|
Callaslegende in 70 delen
Maria Callas / The complete
studio recordings (1949-1969)
Maria Callas e.a.
EMI 0946 3 95918 2 4 / 075 375
VKZ
Prijs: € 124.95
Op 16 september was het dertig
jaar geleden dat Maria Callas, volgens velen de grootste
operadiva van de 20e eeuw, op 53-jarige leeftijd overleed.
Haar reputatie leeft echter voort en fans spreken nog
altijd eerbiedig over ‘La Divina’. Om haar sterfdag te
gedenken brengt EMI exclusief voor Klassieke Zaken een
unieke Callas-box uit met haar complete studio-opnamen op
70 cd’s. Een must voor iedere Callas-aanbidder.
(door Frans Jansen)
Wat was het geheim was Maria
Callas? Wat maakte haar zo bijzonder dat zij zich
onderscheidde van al die andere sterren en nog steeds tot
de verbeelding spreekt? Er zijn boeken over volgeschreven
maar een eenduidige verklaring is niet te geven. Het kwam
niet alleen door haar glansrijke en relatief korte
carrière en ook niet door haar temperamentvolle karakter
of haar turbulente privé-leven, waaraan zij uiteindelijk
ten onder is gegaan. En wat te denken van het feit dat
iedereen weet wie Callas was, ook zij die niets hebben met
opera of klassieke muziek. Het blijft een raadsel en
alleen dát al maakt haar een intrigerende persoonlijkheid.
Bestudering van Callas’
roemruchte levensverhaal kan een bijdrage leveren om haar
mythische status te doorgronden. Want haar biografie had
het libretto van een opera kunnen zijn waarin zij zich als
titelvertolkster door alle hoogte- en dieptepunten van het
leven heen worstelt om uiteindelijk betrekkelijk jong en
eenzaam te sterven. Maria Anna Sofia Cecilia
Kalogeropoulos werd op 2 december 1923 in New York geboren
als kind van geëmigreerde Griekse ouders. Haar jeugd was
allesbehalve gelukkig en in 1937 keerde ze met haar
gescheiden moeder terug naar Athene, waar ze al snel
zanglessen ging nemen.
Haar meest invloedrijke
pedagoge werd de Spaanse Elvira de Hidalgo, die haar het
belcanto en de coloratuurtechniek bijbracht. Haar
operadebuut volgde in 1941. Daarmee proefde zij aan de
smaak van succes en roem, al bleef een grote doorbraak
vooralsnog uit. Na de oorlog keerde ze kort terug naar
Amerika en in 1947 maakte ze haar Europese rentree in de
befaamde arena van Verona in Ponchielli’s La Gioconda. Het
belangrijkste dat dit optreden haar opleverde was de
ontmoeting met de Italiaanse industrieel Giovanni Battista
Meneghini, die spoedig haar echtgenoot en manager werd.
1949 werd het breekpunt in
haar carrière. Callas werd gevraagd in het Venetiaanse La
Fenice-theater in te vallen voor de ziek geworden
Margherita Carosio als Elvira in I puritani. Ze zei ja en
verbaasde vriend en vijand door haar weergaloze
interpretatie. Naast uitmuntende vocale
prestaties viel ook haar intens doorleefde expressie op.
En dat terwijl ze de rol in slechts zes dagen had
ingestudeerd. Daarna rees haar carrière als een komeet en
maakte ze het ene debuut na het ander in alle grote
operahuizen ter wereld. Zong ze tot dan toe zwaar
dramatische rollen (waaronder Wagner), nu zou ze zich
louter concentreren op het belcanto van onder anderen
Bellini, Donizetti en Verdi.
Haar succes en aanzien leken
in de jaren vijftig onbegrensd. Callas moest je niet
alleen horen, maar vooral ook zien. Niemand kon Norma,
haar glansrol bij uitstek, zo vol overgave en dramatiek
vertolken als zij. Haar artistieke thuishaven werd
weliswaar de Scala in Milaan maar daarnaast lag de hele
muziekwereld aan haar voeten en reisde ze de hele wereld
over, waaronder naar Amsterdam tijdens het Holland
Festival 1959.
Maar Callas was een complexe
vrouw met een combinatie van een minderwaardigheidscomplex
en sterallures waardoor samenwerken vaak moeizaam verliep.
Ze vertrok met ruzie uit Milaan en werd ontslagen bij de
Met. Maar ook haar extreme afslankwoede was uitzonderlijk:
in een jaar tijd viel ze bijna veertig kilo af! En niet te
vergeten haar legendarisch geworden rivaliteit met
collega-diva Renata Tebaldi (door beide dames overigens
officieel altijd ontkend). Zo zou ze hebben gezegd dat een
vergelijking tussen de twee was ‘als champagne en cognac…
nee, cocacola’.
Het artistieke keerpunt in
Callas’ leven kwam door haar relatie met de scheepsmagnaat
Aristoteles Onassis. Dit leidde niet alleen tot een
scheiding met Meneghini maar ook tot minder optredens.
Vanaf 1958 begon zij zich steeds meer in de internationale
jetset te bewegen en werd zo het mikpunt van paparazzi. In
diezelfde periode bleek haar stemkwaliteitaf te nemen en
leek zij over haar hoogtepunt heen, een opmerkelijk
gegeven voor een zangeres van midden dertig. Uiteindelijk
gaf zij op 5 juli 1965 haar laatste operavoorstelling in
Covent Garden. Van de geplande reeks uitvoeringen van
Tosca zong zij er slechts één. Daarna werd het stil rond
operalegende.
De tragiek begon steeds meer
grip op haar te krijgen toen haar voorgenomen huwelijk met
Onassis werd geannuleerd ten gunste van Jacqueline Kennedy.
Voor Callas was de klap zo groot dat ze hem nooit helemaal
te boven is gekomen. Desondanks maakte zij begin jaren
zeventig een comeback. Ze ging masterclasses geven op de
Juilliard School of Music in New York en samen met collega
Giuseppe di Stefano ondernam ze in 1973-74 een omvangrijke
concerttournee. Maar La Divina had toen allang niet meer
de goddelijke kwaliteiten van weleer. De opnamen van die
recitals (niet opgenomen in deze box) zijn daarvan het
trieste bewijs. Tijdens de tour oogstte zij meer succes
met haar charisma dan met haar eens zo geroemde
stemgeluid. Met haar allerlaatste optreden op 11 november
1974 in Sapporo, Japan, viel definitief het doek voor deze
bijzondere vrouw. Vier maanden na dit recital overleed
Onassis. Callas bleef als een gebroken vrouw achter. Ze
stierf tweeëneenhalf jaar later, slechts 53 jaar oud, op
16 september 1977, eenzaam en teruggetrokken in haar
Parijse appartement.
Liebestod
Om het ‘mysterie-Callas’
verder te kunnen ontrafelen staan vele beeld- en
geluidopnamen ter beschikking. In 1952 tekende de diva een
contract bij EMI met als resultaat een voor die tijd
indrukwekkende discografie. Callas hield van plaatopnamen
en door haar successen kreeg zij alle ruimte die te
verwezenlijken. Met haar opnamen stelde zij zich vocaal
kwetsbaar op en nam zij risico’s voor lief, ‘want,’ zo zei
zij eens, ‘de microfoon vergroot alle details, alle
overdrijvingen. In het theater kom je weg met één grote,
breed uitgesponnen frase maar voor de microfoon werkt
zoiets niet.’
Al haar grote triomfen liet ze
door EMI vastleggen. Ze werd daarin bijgestaan door de
beroemdste zangers en de beste dirigenten van haar
generatie. Deze opera’s plus een aantal recitals brengt
EMI nu uit in een digitaal geremasterde editie van
zeventig cd’s onder de titel ‘Maria Callas – The complete
studio recordings, 1949-1969’. Ook de oudste opnamen,
vastgelegd op andere labels, zijn erin opgenomen. Zo is
het mogelijk over een tijdspanne van twintig jaar de
ontwikkeling van Callas’ unieke artistieke persoonlijkheid
nader te bestuderen. Dit wordt vergemakkelijkt doordat de
box chronologisch is geordend. De eerste schijf bevat een
recital dat opgenomen is in november 1949 in Turijn. De
opname, met onder meer Isoldes Liebestod in het Italiaans,
werd oorspronkelijk uitgebracht op een 78-toerenplaat. De
reeks eindigt met een tweetal compilatie-cd’s met
‘rariteiten’ uit de periode 1953-1969 waarop voornamelijk
losse aria’s. Deze zeldzame registraties maken dat de
uitgave nu al historische betekenis heeft.
De box herbergt talloze
juwelen en omvat maar liefst 26 integrale operaopnamen,
waarvan de meeste zijn vastgelegd in Milaan. Van Callas’
grootste successen, Norma, Lucia di Lammermoor, Tosca en
La Gioconda zijn er zelfs twee versies, waarbij het
interessant is deze met elkaar te vergelijken en vast te
stellen hoe haar stemgeluid en interpretatie met de jaren
veranderden. Maar ook haar opname van Carmen uit 1964, een
rol die zij nooit op de bühne heeft vertolkt, is een
document dat nieuwsgierig maakt naar de manier waarop zij
deze femme fatale scenisch gestalte zou hebben gegeven.
Verder bevat de box 14 cd’s met recitals van opera-aria’s,
onder meer opgenomen in Londen en Parijs. Uiteraard ligt
daarbij de nadruk op de grote negentiende-eeuwse
belcantocomponisten, maar uitstapjes naar Gluck, Mozart en
Beethoven maken het geheel compleet. De laatste disk
bevat, naast een kleine fotogalerij, de libretti in vier
talen.
Onder de dirigenten neemt de
Italiaan Tullio Serafin, destijds een autoriteit in het
belcantorepertoire, een centrale plaats in. Callas werkte
jarenlang intensief met hem samen en gezamenlijk namen ze
maar liefst twaalf opera’s op. Ook andere grootheden,
onder wie Herbert von Karajan en Georges Prêtre, passeren
hier de revue. Het scala aan medesolisten omvat niet
alleen vele thans vergeten sterren maar ook welluidende
namen als Elisabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, Nicolai
Gedda en de eerder genoemde Di Stefano.
Geeft Callas nu na het
beluisteren van deze speciale editie haar geheim prijs?
Waarschijnlijk niet. Althans niet volledig maar dat is ook
goed. Mythes moeten in ere worden gehouden anders
verliezen zij hun kracht en geloofwaardigheid. En dat is
bij Maria Callas het laatste dat we willen. |