is ook de manier waarop zij spelen met klankkleur en dynamiek.

In het grote dertiende kwartet worden de sfeer en stijl ernstiger en intenser. Maar ook hier maakt het Artemis Quartet grote indruk door de felle toon, de schitterende samenklank en de vloeiende intonatie. De beroemde Cavatina klinkt ongewoon onsentimenteel en de virtuoze aanpak van de afsluitende Grosse Fuge moet je gehoord hebben om het te geloven.

Het Artemis Quartet nestelt zich met zijn Beethoven-opnamen moeiteloos op gelijke hoogte van zijn illustere mentoren: het Alban Berg, het Julliard en het Emerson Quartet.


 

Igor Sravinsky: 3 delen uit Petroesjka; Domenico Scarlatti: Sonate in E K380 - Sonate in f K466; Johannes Brahms: Variaties op een thema van Paganini op.35; Maurice Ravel: La Valse

Yuja Wang, piano

Nog maar 23 is de Chinese pianiste Yuja Wang, maar ze reist al een hele tijd de wereld rond en heeft intussen haar tweede cd voor DG opgenomen. Met 'Transformation' verwijst Wang naar de Boeddhistische levenshouding van constante verandering. Die verandering vinden we muzikaal terug in de 27 variaties op een thema van Paganini door Johannes Brahms, bij Igor Stravinsky die de pop Petroesjka een menselijke gedaante laat aannemen, en in La Valse van Maurice Ravel die de Weense wals transformeert en desintegreert.

Er is al heel wat over geschreven in de internationale pers, en als je deze cd beluistert kan je alleen maar beamen dat Wang een fenomenale techniek bezit waarmee ze alles uit de vingers kan toveren. Zo piekfijn en glashelder zijn haar fraseringen, in soms adembenemend snelle tempo's, en met een ritmische stuwing en precisie die je op het puntje van je stoel zetten. De 2 Scarlatti-sonates, in E en f, zorgen voor de nodige rust in deze prachtig opgebouwde cd.

De opnametechniek van DG blijft voor pianosolo-opnamen toch nog een minpunt. Je krijgt het gevoel achter een glazen wand naar de piano te luisteren, waardoor alles omfloerster klinkt. Maar laat dit u vooral niet tegenhouden om deze jonge verbluffende pianiste te ontdekken in een fantastisch repertoire.


 

Johann Christian Bach: Kwartet nr.1 in Bes - Kwintet in F op.11 nr.3 - Sextet in C; Carl Friedrich Abel: Kwartet in Bes op.8 nr.2 - Sonate nr.24 in d en nr.22 in d voor gamba solo

Il Gardellino

Rond 1760 trokken twee Duitse componisten naar Londen om daar hun carričre met succes verder uit te bouwen. Eind 1762 ontmoetten ze elkaar voor het eerst, in februari 1764 verschenen ze samen in een concert, en nog geen jaar later begonnen ze met een succesvolle concertenreeks, die in de muziekgeschiedenis bekend zou worden als de 'Bach-Abel Concerten'.

Carl Friedrich Abel (1723-1787) was een leerling van Johann Sebastian Bach in Köthen en hij speelde in het orkest van Johann Adolf Hasse in Dresden. Tegen de tijd dat hij naar Londen trok, moesten ze op het Europese vasteland niet veel meer hebben van de viola da gamba, het instrument waarop hij uitblonk en waarvoor hij veel componeerde. Maar het eerder conservatieve Engelse publiek kon een gambavirtuoos nog wel erg smaken. En zo schopte Abel het in 1761 tot 'Chamber Musician to her Majesty', de Engelse koningin Charlotte.

Ook Johann Cristian Bach (1735-1782), jongste zoon van, kende een schitterende carričre in Engeland. Hij werd al snel 'Music Master' van de koningin, begeleidde haar fluit spelende echtgenoot en onderwees de kinderen van het koninklijke koppel.

Of de werken op deze cd (kwartetten, kwintetten en een sextet voor blazers en 2 sonates voor gamba) ook tijdens de 'Bach-Abel Concerten' zijn uitgevoerd, weten we niet zeker. Waarschijnlijk is het wel. Het zijn alleszins ook nu nog erg aantrekkelijke composities, met elegante partijen voor de blazers, originele klankencombinaties, en met fraaie en zangerige melodieën.

Ideaal repertoire ook voor Il Gardellino, het ensemble rond Jan De Winne en Marcel Ponseele. Hun aanpak van deze elegante werken is sprankelend en gevoelig. De heldere en toch intieme opname vat mooi de fraaie kleuren van de oude instrumenten. Vittorio Ghielmi haalt met zwier het maximum uit de twee korte sonates voor viola da gamba van Abel.


 

Benjamin Britten: Cello Symphony op.68 - Suite nr.1 voor cello solo op.72

Pieter Wispelwey, cello; Symfonieorkest Vlaanderen o.l.v. Seikyo Kim

De Cello Symphony op.68 is een van de minst toegankelijke werken van Benjamin Britten, en ze behoort wellicht ook niet tot zijn beste composities. Al moeten we dat oordeel na deze voortreffelijke uitvoering wel enigszins herzien.

Britten schreef de Cello Symphony voor Mstislav Rostropovitsj in 1963. Het is een ongewoon concerto waarin de cellopartij in het orkest is ingebed. De solist deelt geregeld een melodie met de andere instrumenten uit het orkest, en het hele karakter van het stuk lijkt uit de klank van de cello te groeien.

Een werk dus op het lijf geschreven van Pieter Wispelwey: indrukwekkend hoe hij met zijn beweeglijke, nerveuze stijl en zijn breekbare, oneindig gevarieerde celloklank het geheel spannend en welluidend houdt. Daarbij inspireert Wispelwey ook voortdurend een Symfonieorkest Vlaanderen in groten doen. Seikyo Kim, zijn nieuwe chef-dirigent, haalt rijke, donkere kleuren en een strak samenspel uit het orkest. De solo-cadens aan het eind van het adagio is adembenemend, en een levendige, door orkest en solist met veel drive gespeelde passacaille sluit het werk af.
De technische kwaliteit van de opname, gemaakt tijdens concerten in deSingel en de Doopsgezinde Kerk van Deventer, is ronduit schitterend.

Ook het tweede werk op deze cd hebben we aan Rostropovitsj te danken. Toen Britten de grote Russische cellist de suites van Bach hoorde spelen, wilde hij zelf ook zes suites aan hem opdragen. Het werden er uiteindelijk drie: de invloed van Bach hierin is duidelijk, maar tegelijk zijn het ook heel eigen, persoonlijke werken. Wispelwey kiest hier voor de eerste, negendelige suite uit 1964 en toont opnieuw zijn verbluffende techniek, zijn rijk geschakeerde toon en grote inlevingsvermogen.


 

Sergej Rachmaninov: Symfonische Dansen op.45 - Het Dodeneiland op.29 - De Rots op.7

In 2007 werd de Rus Vasily Petrenko nog verkozen tot Gramophone Young Artist of the Year. Intussen is de nu 34-jarige Petrenko een van de meest gevraagde dirigenten van het ogenblik. Vorig jaar werd hij chef-dirigent van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, een post die hij tot 2015 zal bekleden. Deze samenwerking leverde intussen al enkele fraaie cd-reeksen op: voor Naxos nemen zij de symfonieën van Sjostakovitsj op, en bij Avie is er nog meer Russisch repertoire van Tsjaikofski, Sjostakovitsj en Rachmaninov. Ongeveer gelijktijdig met deze cd verscheen ook een opmerkelijke opname van de pianoconcerto's 2 en 3 van Rachmaninov met Simon Trpceski. Maar we kiezen toch voor deze cd met orkestwerken van Sergej Rachmaninov.

Want zo vaak zijn deze werken niet eens opgenomen. De kleurrijke en prachtige georkestreerde orkestfantasie 'De Rots' toonde de anders zo zelfkritische, toen 20-jarige Rachmaninov vol trots aan Tsjaikofski en Rimski-Korsakov. Voor het machtige 'Het Dodeneiland' inspireerde Rachmaninov zich op het gelijknamige schilderij van Arnold Böcklin. En de 'Symfonische Dansen' componeerde hij veel later, op zijn domein in Long Island, in de zomer van 1940.

Vasily Petrenko houdt het geheel strak in de hand, en zorgt voor een mooi evenwicht tussen de verschillende orkestgroepen. Hij licht ook, en dit zonder effectjagerij, fraaie details uit het orkest en speelt knap met dynamische verschillen (de eb- en vloedbeweging in 'Het Dodeneiland' bijvoorbeeld). In 'De Rots' en ook in het openingsdeel van de 'Symfonische Dansen' kun je horen dat ze daar in Liverpool over een uitstekende sectie houtblazers beschikken; de strijkersgroep mist soms wat gloed en sensualiteit en haalt daardoor niet helemaal hetzelfde niveau.


Baldassarre Galuppi -  Sonatas for Keyboard Instruments

Luca Guglielmi harpsichord, clavichord, fortepiano & organ


Chaconne

Rinaldo Alessandrini harpsichord


Konge af Danmark • Europian musical life at the court of King Christian IV of Denmark

Les Witches


Samuel Scheidt - Cantiones Sacrae

Vox Luminis - Lionel Meunier direction


Totker, Ratpert and anonymous - Music and Poetry in St Gallen • Sequences and tropes (9th century)

Ensemble Gilles Binchois - Dominique Vellard direction


Odi Euterpe - Caccini, Kapsberger, Frescobaldi, d'India, Ferrari and other Italian composers (17th century)

Rosa Domínguez mezzo-soprano - Mónica Pustilnik archlute, renaissance guitaer & organ - Dolores Costoyas theorbe & baroque guitar


Johann Hermann Schein -  Opella Nova • Fontana d'Israel

Sagittarius - Michel Laplénie direction


Jan Pieterszoon Sweelinck - Derde Boek der Psalmen Davids

Gesualdo Consort Amsterdam - Harry van der Kamp direction


Johann Joachim Agrell -  Orchestral Works

Sirkka-Liisa Kaakinen-Pilch violin - Pauliina Fred flute - Jasu Moisio oboe - Helsinki Baroque Orchestra - Aapo Häkkinen direction and harpsichord


Gustave Nadaud - La Bouche & l'Oreille • Details

Arnaud Marzorati voice & musical direction - Daniel Isoir piano
Stéphanie Paulet violin - Alexandre Chabod clarinet - Paul Carlioz violoncello


Pierre Moulu - Messes Alma redemptoris Mater & Missus est Gabriel Angelus

The Brabant Ensemble - Stephen Rice direction


Ludwig van Beethoven  - Violin Sonatas Vol. 3: Sonata in D major op. 12/1 - Sonata in A major op. 12/2 - Sonata in E flat major op. 12/3 - Rondo in G major WoO 41

Hiro Kurosaki violin - Linda Nicholson fortepiano


André-Ernest-Modeste Grétry -  Andromaque Tragédie Lyrique, Paris, 1780

Karine Deshayes soprano - Maria Riccarda Wesseling mezzo-soprano - Sébastien Gučze tenor - Tassis Christoyannis baritone
Le Concert Spirituel - Hervé Niquet direction

                               


 

Anton Ferdinand Titz - String Quartets for the Imperial Court of St. Petersburg (Vol.3)

Hoffmeister Quartet


Wolfgang Amadeus Mozart -  Trio in E flat major, K. 498 for piano, clarinet and viola 'Kegelstatt Trio' - Fantasy in C minor, K. 475 - Grande Sonate in A major for basset clarinet and fortepiano (1809) after Clarinet Quintet K. 581

Anneke Veenhoff fortepiano - Nicole van Bruggen basset clarinet - Jane Rogers viola


Franz-Joseph Haydn - Arianna a Naxos, Lieder & Canzonettas

Stéphanie d'Oustrac mezzo-soprano - Aline Zylberajch fortepiano


'Sing. Mouthon' [Charles Mouton? - The mystery of Sign. Mouthon 10 Concerti ŕ 5

Ars Antiqua Austria - Gunar Letzbor violin & direction


Henry Purcell - The food of love

Paul Agnew tenor - Anne-Marie Lasla bass viol - Elizabeth Kenny theorbo & guitar - Blandine Rannou harpsichord & organ


Anonymous 17th. Cent. - Cantate Contarini

Marta Infante mezzo-soprano - Ars Atlántica - Manuel Vilas direction


 Franz Joseph Haydn  and others - 'Quartetti fugati'

 Rincontro


 Joseph Ruiz Samaniego - 'La vida es sueńo...'

 
Los Músicos de Su Alteza - Luis Antonio González direction


 Johann Sebastian Bach - English Suites BWV 806 - 811

 
Olga Martonova harpsichord


  Nicola Matteis - 'False consonances of Melancholy' • Ayres for the violin

 Gli Incognito - Amandine Beyer violin & direction


La voce di Orfeo

Furio Zanasi baritone - Giulio Casati narrator - La Chimera - Eduardo Egüez direction


Federico Mompou - Piano music

Don Perlimplín, Ballet, ComptinesJordi Masó

De Catalaan Federico Mompou (1893-1987) geniet een beetje een cultstatus. Hij is geliefd bij een kleine maar trouwe schare fans. Misschien hangt de beperkte waardering samen met het feit dat hij bijna uitsluitend miniatuurtjes voor piano heeft gemaakt. Toch is hij een groot componist, die als een dichter juist in kort bestek heel veel te vertellen heeft. Wat dat betreft past hij in de traditie van Satie en Poulenc. De Franse invloed en de melancholie die Mompous muziek typeren, beheersen de pianowerken op deze cd van Jordi Masó. Het betreft hier composities die tijdens Mompous leven onuitgegeven zijn gebleven, zoals het beeldschone ballet Don Perlimplín uit 1955 (dat Mompou uiteindelijk niet zelf heeft georkestreerd). Masó speelt hier de oorspronkelijke pianoversie, een verrukkelijke verzameling stukken met wisselende stemmingen en ondanks sterke verwijzingen naar Ravel, Debussy, Poulenc en Falla toch op bijzondere wijze geheel eigen van karakter. Luister naar het eerste nummer, een Prélude met Messiaenachtige (!) openingsakkoorden, die na korte tijd overgaan in puur impressionistische lyriek. Mompous muziek is betoverend en wordt op deze onmisbare cd (die ook zeldzame werken voor viool en piano en cello en piano bevat) voortreffelijk gespeeld door Jordi Masó.


Johann Sebastian Bach - Sonatas and Partitas for solo violin

Khachatryan, Sergey

Met zijn 25 jaar is de Armeense violist Khachatryan al een wereldster. Op zijn vijftiende won hij het Sibelius Concours en hij was twintig toen hij zijn mededingers op het Koningin Elisabeth Concours versloeg. Op de toen verworven Stradivarius, een bruikleen, speelt hij nu Bachs Sonates en Partita’s. Hij doet dat met een verbijsterende technische perfectie en muzikaal inzicht: in de meerstemmigheid die Bach zo ingenieus via akkoorden voor de vier snaren heeft gecomponeerd, gaat geen muzikale lijn verloren. Daarbij is zijn spel weldadig zuiver en zingend van klank. Als violist is hij een rijpe meester, als musicus is hij jong en romantisch. Niet zozeer de bevindingen van de historische uitvoeringspraktijk gaan hem ter harte als wel het spelen ‘recht uit het hart’. Zijn hart lijkt hem de vrijheden die hij neemt te dicteren en de cantabile klank waarbij hij het vibrato niet uit de weg gaat. Het is hartverwarmend, maar de interpretatie leidt soms tot een wat dichte klank en een teveel aan muzikale details waarbij het zicht op de grote architectuur belemmerd raakt. Af en toe verlangt men naar een grotere eenvoud, die de jonge Armeen zich hopelijk op den duur zal verwerven, als hij zijn ‘nesthaar’ verliest.


Felix Mendelssohn - Piano trios

Ax, Emanuel; Ma, Yo-Yo; Perlman, Itzhak

Het is niet aan uw recensent muziekprijzen uit te delen, maar hierbij toch de voorzichtige voorspelling dat deze nieuwe opname van Mendelssohns Pianotrio’s wel een beeldje links of rechts in de wacht gaat slepen. Zet drie muziekgiganten bij elkaar en het is altijd prijs. Zo simpel is het dus niet, want te veel artistiek ego kan de som der delen ook minder dan het geheel doen uitvallen. In de toelichting komen de pianist Emanuel Ax, de cellist Yo-Yo Ma en de violist Itzhak Perlman zelf aan het woord: jarenlang samen optreden heeft tot een hechte muzikale vriendschap geleid, verzekeren de heren ons. We geloven ze graag, maar woorden blijven woorden… totdat de cd gaat draaien! In de snelle delen blijven alle details hoorbaar, nergens een spoor van de neurotische waas die uitvoeringen van Mendelssohns kamermuziek nog wel eens wil omgeven. Vergist u zich niet: als Mendelssohn om energie en vuur vraagt, blijft dit Amerikaanse gelegenheidstrio bepaald niet op de handen zitten. Maar, de echte amicale onderonsjes worden bewaard voor de langzame delen: geďnspireerd, ontroerend en vol gulheid. Inderdaad, de essentie van vriendschap, en niet toevallig wezenskenmerken van Mendelssohns muzikale genie. Puur plezier!

Terug naar boven


Joseph Haydn - Stabat mater

Trinity Choir; Rebel Baroque Orchestra; Burdick, J. Owen

Hoewel Joseph Haydn de geschiedenis is ingegaan als ‘de vader van de symfonie en het strijkkwartet’, heeft hij ook een bescheiden aantal liturgische werken nagelaten. Zijn Stabat mater uit 1767 was een van de eerste en werd direct een daverend succes. Sterker nog, het behoorde bij zijn leven tot de meest gespeelde werken en genoot internationale bekendheid, tot in het calvinistische Nederland aan toe. In navolging van illustere voorgangers als Palestrina, Scarlatti en Pergolesi gaf Haydn een heel eigen richting aan de traditionele woorden van de Moeder Gods die aan de voet van het kruis het lot van haar Zoon beweent. In veertien delen krijgt de oorspronkelijke middeleeuwse tekst een voor Haydn ongekend dramatische lading. Niet voor niets schrijft de componist voor het merendeel langzame tempi voor en staat de helft van het werk in mineur. Het New Yorkse Trinity Choir, bijgestaan door het gerenommeerde Amerikaanse oudemuziekensemble Rebel Baroque Orchestra, is goed vertrouwd met Haydns kerkmuziek. Het heeft immers ook al zijn missen opgenomen, bij Naxos verkrijgbaar als verzamelbox. Het resultaat is een mooi afgewerkte uitvoering, waarbij de tenor Stephen Sands en de bas Richard Lippold een extra pluim verdienen voor hun positieve vocale bijdragen.


Andreas Goepfert - 3 Clarinet concertos

Klöcker, Dieter; Jenaer Philharmonie; Moesus, Johannes

In het boekje bij deze cd met werken van de onbekende Andreas Goepfert (1768-1818) is een aardig essaytje van de klarinettist Dieter Klöcker opgenomen over de muzikale milieuvervuiling van deze tijd. Door de opkomst van de massacultuur en onder het motto ‘hoe luider hoe beter’ willen wij geen aandacht meer schenken aan het kleinere, het breekbare, of met andere woorden de minder bekende componist. Klöcker kaart aan dat wij alleen de bekende werken van de grootste componisten eren, door ze steeds te herhalen. Zelf zou ik eraan willen toevoegen dat het gebrek aan nieuwsgierigheid voor onbekende muziek uit het verleden ook wortelt in een soort snobisme van sommige musici. Zij halen vaak hun neus op voor componisten als Spohr, Onslow, Pierné of Schmitt, om een paar buitenbeentjes te noemen. Als vergeten muziek dan toch wordt opgenomen, wordt ze doorgaans door minder getalenteerde musici gebracht, waarmee de vergeten meesters niet echt worden geholpen. Met Dieter Klöcker zit dat anders. Hij is een begenadigd klarinettist die een perfect pleidooi houdt voor Goepferts muziek. Deze mozartiaanse concerten zijn uitermate charmant en kleurrijk (luister naar het tweede deel van opus 35!) en ze worden met verve gespeeld door solist en orkest.


Heinrich von Herzogenberg - Violin concerto, Odysseus

Wallin, Ulf; Deutsche Radio Philharmonie; Beermann, Frank

Heinrich von Herzogenberg was een fan van Brahms en Wagner. In zijn Vioolconcert hoor je onder meer de invloed van Brahms’ instrumentatie, met die typische strijkers- en blazersklanken. Het eerste deel is lastig te volgen. Nog voordat de soloviool inzet, zijn al drie thema’s voorbijgekomen. Het tweede deel begint met een geestig pizzicatothemaatje. Thema’s keren daarna steeds terug en de luisteraar krijgt meer houvast. De violist Ulf Wallin heeft goed begrepen dat het niet gaat om virtuositeit, maar om muzikaliteit. Het orkest klinkt warm, krachtig en helder. Pas bij de symfonie Odysseus besef je dat het meer dan honderd musici bevat. In vier delen vertelt Herzogenberg Odysseus’ verhaal. ‘De zwerftocht’ verklankt de wilde zee met gebroken drieklanken, golvende dynamiek en veel geluid. Odysseus krijgt - heel Wagneriaans - een leidmotief. In ‘Circes paradijs’ klinken de gebroken drieklanken weer, maar dan quasifeestelijk. Quasi, want Circe verandert haar gasten in dieren. ‘Het gastmaal van de vrijers’ verklankt in een fuga de chaos van de vrijers die om de heerschappij vechten. ‘Odysseus’ verandert van mineur in majeur: hij overwint. Zou Herzogenberg zijn onbekendheid overwinnen? Hij was een componist die de stijl van anderen vakkundig verwerkte in zijn eigen stijl.


Antonín Dvorák - Violin concerto & Legends op. 59

Tognetti, Richard; Nordic Chamber Orchestra; Lindberg, Christian

Heinrich von Herzogenberg, een Zwitserse componist, was gek op Brahms, wiens stijl hij in zijn Vioolconcert verwerkte. Herzogenberg was een vriend van Brahms, net als Dvorák. Ze droegen allebei een vioolconcert op aan Joseph Joachim en vroegen allebei advies aan deze violist. Allebei herschreven ze de compositie, maar Joachim voerde de werken nooit uit. Een verschil: Brahms stuurde Herzogenbergs partituur ongezien door, terwijl hij Dvorák overlaadde met complimenten. En diens Vioolconcert werd meteen populair vanwege de Tsjechische klanken. Het eerste deel gaat naadloos over in het lyrische tweede, waarvan het stormachtige middengedeelte contrasteert met de rustige ondertoon. Het derde deel zit, net als bij Herzogenberg, vol dansthema’s. Even klinkt een bekend thema uit de Slavische dansen die Dvorák toen ook componeerde. De Legenden hadden ook Stemmingen kunnen heten. Het zijn tien korte stukjes, een opeenvolging van stemmingen, die Dvorák voor twee piano’s heeft geschreven en later georkestreerd. Eenvoudig opgezet, maar allemaal pareltjes. Het orkest speelt intiem, krachtig en stuwend met een heldere, warme, ronde klank en prachtige balans. De meeslepende, maar niet melodramatische en juist lichte toon van de violist Richard Tognetti doet Dvoráks muziek evenzeer recht. Deze cd is een echte aanrader.


Arnold Schönberg - String trio, op. 45; Four pieces for mixed chorus, op. 27; Three satires for mixed chorus, op. 28; Septet-Suite, op. 29; Accompaniment to a cinematographic scene, op. 34

Twentieth Century Classics Ensemble; Simon Joly Chorale; London Sinfonietta; London Symphony Orchestra; Craft, Robert

Bij de naam Robert Craft denkt menigeen aan Stravinsky. De Amerikaanse dirigent en musicoloog onderhield jarenlang een nauwe band met de Russische componist, hetgeen resulteerde in een scala aan gezaghebbende uitvoeringen en publicaties. Men wil hierdoor nog wel eens vergeten dat Crafts muzikale horizon een stuk verder reikt. Tot de muziek van Schönberg bijvoorbeeld, wiens gehele oeuvre door Craft wordt opgenomen bij Naxos. Op de nieuwste release van deze Robert Craft Collection staan onder meer de Drie satires voor gemengd koor, waarmee Schönberg anno 1926 de draak stak met de in zijn ogen regressieve neoclassicisten. Maar zelf bleek hij ook niet geheel ongevoelig voor de neoklassieke mode die in het interbellum hoogtij vierde. In zijn Septet-Suite bijvoorbeeld, die in de handen van het Twentieth Century Classics Ensemble een rijkgeschakeerde uitvoering krijgt, bedient de Weense twaalftoonskunstenaar zich van traditionele variatie- en barokke dansvormen. Desalniettemin blijft in Schönbergs klankwereld altijd de expressionist van weleer voelbaar. Dat mag blijken uit de zinderende registratie van de Begleitungsmusik zu einer Lichtspielszene door het London Symphony Orchestra. Of de indringende verklanking van het Strijktrio, een muzikaal verslag van de hartstilstand die Schönberg in 1946 bijna fataal werd.


Edward Elgar, Peteris Vasks e.a. - Cello Concerto

Sol Gabetta, Danish National Orchestra o.l.v. Mario Venzago

Drink een kopje thee met Sol Gabetta, en je laat je overrompelen door de tomeloze energie van deze jonge Argentijnse celliste. Gabetta praat honderduit en vertelt openhartig over haar muzikale ervaringen en haar nieuwe cd met onder meer het Celloconcert van Elgar en enkele korte stukken van Dvorák en Respighi, die onlangs is verschenen bij het label Sony.

Niets lijkt Sol Gabetta te veel, zeker gezien haar drukke en afwisselende concertagenda. Toch heeft ook zij momenten van stilte nodig. Die momenten vindt ze thuis of tijdens een vakantieperiode. In de muziek komt ze soms een ander soort stilte tegen. Naast Elgar heeft Gabetta The book voor cello solo van de Letse componist Peteris Vasks opgenomen. ‘Als ik zijn werk speel, merk ik dat de luisteraars steeds dichterbij komen, op het puntje van hun stoel gaan zitten en hun adem inhouden. Het eerste deel, Marcatissimo, is grillig als het leven zelf – Gabetta zingt woeste loopjes voor – en het tweede deel is het tegenovergestelde: Dolcissimo. Vasks kan met zijn muziek de wereld stilzetten.’

‘Elgars concert is ingetogener dan veel mensen denken. Iedereen kent de fantastische opname van Jacqueline du Pré. Zij heeft met haar prachtige, expressieve spel een stempel gedrukt op de uitvoeringspraktijk van deze compositie. Maar als ik diep in de partituur duik, vind ik een zeer emotionele componist die op het ene moment naar buiten treedt en zich even later weer terugtrekt.’ Gabetta heeft het stuk talloze keren in de zaal gespeeld, met diverse orkesten. Op de cd wordt ze begeleid door het Deens Nationaal Orkest onder leiding van Mario Venzago. ‘Elgar wordt een ander stuk als je het met verschillende orkesten speelt’, zegt ze. ‘Ik probeer telkens mijn emotionele visie op het werk, mijn geloof in deze muziek te delen met de musici, zodat ze mij vertrouwen en willen volgen.’

Gabetta’s energie gaat gepaard met een niet geringe dosis nieuwsgierigheid. Volgend jaar brengt ze een celloconcert van Michel van der Aa in premičre met Amsterdam Sinfonietta, maar de celliste besteedt ook veel aandacht aan repertoire van meer dan drie eeuwen geleden. Sinds twee jaar is ze actief met Cappella Gabetta, een barokensemble waarvan haar broer Andres concertmeester is. ‘Het past niet bij me om me te beperken tot één periode, ik ben altijd geďnteresseerd in iets nieuws. Zelfs als het lastig is, zoals het spelen van barokmuziek. Ik wil mijn instrument op verschillende manieren ontdekken.’ Gabetta speelt met regelmaat transcripties, zoals de drie karakterstukken van Elgar op haar cd: ‘Sospiri’, ‘Salut d’amour’ en ‘La capricieuse’. “Waarom alleen maar composities uitvoeren die oorspronkelijk voor cello zijn geschreven, terwijl er nog zoveel andere mooie muziek is?’

Komende maand vindt een nieuwe aflevering plaats van haar eigen Solsberg Festival, in het Zwitserse Olsberg, waar de celliste woont. Maar er wacht nog meer. Gabetta heeft een erhu gekocht, een Chinese viool die ze graag wil leren bespelen. ‘Als je nog iemand weet die een violoncello piccolo verkoopt, dan hoor ik het graag’, lacht ze enthousiast. ‘Ik ben ook van plan zangles te nemen. Vroeger heb ik veel in een koor gezongen, maar na school niet meer. Mijn zangkunsten zijn nog dezelfde als toen ik vijf jaar was.’ Je vraagt je af hoe Gabetta al deze activiteiten een plaats kan geven in haar rijke leven. ‘Ik ben erg georganiseerd. De enige momenten waarop ik de tijd vergeet, beleef ik wanneer ik muziek maak.’


Jeroen Bosch, Gerrit Komrij -De Zeven Zonden van Jeroen Bosch

Camerata Trajectina

Nog maar een paar maanden geleden verscheen van Camerata Trajectina de prachtige cd Calvijn in de Gouden Eeuw. Nu wijst het ensemble met een muziekdramatische voorstelling vooruit naar het honderdste lustrum van het overlijden van de schilder Jeroen Bosch in 2016. Aanknopingspunt is het schilderij De zeven hoofdzonden. Die zonden worden door Gerrit Komrij tot leven gewekt in zeven geestige gedichten. Liederen zonder tekst uit omstreeks 1500 dienen als vehikel voor Komrijs poëzie.

De katholieke kerk maakte vroeger een onderscheid tussen dagelijkse zonden en doodzonden, tussen kleine ongerechtigheden enerzijds en zware vergrijpen anderzijds. Alle zonden, grote en kleine, zouden uiteindelijk voortkomen uit de zeven hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, onmatigheid, woede en luiheid. Het begrip zonde lijkt inmiddels ouderwets, maar de hoofdzonden zelf zijn nog altijd wijdverbreid.
De kranten staan er vol van. Waren het niet hoogmoed en hebzucht die de huidige crisis hebben veroorzaakt? Crisis of niet, Camerata Trajectina en Globe blijven mooie cd’s maken, in dit geval met een fraai vormgegeven boekwerk, zodat je met Bosch’ schilderijen op schoot een boeiende reis kunt maken door de late middeleeuwen. Artistiek leider Louis Peter Grijp heeft de hoofdzonden gevat in het raamwerk van een mis. Zo is als het ware een Missa peccati ontstaan, een zondenmis. De wisselende gezangen op teksten van Gerrit Komrij worden ingekaderd door de vaste gezangen Kyrie, Sanctus en Agnus Dei. Als in een dodenmis volgt een Requiem. Ten slotte komen aan bod Het Laatste Oordeel en, wegens een teveel aan zonden, de hel. Uitgerekend daarmee wordt Jeroen Bosch recht gedaan. In het uitbeelden van de hel was hij immers op zijn best, met al die varkens en vogeldraken die hun kans grijpen om de meest bizarre martelingen te verrichten...
Elf zangers, meer dan ooit tevoren, hebben zich voor deze productie bij Camerata Trajectina gevoegd en in de keurtroepen bevinden zich ook een paar oud- en jonggedienden van het Nederlands Kamerkoor. Dat is niet verkeerd. Vooral de mannenstemmen hebben nu een stevig fundament. Opvallend mooi voegt zich de naar zijn aard vrij scherpe stem van de altus Sytze Buwalda in het ensemble: een klank als van een oude zink, het vibrato perfect onder controle, werkelijk prachtig. De vaste instrumentalisten zijn voor de gelegenheid uitgebreid met rietblazers van het Vlaamse consort La Caccia.
Komrijs teksten voegen zich zo makkelijk in de cadans van de originele melodieën dat je als luisteraar maar nauwelijks opmerkt dat ze niet authentiek anno 1500 zijn. Nu sorteert de ongezouten humor van Komrij vooral effect als de maestro zijn gedichten voorleest voordat ze worden gezongen. Voor het Festival Oude Muziek 2005 had Camerata Trajectina Komrij chansons van Ockeghem laten ‘invullen’. Hij las voorafgaand aan de uitvoering steeds zelf zijn poëmen voor. Woest grappig, zeker door zijn wat geaffecteerde, quasi vermoeide manier van praten. Op deze cd doet Komrij er voornamelijk het zwijgen toe, maar hij is te horen in de Dodendans. Het is te billijken dat zijn aandeel is beperkt. Hij zou met zijn voordracht als hofnar alle aandacht naar zich toe hebben getrokken. En dat past niet in een zondenmis. IJdelheid genoeg in deze wereld.

De zeven hoofdzonden
De zeven hoofdzonden zijn voorgesteld in de vorm van kleine genretaferelen: Woede als boeren, vechtend op een groene weide voor een herberg, Afgunst als een burenruzie in een stadje, Hebzucht als corrupte rechter, Onmatigheid als een smulpartij in een herberg, Luiheid als een ingedutte man die zijn geloof verwaarloost, Wellust als een decadent gezelschap in de buitenlucht en Hoogmoed als een vrouw die zichzelf bewondert in een spiegeltje dat opgehouden wordt door een duiveltje.
Om deze voorstellingen beter te kunnen begrijpen vergelijkt Bosch-kenner Charles de Tolnay ze met de miniatuur ‘Deugden en zonden’ in Augustinus’ De stad Gods uit ongeveer dezelfde tijd. Deze voorstellingen, die eveneens in een cirkel geplaatst zijn, gaan nog steeds uit van middeleeuwse abstracties, terwijl de schilder deze tastbaar maakt door ze in de context van zijn eigen tijd te plaatsen. Bosch’ voorstellingen zijn dus eerder genreachtig dan allegorisch. Het gevolg hiervan is, volgens De Tolnay, dat de schilder de mens niet a priori als slecht neerzet, zoals voorheen, maar a posteriori. Hiermee lijkt hij te willen aangeven dat de mens de keus heeft om over zijn eigen lot te beslissen. Waar zijn gedrag uiteindelijk toe kan leiden wordt in de hoekmedaillons aangegeven.


Stravinsky, Revueltas - Rite: Le sacre du printemps; La noche de los Mayas

Simón Bolívar Youth Orchestra of Venezuela o.l.v. Gustavo Dudamel

De legendarische dirigent Erich Kleiber vergeleek de muziek van Silvestre Revueltas (1899-1940) eens met die van Mahler. Zijn jonge collega Gustavo Dudamel zet La noche de los Mayas van de Mexicaanse componist naast Le sacre du printemps van Stravinsky. De overeenkomsten zijn niet over het hoofd te zien. Rituelen staan in beide werken centraal, compleet met offers en extatische dansen. Het zijn werken die uit hun voegen barsten van de energie, geknipt voor het Simón Bolívar Jeugdorkest en zijn gepassioneerde dirigent. Voor de jonge Venezolanen lijken de complexe ritmes in de werken vooral te leiden tot een groot en aanstekelijk speelplezier.


Dmitri Sjostakovitsj - Celloconcert nr. 1, Cellosonate nr. 2

Han-Na Chang, London Symphony Orchestra o.l.v. Antonio Pappano

Antonio Pappano en Han-Na Chang zijn al jaren een succesvol koppel. De Italiaanse dirigent en pianist en de jonge Koreaanse celliste bespelen samen de grote podia en treden daarnaast op als kamermuziekduo. Die combinatie leidt ook op cd tot een bijzondere repertoirekeuze. Met het London Symphony Orchestra, het orkest dat Pappano al jaren met veel succes leidt, speelt Han-Na Chang het Eerste celloconcert van Sjostakovitsj. Het gaat vergezeld van een kamermuziekcompositie, de Tweede cellosonate van dezelfde Russische meester. Samen met Pappano raakt Han-Na Chang de onderliggende, filosofische laag in de muziek. In gepassioneerde passages grijpt ze diep in de snaren, zodat de uitvoering een zinderende warmte uitstraalt.


Terug naar boven

 

Pagina 1 2 3 4 5 7

 

Voor een overzicht van de bekroonde CD's, klik hier

 

Voor een overzicht van CD recenties, klik hier
 

Voor de KLARA-Muziekprijzen 2009, klik hier

 

Voor een overzicht van Klara's 10, klik hier